Een kerstkaart van de koningin

Gooi nooit een brief weg, want als de schrijver later beroemd wordt, is zijn of haar handschrift geld waard. Dat kan dan worden verkocht op de veilingen van Paul van Schaijk.

Egon Kantz uit Leipzig en Willi Kron uit Wenen werden beiden in 1941 onderscheiden met een ijzeren kruis. De brief waarin dit wordt bekendgemaakt is ondertekend door generaal Rommel en heeft nu een geschatte waarde van 300 euro. Een kerstkaart van koningin Juliana en prins Bernhard uit de jaren vijftig moet zo'n 350 euro opbrengen. Wie de kaart openvouwt, ziet rechts een originele foto van de vier prinsessen. Links heeft prins Bernhard met zwarte inkt Bernilo geschreven. Koningin Juliana schrijft met groene inkt: ,,We moeten elkaar nodig eens spreken...! maar ik heb 't zó druk!'', ondertekend met Mammie.

Soms zijn handschriften nog duurder. Dat van de componist Tsjaikovsky brengt 1.750 euro op. Maar meestal zijn ze goedkoper. Een programmaboekje van de musical My Fair Lady, gesigneerd door Audrey Hepburn, kost 100 euro. Een gesigneerde foto van Michael Kalasjnikov, de generaal die het gelijknamige wapen uitvond, kost 80 euro. Goedkoper kan ook. Jeroen Krabbé en Annemarie Jorritsma doen hooguit 25 euro.

Voor Paul van Schaijk, eigenaar van handschriftenveiling Manuscript, is 25 euro de minimumprijs. ,,Goedkopere stukken veil ik niet, want voor elk stuk moet ik zoveel handelingen verrichten dat dat verhoudingsgewijs te veel zou kosten'', zegt hij. ,,Bovendien krijg je dan vooral sporthelden en Nederlandse filmsterren. Die zetten hun handtekening zo vaak dat het niets bijzonders is.''

Tien jaar geleden begon Van Schaijk, naast zijn gewone werk, met zijn veilingen. Twee keer per jaar laat hij een catalogus drukken, die hij verstuurt naar zo'n zeshonderd handschriftenverzamelaars over de hele wereld. Inmiddels geniet hij zoveel bekendheid dat internationale verzamelaars en handelaren niet alleen bij hem kopen, maar ook stukken inleveren voor de veiling. Als de verkopers geen prijs noemen, taxeert Van Schaijk de handschriften zelf.

De veiling is schriftelijk en sluit vier weken nadat de catalogus verspreid is. In de weken daarna heeft Van Schaijk zijn handen vol aan het verzenden van de stukken en aan de financiële afhandeling. Maar de meeste tijd zit in het samenstellen van de tweetalige catalogus – in Engels en Duits – waarin elk stuk nauwgezet beschreven is. ,,Veilen heeft me altijd getrokken'', zegt Van Schaijk. ,,En dit past bij mij. Ik blijf op de achtergrond, ik doe alles schriftelijk en ik kan het combineren met mijn baan. Bovendien heb ik vroeger postzegels, atlassen en kaarten verzameld, waardoor ik me kan verplaatsen in de geest van de verzamelaar.''

De kopers moeten bij bedragen tot 50 euro 100 procent van de catalogusprijs bieden. Bij duurdere stukken moet er minimaal 80 procent geboden worden. Van Schaijk brengt zowel bij de koper als bij de verkoper 17 procent commissie in rekening, plus 19 procent BTW over het commissiebedrag, en portokosten. Op de sluitingsdag is de schriftelijke veiling net zo spannend als een gewone veiling. Tot op het laatste moment bieden de kopers tegen elkaar op per fax, telefoon en e-mail. Van Schaik vertelt dan niet hoe hoog het hoogste bod is. De bieder krijgt alleen te horen of zijn bod het hoogste is of niet. Uiteindelijk verkoopt Van Schaijk de stukken voor het op een na hoogste bod, plus 10 procent. Als de hoogte bieder bijvoorbeeld 400 euro biedt en de bieder daaronder biedt 300 euro, gaat het stuk naar de hoogste bieder voor 330 euro exclusief commissie.

Ellie Cordfunke-Dokter koopt al jaren bij Manuscript. ,,Ik ben aan huis gebonden, omdat ik mijn zieke zoon verzorg. Een schriftelijke veiling is een uitkomst.'' Jaarlijks geeft ze zo'n 500 euro uit aan handschriften van mensen die ze interessant vindt. ,,Als iemand mij boeit, vraag ik me af hoe zijn handtekening eruit ziet. Ik heb handschriften van de koninginnen Wilhelmina en Juliana, maar ook van Harry Mulisch en van Hella Haasse. Ik ben geen verzamelaar, het gaat mij meer om de mens achter het handschrift.''

Peter Vogel is wel een echte verzamelaar. Zijn collectie bestaat uit handschriften van Nederlandse premiers (,,na de Tweede Wereldoorlog ontbreken alleen Schermerhorn en Beel''), Amerikaanse presidenten, Duitse bondskanseliers, pausen en Europese vorstenhuizen. ,,Pausen zijn het duurst'', zegt hij. ,,Daar betaal je een paar honderd euro voor en als het een Renaissancepaus is 1.000 euro.''

Vogel krijgt ook vaak gratis handtekeningen. Een Engelstalig krantenknipsel over toetreding van Roemenië tot de Europese Unie, gericht aan ex-koning Michaël de Eerste die in Zwitserland woont, leverde hem een bedankbriefje met handtekening van de verbannen vorst op. Fidel Castro benaderde hij zonder omwegen; hij vroeg gewoon om een handtekening. De Cubaanse dictator stuurde hem een ansicht-met-handtekening van een standbeeld van een verzetsstrijder uit Havanna. ,,Die is 600 pond waard'', zegt Vogel. ,,Ik wil hem niet kwijt, maar andere dingen verkoop ik wel om nieuwe handschriften te kunnen kopen. De handtekening van Nelson Mandela heb ik voor een paar honderd euro verkocht.''

Frank Schaeken is vooral geïnteresseerd in handschriften van schrijvers en musici. ,,Het is bijzonder om iets te bezitten dat een persoon die je bewondert zelf in handen heeft gehad'', zegt de leraar Duits. Telkens als hij een nieuwe veilingcatalogus ontvangt, kruist hij zijn favorieten aan. Een paar dagen later bekijkt hij de catalogus nog eens en gaat hij schrappen. ,,Dat moet wel. Voor je het weet geef je je hele maandsalaris uit en meer dan enkele duizenden euro's per jaar wil ik er niet aan besteden.''

Het handschrift van zijn lievelingsschrijver, Franz Kafka, heeft hij nog steeds niet bemachtigd. Een paar jaar geleden werd het manuscript van Het Proces in Londen geveild voor ruim 1 miljoen euro. ,,Kafka's handschrift komt zelden op de markt en het is vreselijk duur. Van hem zou ik graag een brief hebben, of een gesigneerde roman.''

Dit is deel 12 in een serie over veilingen

    • Wilma van Hoeflaken