De lezer schrijft over foto's van gevangen Saddam Hussein

Op de voorpagina van NRC Handelsblad van 15 december trof ik tot mijn ontsteltenis een drietal foto's aan van het medisch onderzoek van Saddam Hussein. Ook in andere dagbladen en op de televisie waren deze foto's te zien.

Volgens de medische ethiek, geldend in Nederland is elke patiënt voor de medicus gelijk, ongeacht zijn maatschappelijke achtergrond, zijn verleden, zijn politieke status, e.d. Elke patiënt heeft dan ook zonder uitzondering recht op privacy, zeker in een zo kwetsbare situatie als een medisch onderzoek. Dit geldt dus ook voor iemand als Saddam Hussein.

Deze medische ethiek vindt haar wortels in de westerse beschaving en komen ook tot uitdrukking in de universele rechten van de mens, waarden, die ook deze krant hoog in het vaandel voert.

Met de publicatie van deze foto's heeft u in strijd met deze waarden gehandeld. Niet alleen ikzelf, maar ook diverse van mijn collega's zijn deze mening toegedaan. Vanzelfsprekend doet dit niets af van het feit dat Saddam Hussein zijn gerechte straf voor zijn misdaden moet ondergaan.

R. van de Plassche, oud-bedrijfsarts sociale werkvoorziening, Heilig Landstichting

De krant antwoordt

Journalistiek is de kwestie of dergelijke foto's, waarvan inderdaad mag worden aangenomen dat ze de rechten van het individu schaden, gepubliceerd mogen worden. Immers, behalve wellicht het recht op privacy van de patiënt tijdens een medisch onderzoek, zijn ook de rechten van Saddam Hussein als krijgsgevangene in het geding. De Conventie van Genève van 1950 schrijft een menselijke behandeling van krijgsgevangenen voor, waarbij inbreuk op de persoonlijke waardigheid en in het bijzonder vernederende behandeling wordt verboden. Artikel 13 schrijft voor dat krijgsgevangenen beschermd moeten worden tegen geweld, intimidering, belediging en `publieke nieuwsgierigheid'. Krijgsgevangenen hebben recht op respect voor hun persoon `en hun eer', aldus artikel 14.

Tegelijk is de nieuwswaarde van deze beelden onomstotelijk. Het beeld van Saddam Hussein, bij wie kennelijk wangslijm wordt afgenomen om zijn identiteit vast te kunnen stellen, is het nieuws zelf. Het kan niet anders of het Amerikaanse leger heeft deze beelden verspreid om een publiek effect in de Arabische wereld te bereiken, waar zoveel wantrouwen en achterdocht heerst jegens westerse nieuwsbronnen. Deze beelden van Saddam Hussein hebben een vergelijkbare politieke waarde als de tv-beelden van het omtrekken van zijn standbeeld bij de bliksemintocht in Bagdad.

Nu heeft de krant natuurlijk de vrije keuze om dergelijke beelden niet te laten zien. Tegelijk moet de krant ook informeren. Aangezien het beeld hier het nieuws ís, ermee samenvalt, kan de redactie niet om zo'n foto heen. Het alternatief zou zijn deze beelden in de tekst na te vertellen, hetgeen voor de lezer een vrij absurd effect zou opleveren. Er zit nog een kant aan de zaak. Mag Saddam Hussein zelf, in het licht van de verdenkingen jegens hem en zijn grote verantwoordelijkheden, meteen na arrestatie al absolute aanspraak maken op medische privacy en bescherming tegen nieuwsgierigheid? Er kan ook geredeneerd worden dat van publicatie van de op zichzelf onrechtmatige beelden ook gunstige effecten verwacht mogen worden, die opwegen tegen de nadelen voor het individu. Daardoor zou inbreuk op zijn privacy, zij het voor de korte periode vlak na zijn arrestatie, gerechtvaardigd genoemd mogen worden.

    • F.E. Jensma