Doodgewone helden in de films van Carel van Hees

Het uitgangspunt van Cross Fade, een overzichtstentoonstelling van het werk van fotograaf Carel van Hees in het Dordrechts Museum, is gewaagd: het moderne, deels documentaire werk van voormalig persfotograaf Van Hees (Rotterdam, 1954) wordt er vermengd met de vaste museumcollectie, die schilderijen van de Gouden tot en met de twintigste eeuw bevat.

Bedaard, fijnzinnig en ambachtelijk versus wild, volks en multi-mediaal, zo laat de curieuze mix die dit oplevert zich nog het best samenvatten. De museumzaaltjes zijn verduisterd als een nachtclub, de schilderijen zijn selectief uitgelicht en overal bromt en zoemt geluid, want Van Hees is al een paar jaar bezig zijn werkterrein van foto naar film te verleggen.

Soms werkt de combinatie wonderwel. Naast het schilderij In de Branding van Hendrik Willem Mesdag (1879) draait Van Hees' korte videoportret Storm (2003), waarop een man, voeten in de branding, een strakke slip om z'n mollige heupen, op een ontroerend schoolse manier verslag doet van een stormdag aan het strand. ,,Nou we kwamen dus hier van huis, we hadden eerst een lekker prakkie gegeten...'' Naast hem staat zijn al even schonkige broertje, dat kantelt in de wind.

En soms werkt het niet. Tegenover een monumentaal, lieflijk Gezicht op Dordrecht van Adam Willaerts (1629) getuigen zeven korte filmpjes van Van Hees, getoond op een rij monitoren, van het moderne leven en dan vooral van de ,,tussenmomenten'' daaruit, aldus de toelichting. We zien het interieur van een supermarkt, een oma die d'r haartjes kamt, een kermis, twee pubers die zoenen. Maar zo gemakkelijk is het niet om gewone dingen als kunst te presenteren. Dit beeldenbombardement lijkt lukraak te zijn samengesteld, en laat daarom koud. Rotterdam aan zee (2003) is al net zo problematisch. Het zijn wel markante strandgangers die Van Hees voor deze film heeft gevonden – kaal, dik, met getatoeëerde dijbenen, knakworstkleurig verbrand – maar waarom moeten wij zo lang naar ze kijken?

Had Van Hees ook hier maar voor een duidelijke verhaallijn en een duidelijke hoofdpersoon gekozen, zoals hij doet in >Play (2001), een prachtige, in gruizig zwart-wit gefilmde lofzang op de jonge energie van zijn stad. Een jongetje van een jaar of tien neemt de metro naar een verlaten dak, waar hem een vriendje opwacht voor een bloedfanatiek wedstrijdje boksen. Alles grijpt hier in elkaar: de dansende lichamen van de jongens, de wolkenkrabbers aan de Maas, de doffe klappen, de spannende jazzy soundtrack.

De klapper van Cross Fade komt meteen aan het begin. Faces (2003) toont op twee aparte beeldschermen twee niet al te mooie vrouwen op leeftijd in close-up. Minutenlang zitten ze daar maar – de een dommelt even in slaap, de ander trekt gekke bekken naar de camera en wipt in een onsmakelijke flits zelfs haar hele ondergebit eruit. Dan richten de vrouwen zich door de ruimte tot elkaar, om in korte, melige zinnetjes na te kouten over een geslaagd feestje. Het gaat over heel weinig, maar het boeit enorm.

Tentoonstelling: `Cross Fade. Carel van Hees in dialoog met de collectie van het Dordrechts Museum'. T/m 11/1/2004 in: Dordrechts Museum, Museumstraat 40, Dordrecht. Open di t/m zo 11-17u. Toegang euro 5,-. Catalogus euro 45,-

Inl. 078 6482148 of www.dordrechtsmuseum.nl