Te weinig en toch genoeg

Deze korte roman, al enige tijd geleden in de Verenigde Staten verschenen, is James Salters eerste nieuwe werk sinds de publicatie, in 1997, van zijn memoires Burning the Days (Dwars door de dagen, in de Nederlandse vertaling.) Dat briljante boek leidde een heuse revival in van het werk van deze bescheiden maar hoogst originele auteur, met heruitgaven en ook Nederlandse vertalingen van eerder werk als de verhalenbundel Schemering en de roman Spel en tijdverdrijf.

Deze nieuwe roman is gebaseerd op een episode uit Salters carrière als gevechtspiloot (hij studeerde in 1945 af aan West Point), en men vindt de kiem ervan terug in Burning the Days, in zijn beschrijving van enkele gebeurtenissen op de Amerikaanse basis Fürstenfeldbruck, bij München. Daar is sprake van een nieuwe piloot genaamd Cortada, afkomstig uit Puerto Rico, `small, excitable, and supremely confident. Not everyone shared his opinion of his ability – his flight commander was certain he would kill himself.' Cortada wordt Cassada in deze roman, maar voor het overige is de aanzet voor het verhaal in deze alinea gelegd.

In brede, intrigerende omtrekkende bewegingen wordt datgene neergezet wat het zekere vermoeden van de vluchtcommandant ook zal waarmaken. Het kille naoorlogse Duitsland, de hierarchie op de basis die hier en daar rigide maar ook dikwijls los is, en de persoonlijke verhoudingen, ook met de officiersvrouwen wordt met grote luciditeit beschreven. Salter is nog nauwelijks iets van zijn vermogen kwijt de lezer voortdurend op zijn hoede te houden, met een stijl waarin af en toe zinnen weggelaten lijken en alinea's schijnbaar hoekig op elkaar staan. Mijn enige bezwaar is dat je voor een exact begrip van het drama waar Cortada/Cassada uiteindelijk het slachtoffer van wordt een meer dan gemiddelde kennis van de luchtvaart moet hebben.

Al staat het niet op het niveau van de toppen van zijn oeuvre, alle kenmerken van Salters meesterschap zijn in dit boekje terug te vinden. Als een pointillist vult hij zijn verhaal in, met een taal die even beeldend als onversierd is. Wat is het een genot weer eens een schrijver te lezen die aanzienlijk te weinig vertelt in plaats van teveel, zodat de lezer het aangename hersenwerk kan verrichten van het invullen van de verbindingsstreepjes. Dit is wat hij moet doen met het nergens uitgesproken vermoeden dat Mayann, de vrouw van Majoor Dunning, en Godchaux, een ondergeschikte, een overspelige relatie beginnen. `Trier was een havenstad, aan de Moezel, en in het bezit, hoewel geen van beiden dit wist, van een vereerd gewaad waarvan werd gezegd dat het van Christus was geweest. [...] Vlakbij de goedbewaarde Romeinse poort was het belangrijkste hotel van de stad. [...] In dit soort hotels verwachtte men comfort. De gangen waren breed en de kamerdeuren, die groot waren en teveel ruimte in beslag leken te nemen, glansden van een perfecte, bijna plastieken witte laag. Het hotel heette de Porta Nigra, genoemd naar de Romeinse poort.' En eigenlijk is de slotzin van het hoofdstukje dan al te veel. `Het was daar, en niet alleen op die dag maar een aantal dagen erna, dat Lancelot, zich bewust van het gevaar, er met zijn koningin heenging.'

James Salter: Cassada. The Harvill Press, 208 blz. euro 22,85