Eidereend

Iedereen die ooit met de veerboot naar een Waddeneiland is geweest – Texel, Terschelling, Vlieland – kent de eidereend, deze wat fors uitgevallen zeebewoner. Zelfs bij felle storm zoekt de eidereend (Somateria mollissima) het open, zoute water op en laat zich door golven en windkracht geselen. Het vrouwtje bekleedt het nest, gelegen tussen helmgras, met het zo zachte, warme eiderdons; zij broedt alleen en soms dagenlang achter elkaar. Ze is bruin getekend met dwarse, donkerder strepen. Het mannetje heeft een opvallende prachtkleed: de dekveren zijn wit; buik en slagpennen zijn bruinzwart. Aan de achterzijde toont het mannetje met trots een zwierige, neerhangende krul. De borst heeft een roze gloed. In de vlucht toont het mannetje veel wit. De forse snavel loopt zonder onderbreking door in het voorhoofd. Deze eend heeft het zwaar in Nederland. Zijn belangrijkste voedsel, kokkels en mosselen, wordt steeds zeldzamer door de intensieve vangst op de Waddenzee. De naam `eider' komt uit het Oudnoors en betekent `zacht'. Vroeger zag je deze duikeendachtige in grote aantallen, nu minder. Spijtig. Het is een van onze mooiste zee-eenden, fraai in contrasten getekend.

freriks@nrc.nl

    • Kester Freriks