`17 procent minder is óók erg'

De vissers van Urk mogen volgend jaar toch meer schol vangen dan biologen van de Europese Commissie hadden aangeraden. Ze zouden blij moeten zijn. Maar dat zijn ze niet allemaal, de `vissermannen'.

Harmen Koffeman, met zes broers eigenaar van rederij Geertruida op Urk, was een week geleden somber – maar minder somber dan nu.

Tóen vertelde hij dat van de vijf kotters die ze met elkaar hebben er één al een jaar lang niet vaart. ,,Het loont niet.'' Hij vertelde ook dat hij en zijn zes broers het komende jaar misschien nog wel een kotter aan wal zouden gaan halen. Of twee kotters. ,,Als het vangstquotum met 40 procent omlaag gaat, is er voor ons weinig reden meer om de zee op te gaan.'' Dat zei Harmen Koffeman een week geleden in deze krant. Veertig man leven er van de Geertruida, vrouwen en kinderen, neven en nichten.

En wat zegt Harmen Koffeman nu?

Het vangstquotum voor schol is níet met 40 procent omlaag gegaan, wat de biologen hadden geadviseerd, maar met 17 procent. Het vangstquotum voor tong is zelfs omhóóg gegaan – met 7 procent. De Europese ministers van Visserij hebben er de afgelopen week dagen achter elkaar over vergaderd. Ze besloten dat ze het advies van de The International Council for the Exploration of the Sea niet zouden opvolgen. De Nederlandse minister van Visserij, Jan Veerman, kwam zegevierend tevoorschijn. Hij sprak van een akkoord waarvoor ,,als leeuwen was gevochten''.

Harmen Koffeman zou blij moeten zijn. Maar hij is het niet. Hij zegt: ,,Veertig procent is erg. Maar 17 procent is ook erg. Nee, dat is nog erger. Het quotum voor schol had ook omhoog moeten gaan. Dan hadden we weer echt aan het werk gekund. Nu blijft het...'' Hij maakt zijn zin niet af. Hij zegt: ,,Ik had liever gehad dat ze het quotum met tachtig procent hadden verlaagd.''

Tachtig procent?

,,Ja. Dan hadden we zekerheid gehad. Dan hadden we er gewoon mee kunnen stoppen.''

Hij gaat verder waar hij een week geleden opgehouden was: bij de biologen en andere beschermers van het milieu. Hij spuugt bijna als hij die woorden uitspreekt. ,,Die helpen ons naar de donder. Die willen een oesterbank in de Noordzee, omdat er in 1894 of wanneer was het óók een oesterbank was.'' Zo, zegt Harmen Koffeman, denken de vissermannen van Urk erover.

Maar Tiemen Hakvoort, eigenaar van het visverwerkende bedrijf Flevoland Fish, is nu mínder somber dan een week geleden. Toen vertelde hij dat hij net vier mensen had ontslagen en er deze maand weer vijf zou ontslaan. De schol, zei hij, was veel te duur. De prijs die hij er de vissers voor moest betalen, kreeg hij er van zijn klanten nooit voor terug.

Nu zegt Tiemen Hakvoort dat hij door het nieuwe quotum van 17 procent minder wel weer wat moed heeft gekregen. Hij denkt dat de prijs van de schol volgend jaar niet verder omhoog zal gaan. En dat het voor hem weer lonend zal worden om scholfilets en visschotels te maken voor supermarkten en de horeca.

Een week geleden zei hij nog dat ,,de visserman'' kapot werd gemaakt, net als de boer en de arbeider. Hij sprak van de toorn van de Heere die de Urkers over zich hadden afgeroepen door bij de schol goedkoper bot te voegen, of fosfaten, om water vast te houden, voor een hoger gewicht. ,,Schat een christen niet hoger dan een wereldmens.'' Maar daar heeft hij het nu niet meer over.

Nu zegt hij: ,,Zeventien procent is geen veertig procent. En hier kunnen wij wel mee leven.'' Hij is opgelucht. En hij is dankbaar, zegt hij, dat de burgemeester van Urk – Dick Schutte – voor hen zulk goed ,,lobbywerk'' heeft gedaan.

Toch zei Schutte gistermiddag dat de economie van Urk ,,opnieuw een gevoelige klap zal krijgen''.