`Consumeren is een morele daad'

De Nederlandse boer moet weer trots kunnen worden op zijn beroep en zijn product. Daarvoor zijn er volgens minister Veerman van Landbouw vooral in de intensieve veeteelt ingrijpende maatregelen nodig.

Minister Veerman draait er niet omheen. ,,Nee, de intensieve veehouderij is nu geen sector om trots op te zijn. Veel veehouders schamen zich voor hun sector, en dat is begrijpelijk. De dierziektes van de afgelopen jaren hebben het imago veel kwaad gedaan.'' Veerman wil dat de boer weer trots kan worden op zijn beroep en zijn product. Maar daarvoor zijn volgens de minister ingrijpende maatregelen nodig. Die heeft hij gisteren aan het kabinet gepresenteerd.

Het is begin maart, de vogelpest is op zijn hoogtepunt. Dagelijks worden er tientallen besmettingen gemeld. Ruimingsploegen van het ministerie zijn dag en nacht bezig met het doden van zieke en gezonde kippen, eenden en ganzen. Pluimveehouders lijden tientallen duizenden euro's verlies. De minister van Landbouw is, na de varkenspest en de mkz-crisis van de afgelopen jaren, opnieuw de minister van crisisbestrijding.

Niet alleen de kippen zijn ziek, ook met de veehouderij als geheel is het volgens Veerman ernstig mis. De winstmarges dalen steeds verder, de belasting voor het milieu is te hoog, en veel dieren leiden een even kort als ellendig bestaan. ,,De sector moet tot inkeer komen'', zegt hij in een interview met deze krant. Hij belooft een `breed maatschappelijk debat' over de vraag waar het met de veehouderij heen moet.

Inmiddels is het maatschappelijke debat achter de rug. In het hele land zijn bijeenkomsten geweest waar milieuorganisaties, dierenbeschermers en andere betrokken partijen met elkaar hebben gesproken. Bij een aantal is Veerman zelf aanwezig geweest. Hij heeft goed geluisterd, zegt hij. En nu heeft hij zijn conclusies getrokken. Tussen de Europese `bilateraaltjes' over de nieuwe visquota door, licht Veerman zijn bevindingen toe.

Heeft de intensieve veehouderij nog toekomst in Nederland?

,,Ja, maar dan zullen de veehouders hun strategie wel moeten herzien. De concurrentie uit de rest van de wereld dwingt hen daartoe. Boeren moeten zich gaan richten op consumenten binnen de driehoek Londen-Berlijn-Parijs, die hoge kwaliteit willen, en daar wat meer geld voor over hebben. En onder kwaliteit versta ik nadrukkelijk ook meer aandacht voor dierenwelzijn. De bedrijfskolom moet ook transparanter worden: de consument moet kunnen zien waar het product vandaan komt. Hoeveel veehouders zullen het hoofd niet boven water kunnen houden?

,,Ik weet het niet. En ik vind het ook niet zo relevant. Ik ben er niet om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk veehouders in Nederland zijn, ik ben er om te zeggen in welke situatie ze zich bevinden, en gezamenlijk naar een oplossing te zoeken. En voor een veehouderij die hoge kwaliteit levert, die let op milieu en dierenwelzijn, zie ik kansen. Maar tegen boeren die alles bij het oude willen houden, zeg ik: `Vrienden, die strategie zal niet werken'.''

Hoe weet u zo zeker dat de consument dierenwelzijn en milieu zo belangrijk vindt? Uit de verkoopcijfers van biologisch vlees blijkt dat niet.

,,Dat weet ik ook niet zeker. Maar ik constateer dat honderdduizenden mensen geld doneren aan organisaties die opkomen voor natuur, milieu en dieren. Daaruit leid ik af dat het onderwerp veel mensen zeer aan het hart gaat. En als het koopgedrag daarvan afwijkt, leg ik de vinger op die inconsistentie.''

Komt er een langdurige overheidscampagne om mensen daar bewuster van te maken?

,,Ik vind het in de eerste plaats een taak van het bedrijfsleven. Zij moeten dierenwelzijn in hun product zien te verwaarden. De overheid kan dit ondersteunen door bijvoorbeeld een helder certificeringssysteem in te voeren, waardoor de consument direct ziet wat hij koopt.''

En als die consument toch besluit om goedkoop vlees uit, zeg, Oost-Europa of Brazilië te kopen?

,,De consument is vrij in zijn keuze. Die kan de overheid niet voorschrijven, en dat moet zij ook niet willen. De overheid moet de consument alleen duidelijk maken dat er een causaal verband is tussen zijn koopgedrag en de manier waarop wij met dieren omgaan. Want consumeren is een morele daad, je zet iets in gang.

,,Maar als de consument zegt: `ik koop wat ik wil en daar heb jij niets te maken', zeg ik: point taken, ik betuttel u niet. Maar dan stellen we één ding vast. Dat we met z'n allen mooie praatjes houden, maar dat ons gedrag daarmee in tegenspraak is. En dan houden we er dus ook voor altijd over op. En tegen Youp van `t Hek, die zich daar terecht erg druk over maakt, zeg ik dan: `Je hebt geen punt'.''

U legt de verantwoordelijkheid dus bij de consument. Maar u zou ook strengere eisen kunnen opleggen aan veehouders. Waarom doet u dat niet?

,,Ik geloof niet in het opleggen van dwang. De mogelijkheden van de overheid zijn beperkt. Je moet de harten van de mensen winnen, ze overtuigen.''

Is dat niet wat vrijblijvend?

,,Noem het maar vrijblijvend als je mensen ergens op aanspreekt!''

U zegt vaak: de toekomst wordt niet vanuit Den Haag bepaald. Bedoelt u daarmee dat je de samenleving niet met wetten kunt veranderen?

,,Jawel, dat kan wel degelijk. Maar niet alleen met wetten, zelfs niet in de eerste plaats met wetten. Overigens is het helemaal niet zo dat we geen strengere regels opleggen, alleen doen we dat in Europees verband. Daar probeer ik de maximale vervoerstijden voor dieren omlaag te krijgen, daar praten we over betere regels voor dierziektebestrijding, en over de spleetbreedte van de vloeren in varkensstallen. We hebben in Europa bewerkstelligd dat kalveren niet meer in kisten worden gehuisvest. Deze aanpak levert dus wel degelijk resultaat op. Maar ik ga de Nederlandse veehouders geen strengere regels opleggen dan de boeren in het buitenland. Dan kan ik ze net zo goed vragen er maar direct mee op te houden.''

Veerman wil de intensieve veehouderij veranderen, maar Europa werkt aan nog veel meer veranderingen van de landbouw. In juni dit jaar besloten de ministers van Landbouw in de Europese Unie tot de grootste hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ooit. De productiegerelateerde subsidies, die in het verleden overproductie uitlokten, werden grotendeels afgeschaft, in vakjargon `ontkoppeld'.

Nederland behoorde tot de voorstanders van ontkoppeling. Frankrijk, een land dat een grote agrarische sector heeft, was tegen, omdat het de leegloop van zijn platteland vreesde als boeren niet meer voor hun subsidie hoefden te produceren. Er kwam een ingewikkeld compromis uit de bus, met veel uitzonderingen.

Verwacht u dat na de hervorming van het Europese landbouwbeleid, met de gedeeltelijke ontkoppeling van de inkomenssteun aan de boeren, productiepatronen gaan veranderen? Wat wordt daarin de rol van de boer?

,,Daar kan ik geen algemeen antwoord op geven, maar over de toekomst van de Nederlandse boer kan ik wel wat zeggen. Er zal niet meer één bedrijfstype of één type boer zijn, het zal heel erg door elkaar gaan lopen. Je krijgt nieuwe mengvormen van activiteiten.''

Gemengde bedrijven van vee en akkerbouw komen weer terug?

,,Bijvoorbeeld. Dat heeft een aantal milieu- en kostenvoordelen. Je zult ook zien dat de productie en consumptie steeds dichter bij elkaar komen te liggen, alleen al door de beperking van de vervoersafstanden voor dieren. Dat is al een zekere regionalisatie. De betrokkenheid van de burger op zijn voedsel heeft een heel erg regionale connotatie: je weet waar het vandaan komt, het is vertrouwd. Daar zal op worden ingespeeld, dat gebeurt trouwens al volop.

,,Verder verwacht ik dat agrarische activiteiten veel meer zullen samengaan met recreatie en zorg. Ik las pas dat alleen al in Friesland ruimte is voor een paar honderd zorgboerderijen waar gehandicapten dieren verzorgen. Wat een fantastische combinatie: mensen die geestelijk of lichamelijk gehandicapt zijn, bloeien daar op.''

Even terug naar de WTO-onderhandelingen over handelsliberalisering. Laten we de suiker nemen. Hoe staat u tegenover deze meest beschermde sector in de landbouw?

,,De suikermarktverordening moet op de helling. Er zijn drie scenario's door EU-commissaris Fischler op tafel gelegd: niks doen, volledige liberalisering en een overgangsscenario met als eerste stap een verlaging van het quotum en de prijs. Wij staan voor dit laatste, dat is een goede weg. Dat is de weg van de geleidelijkheid, maar met als concreet doel het vergroten van de handelsmogelijkheden voor de arme landen. Niet om de markt vrij te geven voor producenten als Brazilië of Australië. En ik ben best bereid boeren uit te leggen waarom dat nodig is. Dat is een kwestie van solidariteit, wereldwijde solidariteit. Het is ook een kwestie van politieke realiteit. De mensen moeten in hun bestaan kunnen voorzien waar ze wonen. We moeten niet door de grote welvaartsverschillen grote migratiebewegingen in gang zetten, daar wordt niemand beter van. Maar wij hoeven niet voor Brazilië te zorgen.''

Is er wel toekomst voor Nederlandse bietenboeren? Kunnen die wel concurreren?

,,Zeker wel.''

Alleen bij een zekere protectie. Is dat wel rechtvaardig?

,,Met een zekere protectie die mede erop gericht is om arme landen ook een kans te geven. Want de ontwikkelingslanden die nu geen positie hebben, worden door de Brazilianen volledig weggeconcurreerd.''

Maar wat is de rechtvaardiging om Nederlandse bietenboeren te beschermen?

,,De rechtvaardiging is dat Nederlandse bietenboeren ook burgers van de Europese Unie zijn. En daar mag je ook voor zorgen.''