Dé Marokkaan bestaat niet - een handreiking voor het overzicht van een kaleidoscopische bevolkingsgroep

Iedereen spreekt over Marokkanen, maar over wie gaat het? Mohammed Benzakour ontwerpt een behulpzame typologie

Vroeger klonk het nog een beetje exotisch, nu wordt het woord zelden uitgesproken zonder het vrouwelijk geslachtsorgaan eraan vastgeplakt: `Marokkaan'

Sla de krant open en je ziet `Marokkanen'. Zet de tv aan en politici, deskundigen en beroepsallochtonen zitten om de tafel aangaande die hinderlijke `Marokkaanse jongeren'. En terwijl schouwburgen naar meer `Marokkaans publiek' snakken en universiteiten met hun hoge potentieel `Marokkaanse studenten' pronken, zijn politiefunctionarissen die `Marokkaanse snotneuzen' zo onderhand meer dan zat en luidt het Cidi nog maar eens de noodklok over het om ons heen grijpende `Marokkaans antisemitisme'.

Ook de vele onderzoeksrapporten, zoals de laatste `Rapportage Minderheden 2003' van het SCP, staan er bol van. `De Marokkaanse jeugd' zou weinig informele contacten onderhouden met autochtonen, `de Marokkaanse jongeren' zouden de eigen groepsidentiteit hoog in het vaandel hebben, bij de `2e generatie Marokkanen' neemt de islam een steeds belangrijker plaats in hun leven, etc.

`De Marokkaan', het lijkt een even verfoeide, perfide als populaire vergaarbak te zijn geworden. Maar over wie hebben we het eigenlijk? Wie is toch die Marokkaan?

Antwoord: niemand.`De Marokkaan' bestaat niet.

Er is in Nederland geen etnische minderheid te vinden die in zo'n rap tempo verbrokkeld is en ons zulk een duizelingwekkende caleidoscoop biedt van smaken, kleuren en voorkeuren als de Marokkaanse. Dit schreeuwt om een nieuwe ordening. Enig gepuzzel levert tenminste vijf Marokkaanse archetypen op, te weten: de Amazighs, de Vrijbuiters, de Multiculti's, de Fundi's en de Zelfhaters.

Ik haast mij te zeggen dat ik mij realiseer dat deze typologie niet volledig is en sommige mensen onrecht aandoet. Maar is dat niet eigen aan iedere poging de werkelijkheid aan onze ratio te onderwerpen?

1 DE FUNDI'S

Een mix van Berbers, Arabieren en Arabische Marokkanen, vaak hoog opgeleid. De snelst groeiende groep van dit moment. Ze nemen zoveel mogelijk afstand van hun Marokkaanse achtergrond, maar zijn juist weer heel sterk verknocht aan de islamitische identiteit. Ze zien zich voor de complexe taak gesteld de islam in overeenstemming te brengen met het moderne leven en de ontwikkelingen in technologie en wetenschap. Als protest tegen de verdorvenheid van de hun omringende consumptiemaatschappij koesteren ze een bepaalde islamitische authenticiteit.

In het straatbeeld herken je ze meteen. De vrouwen dragen hoofddoeken (waarmee niet gezegd is dat álle vrouwen met een hoofddoek tot deze groep behoren) en de mannen laten vaak een (pluizig) baardje staan. Soms, naar profetisch voorschrift, lichtjes met henna geverfd, dat noemen ze soenna. Ze praten over het algemeen zacht en bedaard. Beleefdheid en bescheidenheid is meer dan een deugd, het is een plicht. Hun gesprekken zijn doordesemd met twee formules: `alhamdoelilah' (alle lof aan Allah) en `insha'alla' (zo Allah het wil). Er valt vaak niet veel mee te lachen. Wie met ze praat dient op zijn woorden te letten. Spot kennen ze niet, laat staan zelfspot.

Ze zijn uiterst internationaal gericht. Ze voelen zich sterker verbonden met de palestijnen en (orthodoxe) moslims in Egypte en Irak dan met hun Marokkaanse buurman of buurvrouw. Ze wisselen cassettebandjes uit met gebedsgezangen en koranrecitaties, ze volgen cursussen klassiek Arabisch om zélf de koran in de taal Gods te begrijpen. De lezingen van beroemde theologen genieten ver de voorkeur boven de vrijdagmiddag-schreeuwpreken van lokale imams.

Politiek bewustzijn is bij hen goed ontwikkeld. Van alle groepen voelen ze zich het meest aangetrokken tot de AEL van Dyab Abou Jahjah, al gaat het islamitisch gehalte van de AEL sommigen niet ver genoeg.

In de publieke opinie zijn ze vaak mikpunt van hoon. Dat sterkt hen echter in de overtuiging het bij het rechte eind te hebben, want de publiek opinie is natuurlijk onderdeel van de verdorven samenleving.

Voor kunst hebben ze weinig achting. Kunstenaars zijn goddeloze wezens, die de spot drijven met heilige dingen en (hun eigen) geslachtsdelen schilderen. Raï, rap of Idir, alles moet wijken voor de serene soefi-panfluit. MTV-muziek zet aan tot suggestieve dansbewegingen en stimuleert tot drinken. En vaak is dat geen koffie of thee.

2 DE AMAZIGHS.

Zo noemen ze zichzelf, liever dan Berbers, want dat lijkt te veel op barbaars. Ze blaken van trots en eergevoel en ontwikkelen een steeds grotere hekel aan het officiële Marokko. Casablanca en Rabat zijn verachtelijke steden en het Rotterdamse consulaat en de Haagse ambassade worden beschouwd als vijandelijke bolwerken. Dat oriëntaalse, 1001-nachtgezever van Hollandse baklava- en munttheedames (die niet eens weten dat couscous uitgevonden is door de Berbers!) is hun een doorn in het oog.

Niet Bin Laden maar de oude vrijheidsstrijder Abdelkrim is hun held. Cultureel zijn ze sterk streekgebonden (de Rif, de Sous, in iets mindere mate de Atlas, soms ook wel heel Kabylië) en de tradities van hun verre voorvaderen, hoe patriarchaal en machistisch ook, trachten ze in ere te houden. Wie een avondje langs hun websites surft (o.a. Amazigh.nl) begrijpt wat ik bedoel; het wemelt van de oude gezegden, volkswijsheden en atavistische rituelen. Geharde naturen zijn het. Ze hebben een aangeboren hang naar kwakzalverij en cabaretesk theater, wat meteen hun kleurrijke en fantasievolle geest kenmerkt.

Hoe eigentijds de jongeren op het eerste gezicht ook ogen, tegen een gearrangeerd huwelijk hebben ze weinig bezwaar. Zo weten ze tenminste zeker dat ze een vrouw krijgen die hen dezelfde gerechten voorschotelt als hun moeder.

Aan de islam hebben ze een eigen draai gegeven, sterk verweven met bijgeloof en sprankelende sprookjes. De eerste generatie houdt krampachtig vast aan de islamitische identiteit, de jongere generatie echter geeft de voorkeur aan de Amazigh-identiteit en doet laatdunkend over niet-Amazighs.

Al zijn ze niet bijzonder politiek actief, ze volgen het maatschappelijk debat op de voet. De fanatiekelingen onder hen moeten niks hebben van het Arabisch-nationalisme van Abou Jahjahs AEL. Het zijn immers die verdoemde Arabisch-nationalisten die hun land hebben ingepikt en die hen met het zwaard op de keel de koran in de maag hebben gesplitst.

In de wetenschap eeuwenlang slachtoffer te zijn geweest van onderdrukking zwijmelen ze graag weg bij de zoete melodramatische klanken afkomstig uit de gitaar van Idir en El Walid Mimoun (met zijn mondharmonica is hij de Bob Dylan van Berberland), terwijl de hese stem van de onlangs overleden Sellam Riffi ze de dansvloer op jaagt.

Officieel vormen ze de grootste groep in Nederland, maar hun specifieke behoeften komen slecht of niet tot uitdrukking in het algemene allochtonenbeleid.

3 DE VRIJBUITERS.

Hun ouders zijn voornamelijk afkomstig uit de grote steden, zoals Meknes en Rabat. Deze groep herbergt ook veel jonge Berbers. Ze hebben weinig boodschap aan de islam, ze zijn niet of minimaal praktiserend. De beter geschoolden onder hen noemen zich ook liever `seculiere moslim'; dat klinkt behalve interessant ook veilig. Ze kijken een beetje neer op andere Marokkanen, omdat ze vinden dat ze zelf veel verder zijn in hun ontwikkeling. Ze drinken graag een glaasje wijn, en van een jointje zijn ze niet vies, integendeel. Een broodje salami gaat er ook wel in, zij het stiekem. Want ergens generen ze zich toch wel een beetje voor dit onreine heidendom.

Bidden doen ze liever niet, behalve als ze er echt niet onderuit kunnen komen, zoals tijdens het suiker- of offerfeest. Liever dan in de moskee hangen ze rond op raï-party's. Op bruiloften en gala's verschijnen ze ook graag, al was het maar om een geschikte (lees: niet al te vrijbuiterige) huwelijkskandidaat tegen het lijf te lopen. Een enkeling loopt er iets te opzichtig met een flesje bier in de hand, om de vrijmoedigheid van geest te tonen, maar helemaal loskomen van hun islamitische identiteit doet-ie niet echt; hij betrapt zichzelf er nog steeds op bij de eerste slok `bismillah' gemompeld te hebben. Hun zelfgecreëerde taaltje is meer dan dat van de andere groepen een wonderlijke mix: plat Amsterdams of Haags met erdoor heen geregen losse woordjes Marokkaans, of weer juist precies andersom.

Hun kleding is uiterst modern. De meisjes gaan gewaagd, hakjes, naveltruitjes, en de jongens laten volgens de laatste Italiaanse voorschriften een vlot sikje staan.

Al vinden ze het rebelse van Abou Jahjah fantastisch, politiek heeft hun belangstelling niet echt, behalve wanneer er wordt gedemonstreerd. Dat is fun en je haalt er ook nog de voorpagina's mee. Hun identiteit ontlenen ze voornamelijk aan de muziek van Najat Natabou, Khaled en Cheb Mami. Vaak overgoten met een sausje 2PAC en Justin Timberlake.

4 DE ZELFHATERS.

Deze kleine maar groeiende groep moet absoluut niks hebben van Marokkanen noch van dat hele multiculti-circus. Aan de islam, of welke godsdienst dan ook, hebben ze een broertje dood. Bier en whisky gaan er met liters in. Ketters als ze zijn, hangen ze de idee aan dat de mens rechtstreeks afstamt van de aap. De profeet als een doorgedraaide kwakzalver met dronkemanspraatjes hoort daarbij. Bij het establishment zijn ze opvallend geliefd.

De zomervakanties brengen ze door op Kreta of in Florence. Ze weten nauwelijks waar Marokko ligt, niet omdat hun topografische kennis hen in de steek laat, maar omdat ze het niet wíllen weten. Hun vriendenkring bestaat principiëel uit alles behalve Marokkanen, het huis is strak westers ingericht, de Europese keuken geniet sterk de voorkeur boven de Marokkaanse of Arabische – al gaat, in het diepste geheim, een kiptajine er nog wel eens in. Vaak zijn de banden met het ouderlijk milieu verbroken en sommigen gaan zelfs zo ver dat ze hun Marokkaanse naam laten veranderen in een Europese, meestal Franse of Angelsaksische. Aan Marokkaanse tradities, muziek, feesten en meer nog die dwaze bruiloften hebben ze een bloedhekel. Aan de ramadan doen ze vanzelfsprekend allang niet meer, nog niet eens om te provoceren (zoals de vrijbuiters), de meesten wéten domweg niet eens wanneer de vastenmaand is begonnen.

Diep in hun hart lijden ze onder het feit dat ze verwekt zijn door Marokkaanse ouders, erger nog: door islamitische ouders. Dat hun geslachtsorgaan is besneden is hun grootste trauma. Als het kon zouden ze vandaag nog hun ouders aanklagen voor deze misdaad tegen de menselijkheid.

In het politieke spectrum voelen ze zich verwant met óf de socialisten/ marxisten (SP) of ze vinden hun heil in de rechtslibertijnse hoek (VVD).

Het zijn over het algemeen kunstliefhebbers (antieke oudheid, maar ook avantgardistische kunst), al zul je ze niet snel aantreffen op multiculturele festivals. De mogelijke aanwezigheid van Marokkanen (om het even welke groep) houdt hen daar weg.

5 DE MULTICULTI'S.

Deze groep is stukken behoudender. De meesten van hen hebben een Marokkaans-Arabische achtergrond. Ze doen ijverig mee aan goedbedoelde integratieprojecten. Hun diepere beweegredenen zijn echter minder filantropisch van aard: het eigenbelang staat voorop. Ze zijn vaak te vinden in de politiek, en opvallend vaak werkzaam in de multiculturele welzijnsector. Hun `achterban' valt samen met hun broodwinning.

Hun belangrijkste kwaliteit is het feit dat ze allochtoon zijn. Ze duiken regelmatig op in de moskee, niet uit godsvrucht, maar veeleer om `de kop te laten zien'. De achterban c.q. het potentiële electoraat eist een zekere islamitische levenshouding. Ze doen volop mee met allerlei Marokkaanse feesten en gebruiken, en tegelijk doen ze hun stinkende best de Nederlandse gewoonten en rituelen te omarmen. Op Koninginnedag dragen ze met trots een lintje, lopen ostentatief met oranje ballonnetjes en voor koekhappen zijn ze ook niet te beroerd. Niet dat ze die Hollandse folklore zo fantastisch vinden, maar ze zijn nu eenmaal aangewezen op de welgezindheid van de Hollanders, of liever gezegd: de subsidiënt.

Ze kiezen doorgaans voor de veilige weg en willen graag iedereen te vriend houden, omdat een vijandloze positie betere carrièrekansen biedt. Ze zijn herkenbaar aan keurige kledij, kostuum, stropdas, mantelpak. Een enkeling kiest voor de hoofddoek omdat dat scoort. Politiek zitten ze steevast links van het politieke spectrum, en roepen ze ach en wee om minderbedeelden. Ten minste, in Nederland. Want zodra ze voet op Marokkaanse bodem zetten veranderen ze in ongehoorde rechtse ballen, die elke arme sloeber die hen in de weg loopt een trap onder de kont geven. Op borrels, symposia en culturele festivals zijn ze niet weg te slaan; niet omdat ze zo dol zijn op de dialectiek of de kunsten maar omdat dit bij uitstek de plekken zijn waar de glossy visitekaartjes uitgewisseld kunnen worden met de bobo's. Toch goed dat ze er zijn.

Mohammed Benzakour is publicist en van Marokkaanse afkomst. In februari verschijnt zijn boek `Abou Jahjah - nieuwlichter of oplichter? De demonisering van een politieke rebel'.