De prijs van de anonimiteit

HET LEVEN zou er heel wat aangenamer op worden als iedereen zich zou houden aan algemeen aanvaarde fatsoensregels. Dat we dit de afgelopen decennia steeds minder zijn gaan doen, verklaart H.J.A. Hofland in zijn column van vorige week uit een gebrek aan sociale controle:

``Deze controle wordt het doelmatigst uitgevoerd in hechte, duurzame gemeenschappen waarmee degenen die er deel van uitmaken zich van nature vereenzelvigen. Grote of kleine bedrijven, clubs, partijen, buurten, verenigingen, vakbonden, het hindert niet wat, zo lang een zekere trots en solidariteit bewaard blijven. Economische ontwikkelingen, fusies en overnames, reorganisaties, technische vernieuwingen, massa-ontslagen hebben hechte verbanden uit elkaar getrokken. Daardoor is vooral de afgelopen kwart eeuw de continuïteit op talloze manieren abrupt afgebroken, ook in het persoonlijk leven. Tja, de maatschappij is harder geworden, zegt men. Dat is een eufemisme. Genadeloos komt er vaak dichterbij. Daarop volgt verbittering.''

Beticht u mij niet van gemakzucht dat ik Hofland zo uitgebreid citeer. Ik had het graag anders en beter willen zeggen, maar ik zag daar geen kans toe. Wel had ik natuurlijk ook de scholen genoemd als voorbeeld van voorheen hechte, duurzame gemeenschappen.

De commentaren naar aanleiding van het WRR-rapport over normen en waarden wijzen alle op het belang van de school als de plek waar die moeten worden aangeleerd. En, zou ik daaraan willen toevoegen, waar dat veel en veel te weinig gebeurt. Een van de oorzaken daarvan betreft de door Hofland genoemde organisatorische ingrepen.

De afgelopen 25 jaar is het onderwijs geteisterd geweest door aanhoudende reorganisaties. De ene fusie was nog niet afgerond of de volgende kwam er alweer aan. De gymnasia wisten dankzij de politieke, morele en juridische ondersteuning van invloedrijke sympathisanten de druk die op hen werd uitgeoefend om te fuseren in de regel te weerstaan, maar de scholen in het lager beroepsonderwijs en de mulo's werden de weerloze slachtoffers van politici en megalomane bestuurders, en gingen op in grootschalige onderwijsondernemingen. Daarmee verdween de sociale controle die vroeger vanzelfsprekend was.

Maar in de schoolteams gebeurde daarnaast nog iets anders. De massa-ontslagen, de reorganisaties, het uiteenvallen van docententeams, dit alles leidde ertoe dat iedereen de handen vol had om de eigen positie veilig te stellen. Dit, in combinatie met het verlies van de oude school waar men zich emotioneel mee verbonden voelde, heeft ertoe geleid dat de onderlinge verhoudingen zijn verhard.

Veel fusies in het bedrijfsleven werden ingegeven door economische noodzaak. De fusies in het onderwijs daarentegen werden door geen enkele noodzaak ingegeven, maar waren het gevolg van politieke keuzes met als enige constante dat schaalvergroting onderwijs goedkoper maakt. Ook zou er ruimte komen voor meer professionele zorg, van een psycholoog bijvoorbeeld, maar als gevolg van het gebrek aan sociale controle werd die psycholoog uiteindelijk een politiepost.

Als gevolg van deze ontwikkelingen brengen veel leerlingen hun schooltijd door in een onpersoonlijke omgeving. Van de leraren van die scholen wordt gevraagd een cruciale rol te spelen bij de overdracht van normen en waarden, terwijl zij hun handen vol hebben aan hun dagelijkse worsteling om in het anonieme klimaat van ieder voor zich, het hoofd boven water te houden.

Prick@nrc.nl

    • Leo Prick