Vechten om een brug

Het is grijs weer in trolleybusstad Arnhem. Aan de rand van het centrum rijst de brug over de Rijn dertig meter hoog op.

Een blauwe stadsbus rijdt de stad in. Passagiers staren voor zich uit. Hoort een van hen bij het passeren van de brug nog mitrailleurschoten, ontploffende granaten, knetterend vuur en gekrijs van gewonden?

September 1944 landden 17.000 Britse en Amerikaanse parachutisten in de omgeving van Arnhem en Nijmegen. Het hoorde bij een gedurfd plan van de Britse veldmaarschalk Montgomery. Hij wilde snel, nog voor de winter, een einde maken aan de Tweede Wereldoorlog in Europa. Hij had bedacht om een troepenmacht te laten landen in het oosten van bezet Nederland. De parachutisten moesten snel vier bruggen over rivieren veroveren en net zo lang standhouden tot het grondleger met tanks kwam. Zo zouden de geallieerden snel kunnen doorstoten naar Berlijn, het hart van nazi-Duitsland. Het succes van het plan hing af van de inname van één brug, die bij Arnhem.

De verovering van die brug was de taak van luitenant-kolonel John Frost en de zeshonderd soldaten van zijn bataljon. Hij kwam tot de noordkant van de brug. Aan de overkant openden de Duitsers het vuur en er zat voor de Britten, aan alle kanten omsingeld, niets anders op dan zich te verschansen in een aantal huizen aan weerszijden van de noordelijke oprit. Vechtend wachtten ze op de komst van versterkingen. Frost wist niet dat die troepen verder waren geland dan gepland en op hevige tegenstand van de Duitsers waren gestuit.

Vier dagen en nachten lang sloegen de Britten aanval na aanval af. Drinken, eten, munitie en geneesmiddelen raakten op. De Duitse generaal Heinz Harmel besloot toen dat het genoeg was. Hij zette tanks en kanonnen in en leidde persoonlijk de eerste salvo's, die de hele omgeving in puin deden veranderen. Frost, zelf gewond, begreep dat er geen hulp meer zou komen en gaf zich met honderd overgeblevenen over. De oorlog zou nog een hongerwinter langer duren.

Op en om de brug kom je nu overal Frosts naam tegen. `Hier was zijn hoofdkwartier' meldt een stenen plaquette op een van de kille kantoren die na de oorlog op het puin zijn gebouwd. De brug draagt zelfs zijn naam. Geen spoor van Heinz Harmel. Zelfs geen vermelding dat hij en Frost elkaar hier in 1979 de hand hebben geschud. Of is het een symbool van verbroedering dat op de plek waar Frost stand heeft gehouden nu het Nederlandse hoofdkantoor staat van de Duitse firma BASF?

    • Theo Toebosch