Van de ene liefde naar het volgende front

Bij de naam van Martha Gellhorn denken de meeste mensen aan twee dingen: aan de oorlogscorrespondente en aan de voormalige echtgenote van Ernest Hemingway. Dat is treurig, want Gellhorn zelf haatte dit soort oppervlakkige etikettering. En haten kon Gellhorn met grote hartstocht. Ze haatte politici en machthebbers in het algemeen, omdat die stupide beslissingen nemen, die tot oorlog leiden. En van oorlog maakte ze in haar leven genoeg mee om te weten dat het altijd de onschuldigen en weerlozen zijn die daarvan de dupe worden. Gellhorn haatte ook Arabieren in het algemeen en Palestijnen in het bijzonder, want ze geloofde – na Dachau en Auschwitz met eigen ogen te hebben aanschouwd – in de nobele grondleggers van Israël. `All that objectivity shit' – daar had Gellhorn geen tijd voor. Je hàrt moest op de goede plaats zitten, dàt was de maatstaf.

Martha Gellhorn is de vrouwelijke oorlogscorrespondent bij uitstek, een idool naar wie een huidige generatie nog steeds opkijkt. Haar journalistieke carrière liep parallel met vele dieptepunten van de twintigste eeuw. Ze rapporteerde over de depressie in Amerika, riskeerde haar leven in de Spaanse Burgeroorlog, deed in de Tweede Wereldoorlog verslag van onder meer de geallieerde landingen en later van de Neurenberg-processen, schreef na de oorlog vanuit landen als Israël en Vietnam en was op haar 81ste ook nog als journalist getuige van de Amerikaanse invatie in Panama.

Desondanks zou Gellhorn liever herdacht zijn als schrijfster dan als journaliste. Ze wilde vanaf het begin van haar schrijverschap minstens zo goed zijn als Ernest Hemingway, haar eerste grote liefde. Toch wilde ze over diezelfde Hemingway, die For Whom the Bell Tolls aan haar opdroeg, vanaf 1945 geen woord meer horen. Al vertelde ze zo'n tien jaar geleden in een interview met deze krant met enig genoegen hoe zij, Martha Gellhorn, de geallieerde landingen in Normandië aan land had meegemaakt terwijl collega/echtgenoot Hemingway aan boord van een schip dat veilig ver van de kust af lag, zijn eigen zogenaamde ooggetuigenverslag had moeten schrijven. Blijkbaar deed de locatie er niet toe. Het Amerikaanse tijdschrift Collier, waarvoor beiden schreven, pronkte met Hemingway op de omslag en Gellhorns verslag ging naar de binnenpagina's. Dat stak Gellhorn kennelijk nog steeds.

De Britse biografe Caroline Moorehead heeft op gezag van Gellhorns (geadopteerde) zoon en haar vele stiefzonen, als enige toegang gekregen tot haar nagelaten brieven, dagboeken en andere manuscripten. De biografe was bovendien in een unieke positie om bekenden van Gellhorn te ondervragen, omdat haar ouders met Gellhorn bevriend waren. Moorehead, mag je aannemen, was Gellhorn dus goedgezind. Maar hoe meer details van Gellhorns leven uit de doeken worden gedaan, hoe groter – althans bij deze lezer – de weerzin tegen haar persoon. Er blijft wel bewondering voor Gellhorns drang om getuige te zijn, om het verloop van haar eigentijdse geschiedenis te registreren, maar wat je steeds meer ergert is het gemak waarmee Gellhorn mensen lijkt te gebruiken voor haar eigen doel, om ze daarna weer even gemakkelijk te laten vallen. En dan die eindeloze parade van mannen met wie ze min of meer zakelijk het bed deelde: bijna allemaal getrouwd en bijna allemaal (inclusief Hemingway) seksueel onbevredigend. Niettemin leidden die relaties van de ene abortus naar de andere – vier in totaal als ik goed heb geteld – tot Gellhorn op haar 39ste alsnog besluit dat ze tóch een kind wil. Ze adopteerde een Italiaans jongetje uit een vluchtelingenkamp.

Martha Gellhorn (1908-1998) kwam uit een welgesteld gezin in St. Louis. Haar vader was arts, haar moeder een enthousiast en invloedrijk suffragette. De jonge Martha rebelleerde al vroeg tegen haar milieu, maar profiteerde als beginnend schrijfster wel van de toegang die dat milieu haar verschafte. Ze werd een hechte vriendin van de Roosevelts, die haar aanmoedigden aan hen te rapporteren over de gevolgen van de economische depressie in de verste uithoeken van Amerika. Vooral Eleanor Roosevelt werd later een kruiwagen, die aanbevelingsbrieven schreef als Martha toegang wilde krijgen tot een ver front of een moeilijk te observeren oorlog-in-wording.

Tijdens een vakantie met haar moeder in Key West, Florida, ontmoette de glamoureuze Gellhorn Ernest Hemingway, de beste schrijver van zijn generatie. De twee kregen meteen een verhouding en toen Hemingway vertrok om de Spaanse Burgeroorlog te verslaan, ging Gellhorn hem achterna. Ze kon haar overtocht betalen dankzij een opdracht voor Vogue, dat haar had gevraagd een huidproduct te testen voor een artikel over `Schoonheidsproblemen van de middelbare vrouw'. Gellhorn was toen 27 jaar. `Het was de pest voor mijn huid, maar het kreeg me in Spanje', zei Gellhorn later.

Spanje, waar de linkse intelligentia uit alle hoeken van Europa stelling nam tegen Franco's fascisten, was voor journalisten en intellectuelen van Gellhorns generatie èn `de plek waar je moest zijn om een nieuwe en betere sociale orde' te zien ontstaan èn de plek om naam te maken. Dat was precies wat Gellhorn deed: `Marty' (Gellhorn) mocht dan opereren in het kielzog van `Screwby' (`Screwball' = Hemingway) en zijn vriendjes, maar haar reportages waren beter geschreven dan die van hem en maakten ook aanzienlijk minder melding van `ik'.

Moorehead vermeldt een onvermoede bijdrage van Gellhorn aan de befaamde Joris Ivens-Ernest Hemingway film De Spaanse Aarde. Toen Ivens voor de soundtrack het fluitende geluid van inkomende granaten nodig had, produceerde Gellhorn dat voor hem met behulp van een lege voetbal, een tuinslang en het tikken van vingernagels tegen een stuk glas.

Gellhorn werd haar hele leven heen en weer geslingerd tussen het verlangen om boeken te schrijven en om journalistiek te bedrijven. Haar romans zijn lang vergeten, het autobiografische Travels with Myself and Another (1978) bracht haar hernieuwde belangstelling. Gellhorn woonde toen in Londen, want tegen Amerika had ze sinds Vietnam een haat ontwikkeld.

De Londen Review of Books, The Guardian, Granta – dat waren de kranten en tijdschriften waarin ze tot het laatst toe raasde tegen onrecht in de wereld. Toen ze negentig jaar oud was, bijna blind, lijdend aan kanker, besloot ze dat doorvechten tot niets meer zou leiden. Ze ruimde haar huis op, zei haar afspraken voor de volgende week af en nam de pil die een eind aan haar leven maakte.

Mij blijft uit Mooreheads boek vooral Gellhorns verwijt aan een van haar minnaars bij: `Ik kan niet met je leven – je staat in mijn zon.'

Caroline Moorehead: Martha Gellhorn. A Life. Chatto&Windus, 564 blz. euro 35,–