Een moment om bij God te zijn

De gebedsgroep van Peter Roelofsma begon klein, maar telt nu meer dan vijftig deelnemers, de meesten VU-studenten. Ook moslims zijn welkom. `Er heerst hier een sfeer van echtheid.'

HET IS dinsdagmiddag tien voor half één. Gestaag druppelen studenten de kerkzaal van de Vrije Universiteit van Amsterdam binnen. Het is tijd voor de wekelijkse gebedsgroep. Voor in de zaal is een driekoppig bandje zijn instrumenten aan het stemmen. Achterin staan twee lange rijen tafels met fleurige Jip & Janneke bordjes en bekers klaar voor de lunch, die de afsluiting vormt van deze `bedrijfsbidstonde'.

De studenten schudden elkaar de hand, geven schouderklopjes en praten wat. Maar om half één slaat deze rustige kantine-sfeer om in een sfeer van devotie. Dan wordt de tekst van het eerste lied op de muur geprojecteerd: `I know he rescued my soul. His blood has covered my sin. I believe, I believe.' De band zet in en de studenten zingen mee. Geen gemurmel, maar écht zingen. Ze klappen in hun handen en deinen mee op het ritme van de muziek. Met gesloten ogen, als in trance. Sommigen steken hun handen de lucht in, anderen houden hun handen geopend voor zich. Zonder schroom. Geloven is hier een individuele zaak. ``Ik voel dat God hier spreekt'', zegt Marjon Haveman (19), studente Godsdienst/ Pastoraal Werk. ``Het is fijn om hier te zijn met medestudenten die allemaal verlangen om God te ontmoeten. Dat creëert een band.''

De gebedsgroep is in 1999 opgericht door Peter Roelofsma, campus-pastor en docent bij de faculteit Sociaal-Culturele Wetenschappen, en een aantal gelijkgezinden. ``De werkplek speelt een steeds grotere rol in je leven. Daarom is het logisch dat je hier ook terecht kunt voor je geloofsbeleving.'' De groep startte met zo'n vijf mensen en groeide razendsnel uit tot wat hij nu is: een club van gemiddeld vijftig deelnemers, voornamelijk studenten, maar ook medewerkers en buitenlandse gasten. Roelofsma coördineert de gebedsgroep in zijn eigen tijd. De lunch betalen de deelnemers gezamenlijk.

De ontwikkeling op de VU staat niet op zichzelf. Op steeds meer bedrijven en instellingen worden `bedrijfsbidstonden' georganiseerd. Op Internet publiceert Joel Nieuws, het Nederlands Bulletin voor Gebed en Opwekking, ieder jaar een lijst van bedrijven waar medewerkers regelmatig samenkomen voor gebed. In januari 2003 waren dat er 81, het jaar ervoor 63 en zeven jaar geleden (de eerste inventarisatie) acht. Dat lijkt te duiden op een revival van het christelijk geloof, hoewel er ook sprake kan zijn van actie-reactie, getuige de volgende uitspraak op de site van Joel Nieuws: ``In steeds meer bedrijven krijgen moslims een gebedsruimte toegewezen. Er is geen enkele reden om als christenen achter te blijven.''

``Ik vind het jammer dat dit op deze manier gebracht wordt'', zegt Roelofsma hierover. ``Ik denk namelijk niet dat processen zo lopen. In ieder geval niet op de VU. Pluriformiteit is hier belangrijk. Zo'n vijf procent van de studenten hier is moslim en zij hebben hun eigen gebedsruimte, maar zij bezoeken soms ook onze gebedsgroep.''

Roelofsma ziet wel degelijk signalen van een opleving van het christelijk geloof. ``Kijk maar naar de groei van het aantal christelijke studentenverenigingen, de populariteit van EO Jongerendagen, de groei van de worshipmuziek.'' Hij zoekt de oorzaak deels in de opvoeding die de studenten van nu hebben gekregen. Hun ouders móesten immers nog mee naar de kerk en zetten zich daar later tegen af. ``Nu zie je als reactie dat jongeren geen tientallen procenten, maar wel duidelijk een beweging toch weer op zoek gaan naar het geloof, maar wel op hún manier. Zij zoeken contact met iets dat zij ervaren als God, beschouwen hun geloof als een persoonlijke relatie met God. Daarbij staat het voelen van emoties, iets ervaren, centraal. Daarom willen ze iets actiefs doen, muziek maken, actief opgaan in aanbidding.'' Kenmerkend in dit verband is dat volgens Roelofsma dat sommige studenten bidden om geestelijke gaven te ontvangen, bijvoorbeeld de gave van de profetie (1 Corinthiërs 14: `Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven des Geestes, doch vooral naar het profeteren'), en deze gaven ook werkelijk gebruiken tijdens de gebedsgroep.

As the deer pants for water

So my soul longs after you

Deze liedtekst is Margreet Koops (22), studente theologie uit het hart gegrepen. Ze komt elke week naar de gebedsgroep: ``Het is voor mij een moment om bij God te zijn. Hier is het allemaal wat uitbundiger dan in de Hervormde Kerk van mijn ouders, en ik vind dat heerlijk. Er heerst een sfeer van echtheid. Je mag hier zijn wie je bent. En dat spreekt mij, en veel jongeren, aan.''

Vast onderdeel van de bijeenkomst is een overweging van Roelofsma. Daniël Nijdam (20), student economie, vindt dit altijd het meest aansprekende deel, omdat het hem aan het denken zet. Daniël is van huis uit Doopsgezind. ``Ik heb dat geloof niet verworpen, maar de vorm wel. Ik vind het fijn om me hier op deze manier tegenover God te uiten, om samen met medestudenten mijn geloof te delen.''

Uit de gebedsgroep ontstaan hechte vriendschappen. Een toegevoegde waarde, vindt Roelofsma. ``Want studenten vormen na gescheiden mensen de eenzaamste bevolkingsgroep.'' De studenten komen thuis samen in kleine gebedsgroepjes. Roelofsma brengt de leiders ervan gesprekstechnieken bij en geeft ze handvatten om moeilijke vragen aan de hand van de Bijbel te beantwoorden.

Voor Sebastiaan Vlek (25), student rechten, zijn deze vriendschappen essentieel. ``Ik ben jarenlang ernstig depressief geweest. Maar anderen baden voor mij en daardoor ben ik genezen.'' Sebastiaan, een boom van een kerel met lang haar, komt er rond voor uit dat hij `belijdend christen' is. Daniël vindt dat moeilijker. ``Met vrienden praat ik er wel over, maar ik denk dat anderen het toch een beetje belachelijk vinden.''

Op de universiteiten van Leiden en Delft zijn inmiddels gebedsgroepen van start gegaan naar het voorbeeld van de VU. Als het aan Roelofsma ligt breidt het zich via de studenten uit als een olievlek. ``Mijn visie op onderwijs is: wanneer je iets leert, doe dat aan een betrouwbaar persoon op zo'n manier dat deze de kennis meteen kan doorgeven aan een ander. Dat geldt hiervoor ook.''

    • Jacqueline Kuijpers