De familie Lutteput in Gambia

Voor zonvakanties in de winter wordt Gambia populairder. Paul Steenhuis reisde naar het West-Afrikaanse land - niet alleen voor het strand. Gelukkig maar, want dat was er even niet.

De eerste dag in Gambia durfden we eigenlijk het hotelterrein nauwelijks af.

We hadden al wel gelezen in de reisgidsen dat de je veel lastig gevallen kunt worden door Gambianen die hun diensten aanbieden in ruil voor een paar euro of dallasi (de lokale munt), maar dan denk je ach, dat zal wel meevallen met die hustlers.

Maar goed. Op het vliegveld bij Banjul, Gambia's hoofdstad, waar we na uren vertraging omstreeks drie of vier uur in de nacht aankwamen (vijf uur vliegen van Amsterdam) kwamen we in een heksenketel terecht. Nauwelijks waren we door de douane, of alle koffers waren al door vriendelijke Gambianen van de transportband gerukt, op karretjes gegooid en naar bussen gebracht, zonder dat zij wisten van wie de spullen waren, en naar welk hotel die moesten. Een lichte paniek in donker donker Afrika maakt zich dan toch wel meester van het verwende blanke toeristengezin dat een weekje zon, strand en West-Afrikaanse cultuur komt beleven. De familie Lutteput in Gambia. Ook al omdat er maar twee representanten van een reisorganisatie te midden van deze kluwen behulpzame mensen stonden – niet van onze reisorganisatie.

Nu ja, na wat sissen, zoeken en praten – Gambia is een voormalige Engelse kolonie, dus je kan je in het Engels redden – was de bagage gehergroepeerd en zaten we in een van de bussen naar de toeristenhotels. Het was een gokje, want echt begrijpen waar we heen gingen in de donkere nacht wisten we niet, maar de kans dat we goed zaten was groot, omdat de meeste toeristenhotels in Gambia zijn gevestigd in Kololi, een plaats aan het strand van de Atlantische Oceaan bezuiden de hoofdstad Banjul. Echte Afrika-gangers halen hun neus op voor zulke hotels, maar wij waren blij, toen we uiteindelijk, tegen vijven in de ochtend, in Hotel Senegambia arriveerden – en onze reservering zelfs bleek doorgekomen.

De eerste dag was het dus een beetje acclimatiseren in het hotel, ook al omdat we – toen we ons even uit de poort van het hotel waagden – meteen weer beroepen werden met kreten als `Hey happy family, do you need a taxi,' of `Hello what's your name bossman, I have...'. Een soort eendaagse tropenkolder maakt zich van je meester, die je moet leren bedwingen, anders zie je helemaal niets van West-Afrika. Op Schiphol had bij het inchecken een Nederlander die in Gambia woont (`Sigaretten en bier zijn er zo goedkoop!') al gezegd: ,,Ze schooien, maar daar moet je je niks van aantrekken.''

GIEREN & APEN

Die eerste dag in het hotel was overigens zeer de moeite waard. We waren natuurlijk niet voor de grote wilde dieren naar dit kleine West-Afrikaanse land gekomen. De enige leeuw die ze in Gambia hadden, was een geschenk van een Nederlandse dierentuin, vertelde onze gids later, en olifanten – ja die waren er ooit wel, maar die zijn allemaal doodgeschoten door jagers. Maar een paar wilde dieren wil je als toerist toch wel zien voor je Afrika-gevoel. En daarin kwamen we op het hotelterrein al ruimschoots aan onze trekken.

Gambia is bij zonzoekende Nederlanders in trek. Vandaar dat rond het zwembad in ons hotel voornamelijk Nederlands werd gesproken. ,,We gingen vaak naar de Canarische eilanden, maar dat is minder zonzeker'', zei de ene zwemster tegen een andere. ,,Maar we gaan nu naar Gambia. Ongeveer net zo lang vliegen, net zo duur. En altijd zon.'' Ook Belgen, Duitsers en Britten waren er rond het zwembad. Maar de opmerkelijkste bezoekers waren toch de gieren.

Tegen elf uur 's ochtends komen hoog uit de lucht steeds meer gieren cirkelend op het zwembad af. Ze strijken neer in de palmen bij het bad. Alsof ze zitten te wachten om een zwemmer op te peuzelen.

Maar dat is niet zo. Even later blijkt dat ze om ons, toeristen, te behagen, gevoederd worden met kipresten en ander vlees. Een beetje nep dus, maar wel een spectaculair gezicht, elke ochtend vale gieren rond je zwembad. En je wordt meteen gevoelig gemaakt voor wat er verder nog fladdert en beweegt in de hoteltuin: veel kleurrijke kleinere vogels, zoals de red beaked hornbill en het rode bisschopsvogeltje, zo rood dat hij wel lijkt te gloeien. En vlinders, veel vlinders. En varanen of andere grote hagedissen kruipen door het gras – dat bevredigt het dieren-Afrikagevoel al ruimschoots. En als dan 's avonds op de eerste dag van de vakantie ook apen het hotelterrein opkomen en rond het zwembad gaan zitten – dan is het helemaal goed. De apen komen uit een nabijgelegen klein natuurreservaat, het Bijilo Forest Park, op wandelafstand van het hotel merkten we later toen de tropenkolder geweken was, en vol met twee apensoorten, reuzespinnen, en termieten die van de rossige klei meer dan manshoge torens bouwen onder de hoge palmen in de duinen.

GIDS & KROKODIL

We besloten een Official Tourist Guide te nemen, een van de van staatswege opgeleide, betrouwbare gidsen, die voor het hotel onder een afdakje posteren. Dat was een succes. Onze gids, Karl heette hij, ontsloot de wondere en kleurrijke wereld van Gambia voor ons, en hield de hustlers op afstand. In een laatste stuiptrekking van ons Afrika-dierengevoel wilden we naar een van de heilige krokodillenpoelen, waar Gambianen volgens de verhalen komen om goede geesten, bijvoorbeeld die van de vruchtbaarheid, op te roepen met hulp van de heilige krokodillen. De weg er naar toe, door de armere buitenwijken van Banjul, was eigenlijk boeiender dan de poel bij Bakau zelf. Met een dode vis werd een dikke krokodil uit het met waterlelies bedekte water gelokt voor een handjevol toeristen, en we mochten de volgevreten heilige aaien. Daarna konden we een krokodillentand kopen, een echte, verzekerde men ons, en niet duur! De neiging om geld te blijven uit te delen, omdat je toch nog iets goed wil doen, is groot, maar stuit ook op praktische bezwaren: je hebt niet genoeg geld om iedereen te helpen in Gambia.

Op onze tochten met de gids door de binnenlanden van Gambia, onder meer naar de voormalig slavendorpen Jufureh en Albreda, reden we langs menig schooltje waar een Nederlandse of Duitse vlag uithing: die krijgen steun van particulieren uit die landen, vertelde Karl. De markt in Banjul hing vol met spijkerbroeken en ander hip tweedehands goed uit West-Europa. De stadsbussen in Gambia kwamen uit Barcelona, naambordjes er nog op, en we zagen veel vrachtwagens met Nederlandse bedrijfsnamen. Afgeschreven in onze wereld, in vol bedrijf in West-Afrika. We zijn op prachtige plekken geweest met onze gids, in dorpjes met vriendelijke, vrolijke mensen, in mangrovemoerassen, op plekken waar vis uit de oceaan werd gehaald met wankele pirogues, op geitenmarkten. En bij het bijna verlaten Paradise Beach bij Sanyang, waar oudere blanke dames flaneerden met jongere Gambianen. Het was meer dan de moeite waard. West-Afrika is arm maar mooi.

STRAND & BAGGERWERK

En toen wilden we dus ook nog naar het strand. Bij het hotel. Maar daar wachtte ons een nieuwe verrassing. En dan bedoel ik niet de boom vol kwetterende wevervogeltjes die aan het strand hun zelf geweven nestzakken hadden gebouwd.

Het strand was er niet. Weg. Afgekalfd. Er lag een restje strand, met agenten er op om hustlers weg te houden, en verder lagen er allemaal enorme grote roestige buizen. En reden er blanke mannen rond met kleurige meetstokken, Nederlanders. Voor de kust in de oceaan dobberden steeds zandzuigers. Nederlandse zandzuigers. ,,Voor de kerst zijn we klaar'', zei een van de metende mannen, ,,dan is er weer strand in Gambia''. Hij vertelde dat baggerbedrijf D. Blankevoort en consultancybedrijf Haskoning uit Nederland bezig waren alle afgekalfde stukken oceaanstrand in Gambia weer op te spuiten. Mede doordat er voor de bouw van hotels – er komen er steeds meer aan het strand in Gambia – en andere bouwprojecten 's nachts illegaal zand van het strand gehaald zou worden, kalft er steeds meer strand af. Kusterosie is een groot probleem in Gambia. ,,Maar met de kerst is alles weer in orde'', beloofde de man nog eens.

Bij de hoofdvestiging van D. Blankevoort International Dredging Company in Bloemendaal, bevestigden ze dat deze week: `Het strand van Gambia is klaar'.

Verschillende reisorganisaties bieden reizen naar Gambia vanaf Schiphol aan, zoals www.suntrex.nl, www.gambiatravel.com en www.dereisgigant.nl met aanbeidingen voor 8 daagse reizen vanaf rond de 300 euro.

Vaccinaties (gele koorts etc.) en malariakuur zijn aanbevolen voor Gambia, informatie bij de lokale GGD.