`Verstandskiesch'

Letterkundig Nederland werd afgelopen dinsdag verblijd met het bericht dat Amsterdam een `Reve-museum' krijgt. Afgezien van de vraag of dat gewenst is, dient zich meteen een teleurstelling aan. Het museum krijgt geen eigen gebouw met lichte, ruime zalen. Het is ergens weggeborgen in een achterafruimte van de vier verdiepingen tellende Openbare Bibliotheek aan de Amsterdamse Prinsengracht.

Telefonische navraag leert dat kennelijk niemand in de Openbare Bibliotheek op de hoogte is van het voornemen, althans niet op de pr-afdeling, bij de receptie of het secretariaat. Treurig is bovendien dat men het Reve-museum ook nog een tijdelijk onderkomen in Betondorp wil bieden, de Amsterdamse volksbuurt waar Reve, naar eigen zeggen, `nooit een gelukkig moment heeft gekend'. Fijne verrassing voor de schrijver.

Een lezer kan veel van literatuur houden maar helemaal niet van de uitbating van parafernalia uit schrijverslevens. Ik houd van Vestdijk, maar niet van zijn stofzuiger, die stond te loeien terwijl hij schreef. Gelukkig heeft het Letterkundig Museum van Vestdijk behalve die stofzuiger ook zijn literaire archief.

Twee stichtingen die zich verschuilen achter de zonderlinge namen Eccliptica en Eleusis hebben voor honderdduizend euro bij de verzamelaar en vriend van Reve, Peter van Bergen, zijn collectie opgekocht. Met eerste drukken, brieven, manuscripten, opdrachten en bibliofiele uitgaven dient het virtuele Reve-museum zeker een doel; maar de trotse tentoonstelling van ,,`de verstandskiesch', afgeknipte teennagels en `hechtingen met Bloedt''' zoals Reve deze attributen omschreef, is ronduit onsmakelijk.

Bij berichten als deze heb ik een groot verlangen naar de literaire opvattingen die in de jaren zeventig bij het tijdschrift Merlijn opgeld deden. Wat telt is het boek, niets meer en vooral niets minder. De grote exploitatie die sinds enkele decennia met Gerard Reve is verbonden, zou het werk zijn van Joop Schafthuizen, die in de brieven van Reve een ware goudmijn had ontdekt. Ook aan de stroom bibliofiele uitgaven komt geen eind, hoewel Reve zich altijd verzet heeft tegen dat jagen op bibliofiele deeltjes.

Voor de schare Reve-verzamelaars en Revianen is alles wat de Volksschrijver heeft aangeraakt literatuur, tot en met teennagel en hechtingdraadje. Dat is natuurlijk een misverstand. Zij overtreffen hierin Joop Schafthuizen. Ze zijn klakkeloos in hun sas met de brief die Pim Fortuyn aan Reve stuurde met het verzoek een voorwoord te schrijven voor zijn boek Babyboomers. De tragiek die Gerard Reve al een tijdlang treft, is dat zijn serieuze literaire werk juist door die schare van bewonderaars en aanbidders op de achtergrond raakt. Dat Reve zelf voorleest uit de cd-opname van De Avonden, lijkt voor die aanbidders een heugelijker wapenfeit dan het boek zelf, of het nu een eerste of een duizendste druk is. Je kunt veel van een schrijver houden, maar je vergapen aan Reves teennagels heeft niets met zijn literatuur te maken.