Sport werkt aan een eigen gedragscode

In navolging van het bedrijfsleven krijgt ook de sportwereld een gedragscode voor fatsoenlijk bestuur. De spelregels worden opgesteld door een commissie die onder leiding staat van Jan Loorbach.

Oud-basketbalinternational Loorbach, die als advocaat werkzaam is bij het kantoor Nauta Dulith in Rotterdam, is voornemens de commissie uit zeven personen te laten bestaan. Inmiddels hebben John Jaakke en Rein Welschen hun medewerking toegezegd. Jaakke is voorzitter van de voetbalclub Ajax en Welschen oud-burgemeester van Eindhoven, die vanochtend is benoemd tot waarnemend burgemeester van de gemeente Westland. In de tweede week van januari wil Loorbach de samenstelling rond hebben.

De gedragscode voor de sport komt er op initiatief van sportkoepel NOC*NSF. Het is een idee van Hans Blankert, die vorige maand afscheid heeft genomen als voorzitter en is opgevolgd door Erica Terpstra. Het besluit tot instelling van de commissie is een half jaar geleden reeds genomen door het bestuur van NOC*NSF, maar werd gisteren door Blankert wereldkundig gemaakt bij het uitspreken van de Ernst Hijmanslezing in Utrecht.

Loorbach, die bij de Zomerspelen van 2000 in Sydney optrad als chef de mission van de Nederlandse ploeg, was vanochtend onbereikbaar voor het geven van een toelichting, maar tegenover het Financieele Dagblad liet hij weten dat de regeling in de sport weinig overeenkomsten zal vertonen met de vorige maand voltooide code Tabaksblat voor behoorlijk bestuur in het bedrijfsleven. Loorbach: ,,Tabaksblat gaat uit van de structuur van vennootschappen. Die hebben commissarissen als toezichthouders. Maar sportverenigingen en -bonden hebben alleen leden en bestuurders. Het enige toezicht op de financiële gang van zaken is doorgaans de kascommissie, die twee weken voor de jaarvergadering bij elkaar komt. Ik denk dat we een vorm van toezicht gaan vaststellen die geschikt is voor de sportwereld.''

Volgens Loorbach gaat zijn commissie zich onder andere buigen over de onverenigbaarheid van bestuursfuncties. In de sport is het usance dat de bestuursleden hun federatie vertegenwoordigen in andere organisaties. De Lotto, het Fonds voor de Topsporter of het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo) zijn daar voorbeelden van. Representanten van NOC*NSF hebben zitting in besturen van deze instellingen. Die dubbelfuncties zouden kunnen leiden tot een ongelijkheid van informatie, iets waar IOC-lid Anton Geesink met enige regelmaat bezwaar tegen maakt.

In tegenstelling tot Blankert denkt Loorbach dat de betaald-voetbalclubs buiten de gedragscode voor de sport kunnen blijven en zij er beter aan doen om de code Tabaksblat te volgen, omdat voetbalbedrijven commissarissen als toezichthouders hebben. Blankert noemde de reddingsoperaties van Vitesse en FC Utrecht voorbeelden van ondoorzichtige constructies.