De kwetsbare natie

Wat is belangrijker: de scheiding tussen kerk en staat of de vrijheid van godsdienst? Frankrijk koos deze week nadrukkelijk voor het eerste: de laïcité. President Chirac kondigde een bij wet geregeld verbod op hoofddoeken af op openbare scholen. `Achter de deur van het kaartenhuis Frankrijk ligt een wolf.'

Mijn groenteman en zijn vrouw zijn de zachtaardigheid zelve. Hun winkeltje is de `arabe du coin', de buurt-arabier. Ze kwamen ooit, op jonge leeftijd, uit Tunesië. Toen we eens te spreken kwamen over de aanslagen van 11 september, zuchtte hij diep en analyseerde: ,,Het is het fanatisme van de mensen, dat de wereld ongelukkig maakt.''

Vorige maand droeg zijn vrouw plotseling een hoofddoek. ,,Ik ben moslim'', stamelde ze zachtjes en verlegen, in reactie op mijn verbaasde vraag. Toen ik, later, haar man ernaar vroeg, kreeg ik een donderpreek over het hiernamaals.

,,Ze moet, van haar man.'' De eigenaresse van de kiosk weet het zeker. ,,Ze worden beiden onder druk gezet door fundamentalisten'', weet op zijn beurt de bakker. We kijken elkaar aan, en schudden gedrieën het hoofd.

We weten het niet.

In zijn statige kantoor, in een typisch Parijs paleisje nabij Place de la Concorde, zegt Bernard Stasi, ombudsman van de Republiek, ook niet te weten waarom een al oudere vrouw uitgerekend op het moment dat er een nationaal debat over hoofddoeken woedt, er een gaat dragen. Toch maakt het rapport over de scheiding van kerk en staat, op verzoek van president Jacques Chirac opgesteld door een naar Stasi vernoemde commissie van twintig `wijzen', onverbloemd gewag van ,,druk en manipulatie van politiek-religieuze activisten''. Ook spreekt het rapport over ,,georganiseerde groepen die de weerstand van de Republiek op de proef stellen''.

,,Dat die groeperingen bestáán'', zegt Stasi ,,is ons wel gebleken uit de hoorzittingen. Jonge vrouwen hebben, vaak op eigen verzoek, incognito en achter gesloten deuren voor onze commissie getuigd van de verschrikkelijke druk waaraan zij blootstaan. De inlichtingendiensten hebben ons hetzelfde verteld. Frankrijk wordt volgens hen op dit moment overspoeld door `islamisten'. Dat hier vooralsnog geen aanslagen worden gepleegd, schijnt daar een bewijs temeer van te zijn. Die groepen willen graag met rust gelaten worden.''

Vorige week bracht de commissie-Stasi rapport uit, met aanbevelingen voor wetgeving. Er zou een verbod moeten komen op `opzichtige' religieuze tekens op openbare scholen. De tekens werden ook genoemd: hoofddoeken, keppeltjes en `grote' kruisen. President Jacques Chirac nam de aanbeveling over en kondigde deze week een bij wet geregeld verbod aan. Daarmee is Frankrijk de enige westerse democratie waar de vrijheid van het individu op dit vlak beperkt wordt. Een Amerikaanse overheidsfunctionaris heeft inmiddels gezegd dat Amerika zich `ernstige zorgen' maakt over de vrijheid van godsdienst in Frankrijk en de ontwikkelingen `met aandacht' zal volgen.

In Frankrijk zelf wordt het vrouwenblad Elle dezer dagen volop geciteerd. Het blad heeft een peiling gehouden onder moslimvrouwen, waarvan Frankrijk er volgens het blad 1,7 miljoen telt. De ondervraagden zijn ,,fundamentalisten (...) maar ook, en vooral, de zwijgende meerderheid''. Achttien procent is van mening dat hoofddoekdragende vrouwen daartoe gedwongen geworden. En hoewel volgens de commissie-Stasi de integratie mislukt is, zegt een zeer grote meerderheid (91 procent) van de ondervraagde vrouwen ,,zich geïntegreerd te voelen''.

Vriendinnen van vriendinnen

In zijn tot aan het plafond met boeken volgestouwde werkkamer, thuis, maakt de socioloog Pierre Birnbaum, hoogleraar aan de Sorbonne-universiteit en schrijver van een twintigtal boeken over de verhouding tussen de burger, en met name de joodse burger, en de Staat, een wegwerpgebaar. ,,De ondervraagde groep telde driehonderd vrouwen! Je reinste flauwekul! Een representatieve groep moet uit meer dan duizend individuen bestaan. Het kan bovendien niet anders of het gaat om vriendinnen van vriendinnen van vriendinnen. Dat is precies het probleem in Frankrijk. De wet verbiedt raciale en religieuze statistieken. De Republiek erkent alleen maar de citoyen, de burger. Die is man noch vrouw, moslim noch jood, zwart noch wit. Wij wetenschappers hebben geen enkel houvast om onderzoek te kunnen doen naar gedrag van groepen en hun motieven. Etnisch onderzoek is verboden. We zijn overgeleverd aan de journalistiek. Het is een problematische kant van de laïcité.''

De laïcité. Afgeleid van laïcat, lekendom. Het is de bron van het Amerikaanse onbegrip. De Franse variant van de scheiding tussen kerk en staat, zo wordt voor het gemak meestal gezegd. Maar de laïcité is veel meer dan dat. Het begrip wordt genoemd in het eerste artikel van de Grondwet en het is daarmee `het hart van onze republikeinse identiteit', zoals president Chirac het in zijn aankondiging van het wettelijke verbod deze week uitdrukte. `Hoeksteen' zei hij ook, citerend uit het rapport-Stasi. Voor de wijzen van de commissie vertegenwoordigt het begrip drie `onlosmakelijke waarden': vrijheid van denken, rechtsgelijkheid voor gezindten en godsdiensten, en neutraliteit van de politieke macht.

Behalve hoeksteen is de laïcité ook ,,sluitsteen van het gewelf van de état-nation'', zegt Birnbaum. ,,De eenheid van staat en volk is een typisch Franse uitvinding, dat wil zeggen, ze is geen keuze maar een gevolg van onze geschiedenis. Bijna alle grote scheuringsoorlogen en burgertwisten van de negentiende eeuw zijn Frans. Het debat van vandaag over de hoofddoek wortelt in die geschiedenis. De laïcité houdt de eenheidsstaat Frankrijk bijeen. Door strikte neutraliteit zorgt de staat dat de gemoederen onder het samenraapsel dat Frankrijk was, niet verhitten. Tegelijkertijd veronderstelt de laïcité ook `neutraliteit' in het openbare leven van de burger. Het is in die zin ook een toetssteen voor gedrag, voor het Republikeinse burgerschap.''

De Franse zorg om neutraliteit komt tot uitdrukking in de afkeer van het `communautarisme', het opkomen voor de eigen belangen van minderheden, of het nu om geloofsgroeperingen of om homo's gaat. Lobby's zijn uit den boze. Birnbaum vindt het daarom ,,bewonderenswaardig en moedig'', dat de commissie-Stasi zo vaak het woord `diversiteit' gebruikt in haar rapport. ,,Het was zo goed als afwezig in de toespraak van Chirac, terwijl hij in internationaal verband juist voortdurend aandringt op diversiteit. Al lijkt dat niet zo, het is logisch. Een land als Nederland is gebaseerd op zuilen, op pluralisme. Maar dit land, tot eenheid gesmeed met zoveel bloedvergieten, kan zich geen pluralisme permitteren. Een kwetsbaarder land dan Frankrijk is moeilijk denkbaar – en dat weet het. Chirac weet het. Hij preekt de illusie van eenheid. Het is bijna moedwillig naïef, maar het kan niet anders. Pluralisme leidt tot conflicten en die zijn, hoe vruchtbaar soms ook elders, in dit land zeer, zeer, zeer gevaarlijk.

Vervolg op pagina 40

De kwestbare natie

Vervolg van pagian 39

De collectieve herinnering aan de Revolutie, de St.-Bartolomeusnacht, de Commune, aan de godsdienststrijd van het begin van de twintigste eeuw die de laïcité tot gevolg had, is nog springlevend.''

Hoeksteen, sluitsteen, toetssteen – en nog is daar niet alles mee gezegd. Birnbaum noemt de laïcité ook nog `de grote integratiemachine'. Vanaf het midden van de negentiende eeuw al is Frankrijk immigratieland. Grote groepen Polen, Italianen, Armeniërs, `kleine joden', zoals Birnbaum zegt, van waar ook, overspoelden het land. Ze werden allemaal, met dank aan de Revolutie van 1789 en de laïcité, Frans staatsburger: `universeel' mens. Wat ze verder nog waren, deed er niet toe. Mocht er niet toe doen. Terwijl Nederland op zoek is naar normen, waarden en identiteit, kent Frankrijk die voor zichzelf al een paar eeuwen.

Maar, constateert Birnbaum, en met hem de commissie-Stasi: ,,De integratiemachine is kapot.'' De analyse ontbreekt, omdat er geen onderscheid gemaakt mag worden tussen bevolkingsgroepen. Dankzij dezelfde laïcité. ,,Onder meer'', nuanceert Birnbaum. Maar aan beantwoording van de vraag of de andere oorzaken misschien liggen bij de enige groep die niet integreert, de moslims, waagt hij zich niet. ,,Dan verval je in vreemdelingenhaat'', zegt hij eenvoudig. ,,Ik wil me beperken tot constateringen.''

Dat doet de commissie-Stasi ook. Aanleiding voor de instelling van de commissie door president Chirac zelf was aanvankelijk de aankondiging van minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy, begin vorig jaar, dat de staat de bouw van moskeeën ging financieren. Hij wilde daarmee een einde maken aan de `islam van de kelders en de garages' en aan de invloed van buitenlandse geldschieters als Saoedi-Arabië. Ook stelde Sarkozy een moslimraad in als gesprekspartner voor de overheid. Daarmee kreeg hij voor elkaar wat opeenvolgende ministers van Binnenlandse Zaken jarenlang vergeefs geprobeerd hadden. Maar de bemoeienis van de overheid met geloofsaangelegenheden – met de bedoeling een Franse islam tot stand te brengen – raakte wel direct aan het leerstuk van de laïcité.

Begrafenisstoet

Met het oog op de discussie die daarover ontstond, gaf president Chirac Bernard Stasi in juli vorig jaar de opdracht zich te buigen over de laïcité. De opdracht resulteerde in een rapport waarin nauwgezet alle facetten van de laïcité, als van een diamant, beschreven worden. Op de financiering van moskeeën door de overheid gaat het rapport nauwelijks in. Stasi: ,,Bij een nauwe interpretatie van de laïcité past financiering niet. Maar wij tonen juist aan dat het leerstuk steeds is aangepast aan de behoeften van de tijd. Ooit was de laïcité het uitgangspunt voor gemeentelijke verordeningen ten aanzien van het luiden van klokken of katholieke begrafenisstoeten. Daar hoor je nu geen mens meer over.''

Aan het leerstuk zelf wordt niet getornd. Het ging er niet om, zoals Chirac in zijn toespraak zei, ,,dit principe te herzien, noch om er de grenzen van te verleggen''. Integendeel, het rapport en de nieuwe wet hebben in de woorden van de president tot doel ,,de laïcité ten volle van kracht te laten zijn, in overeenstemming met het evenwicht dat wij hebben weten te bereiken en in overeenstemming met de waarden van de Republiek''.

De grenzen zijn niet verlegd, wel verkend, door de commissie. Zij hoorde, in het openbaar of achter gesloten deuren, honderdveertig getuigen. Ministers, bisschoppen, rabbijnen, rectoren van moskeeën, staatsrechtsgeleerden maar ook ziekenhuispersoneel, schoolconciërges, intellectuelen en schrijvers. Niet alleen stemmen aard en werkwijze van de commissie-Stasi overeen met die van de Nederlandse commissie die onlangs de integratie onder de loep nam, ook de gesignaleerde problemen doen dat. Net als in andere westerse democratieën gaat het om spanningen rondom islamitische burgers. Weigering van patiënten in ziekenhuizen door een arts van het andere geslacht behandeld te worden, verzuim van moslimmeisjes bij gemengde sportlessen, weigering het examen af te leggen bij een leraar van het andere geslacht, gezagsproblemen van vrouwelijke leerkrachten ten aanzien van moslimjongens.

De aanbeveling van de commissie om `opzichtige' religieuze tekens op openbare scholen te verbieden was, hoewel de belangrijkste, niet de enige. De commissie brak ook een lans voor de instelling van twee vrije dagen, op een joodse en een islamitische feestdag, voor scholieren. In ruil zouden twee vrije christelijke feestdagen geofferd moeten worden. Deze aanbeveling deed na de verschijning van het rapport, vorige week donderdag, het meeste stof opwaaien. Chirac, als koning-president de enige arbiter, nam de aanbeveling niet over.

Naar de presidentiële toespraak was halsreikend uitgekeken. In de feestzaal van het Elysée waren vierhonderd genodigden – vertegenwoordigers van de verschillende geloofsgroepen, van politieke partijen en vakbonden, van de Raad van State, leerkrachten en leerlingen, ziekenhuisdirecties en verplegers – aanwezig. De toespraak werd rechtstreeks op televisie uitgezonden. Er was alles aan gedaan om de toespraak het karakter van een plechtige staatsaangelegenheid te geven.

Dat wás het ook, het ging misschien wel om de ,,belangrijkste toespraak uit zijn loopbaan'', zo beaamt Bernard Stasi. ,,Aan het slot van zijn toespraak zei de president dat het uiteindelijk gaat om de vraag: welk Frankrijk willen we? Hij gaf er blijk van zich ten volle bewust te zijn van de inzet.''

Maar die is, te oordelen naar de aangekondigde maatregel, niet meer dan een lap stof: de hoofddoek. Stasi geeft het grif toe, maar windt zich ook op: ,,Het heeft ons ontzettend geërgerd dat de pers het hele probleem al maandenlang terugbracht tot de hoofddoek. Het gaat natuurlijk om veel meer. Meisjes, jonge vrouwen, smeekten ons: bescherm ons. Als ze er al niet toe gedwongen worden door hun omgeving, dan dragen ze de hoofddoek om niet voor hoer uitgescholden te worden. Welnu, één van de kerntaken van de Staat is zijn burgers te beschermen. Dat doen we met dit verbod.

,,Het gaat inderdaad om de vraag welk Frankrijk wij willen. De moslims in dit land worden steeds talrijker. Als die vasthouden, vrijwillig of gedwongen, aan een islam van strijd, een agressieve islam, dan is Frankrijk straks geen Frankrijk meer. Dan worden in dit land straks geen mensenrechten meer gerespecteerd. Frankrijk biedt moslims de kans een republikeinse variant van hun geloof uit te vinden. In hun landen van herkomst heerst een achterlijke variant van hun geloof, die verbonden is met dictaturen. Onze westerse waarden bestaan er niet. Natuurlijk komen wij op voor die waarden. Zeker, er zijn landen in West-Europa waar men de zaken op hun beloop laat. Dat doen wij niet. Als dat strijd kost, dan kost het maar strijd. Maar het is vooralsnog geen begin van de `clash of civilizations'. Het is het voorkómen daarvan.''

Voor Pierre Birnbaum is het verbod een `natuurlijk, uit de geschiedenis voortvloeiend gegeven'. ,,De laïcité was oorspronkelijk een wapen. Daarmee heeft Frankrijk niet godsdiensten bestreden, maar dé godsdienst. Dat was vanaf de Revolutie tot aan het begin van de twintigste eeuw niet de islam, maar de katholieke kerk. Dit land wordt niet voor niets nog steeds aangeduid als de `oudste dochter van Rome'. De katholieke kerk was een politieke macht die gebroken moest worden. Die reflex zit er nog steeds in. Zoals het traditionele centralisme de regio, met haar eigen talen en culturen en de daarmee gepaard gaande onafhankelijksdrang, in het keurslijf van de Republiek heeft gedwongen, zo heeft de laïcité de katholieke kerk op een zijspoor gezet. Nu de islam aan de wetten van de Republiek morrelt, treedt de Republiek daartegen op.''

Morgen houden moslimorganisaties een demonstratie in Parijs tegen de voorgenomen wet. Stasi is er niet van onder de indruk. Hij acht het verbod `niet buitensporig'. De Parti Socialiste, die zich overigens nauwelijks heeft laten horen in het hele debat, had ervoor gepleit `zichtbare' tekens te verbieden. Dat zou een objectiever criterium zijn geweest. Stasi beaamt dat, maar juist daarom heeft de commissie gekozen voor `opzichtig'. ,,We hebben de leerkrachten een standaard en houvast willen geven voor stressvolle situaties, maar tegelijkertijd een onderhandelingsmarge willen bieden. Het woord `opzichtig' is voor discussie vatbaar en nodigt uit tot praten. De laïcité is een buigzaam begrip, geen dogma. Dat komt in deze woordkeuze tot uitdrukking.''

Islamitische feestdag

De aanbeveling tot de instelling van een joodse en een islamitische feestdag ter bevordering van de gelijkheid tussen godsdiensten heeft het niet gehaald. De schoolkalender, zo zei Chirac, telt er al `veel' en de twee vrije dagen zouden werkende ouders in moeilijkheden brengen. Stasi haalt er zijn schouders over op: ,,Die dagen komen er, vroeg of laat. Het is een kwestie van afwachten. Het is politiek niet het juiste moment, nu dat de pinkstermaandag al opgeofferd gaat worden ten behoeve van de financiering van betere voorzieningen in de bejaardenhuizen.''

Birnbaum betreurt het zeer dat het voorstel over de feestdagen niet is overgenomen. ,,Het was een prachtig gebaar van juist laïcité geweest. De staat is neutraal, maar in dit land zijn, weliswaar om begrijpelijke, historische redenen, alle feestdagen katholiek. Joodse en islamitische kinderen mogen wegblijven van Chirac op voor hun belangrijke feestdagen, op voorwaarde dat ze het van tevoren netjes vragen. Dat betekent, dat in een klas waar de hoofddoek als `opzichtig' teken van geloofsovertuiging nu verboden wordt, kinderen hun vinger moeten opsteken om zich kenbaar te maken als jood of als moslim.''

Birnbaum heeft een andere verklaring dan Stasi voor de verwerping door de president van het voorstel over de feestdagen. Die houdt verband met het Front National. ,,Nederland heeft de oprisping van Pim Fortuyn gehad. Dat is niets vergeleken bij de wurggreep waarin het Front National dit land al dertig jaar vasthoudt. De hele hoofddoekkwestie moet in het licht gezien worden van het doordringen van de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen tot de tweede ronde bij de presidentsverkiezingen van vorig jaar. Achter de deur van het kaartenhuis Frankrijk ligt een wolf. In het voorjaar zijn de regionale verkiezingen. Het Front wordt twintig, in sommige regio's zelfs dertig procent van de stemmen voorspeld.''

Het Front National was tegen een wettelijk verbod van de hoofddoek. Marine Le Pen, dochter van, heeft al vergenoegd vastgesteld dat het Front door het verzet tegen de wet is uitgegroeid tot `de grootste oppositieparij'. Birnbaum vindt het verzet van het Front `logisch'. ,,De hoofddoeken maken de vijand zichtbaar. Mooier kan het niet. Van integratie is het Front afkeriger dan de grootste fundamentalist. Daarom haten ze joden nog meer dan moslims. Joden zitten `overal', maar je ziet ze niet. Ze zijn geïntegreerd.''