Sluitstuk van een voetbaloorlog

Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag beslechtte gisteren een grensconflict dat in 1969 leidde tot de `voetbaloorlog' tussen Honduras en El Salvador. Sluitstuk van een langdurig en soms bloedig geschil.

Strak voor zich uitkijkend zaten de delegaties van El Salvador en Honduras gistermiddag in de grote zaal van het Vredespaleis in Den Haag. Buurlanden, maar ook aartsvijanden sinds de Federale Republiek van Centraal Amerika, waartoe beide landen behoorden, in 1839 gescheiden werd.

Sindsdien is er onenigheid over zes gebieden, met een totaal oppervlak van 400 vierkante kilometer, rond de monding van de rivier Goascorán die uitloopt in de Golf van Fonseca. Bij de scheiding werden de regiogrenzen van het voormalige Spaanse rijk uit 1821 aangehouden.

Het lijkt een onbeduidend grensgeschil. De relatie tussen beide landen is te vergelijken met die tussen Nederland en België. Men vertelt graag een mop over de ander, werkt op economisch gebied inmiddels vergaand samen, schiet de buren bij een natuurramp snel te hulp. Maar de nationale trots is in het geding.

Het grensgeschil tussen El Salvador en Honduras leidde tot diverse gewapende incidenten en escaleerde op 8 juni 1969 tot de zogenoemde `voetbaloorlog' die de Poolse journalist Ryszard Kapuscinski in zijn gelijknamige boek heeft vereeuwigd. Zeker 2.000 mensen kwamen om het leven. ,,De enige manier voor kleine landen in de Derde Wereld om levendige internationale belangstelling te wekken'', schreef Kapuscinski, ,,is als ze besluiten om bloed te vergieten.''

Toen de twee landen een kwalificatiewedstrijd voor het WK-voetbal speelden in de Hondurese hoofdstad Tegucigalpa, zouden Salvadoraanse aanhangers zijn gemolesteerd. Bij de return een week later werden de Hondurese supporters lastig gevallen. Uit wraak zouden winkels van Salvadoraanse immigranten in Honduras in brand zijn gestoken.

Door overbevolking in El Salvador waren veel Salvadoranen de grens overgestoken naar het economisch armere, maar grotere Honduras. De Hondurezen voelden zich achtergesteld en bedreigd. Na de voetbalwedstrijd verlieten de Salvadoranen massaal Honduras, volgens El Salvador daartoe gedwongen. De Hondurese regering zou de vooral illegale Salvadoranen verantwoordelijk houden voor de economische crisis.

El Salvador eiste schadevergoeding. Toen die uitbleef, trok het land op 14 juli 1969 Honduras binnen. De Organisatie van Amerikaanse Staten wist binnen vier dagen een wapenstilstand af te dwingen maar pas in 1980 werd een vredesverdrag getekend. Over de grens werden Honduras en El Salvador het nooit eens.

De zaak werd in 1986 voorgelegd aan het Internationaal Gerechtshof, het hoogste juridische orgaan van de Verenigde Naties. Het Hof deed in 1992 uitspraak en sprak toen al van de ,,uitvoerigste zaak'' uit zijn geschiedenis. Honduras kreeg ongeveer tweederde van de 400 vierkante kilometer toegewezen.

Maar El Salvador legde zich er niet bij neer. Met name de grens die door de rivier Goascorán liep, klopte volgens de Salvadoranen niet. De rivier was volgens hen in 1762 door een cycloon abrupt van koers veranderd en daarmee ook de grens. Door de burgeroorlog in El Salvador (1980-1992) had het land niet eerder wetenschappers kunnen vrijmaken om dit te onderzoeken.

Daarbij had het Hof in 1992 gekeken naar de Carta Esférica, in 1794 getekend door de kapitein van het Spaanse schip El Activo. Maar er was nog een andere kaart met andere bewijzen voor de loop van de rivier, zo meende El Salvador. In september vorig jaar, een dag voordat de termijn van beroep verstreek, besloot het land de uitspraak aan te vechten.

Het Internationaal Gerechtshof bepaalde gisteren dat de twee kaarten weliswaar in een ander handschrift waren geschreven, maar dezelfde lokatie beschreven. Rechter Guillaume zei bovendien dat de veranderende loop van de rivier voor 1821 had plaatsgevonden, dus voor het vaststellen van de grenzen van het Spaanse rijk. De in 1992 vastgestelde grenzen moeten daarom blijven gelden, zo vonden vier van de vijf rechters.

Honduras liet zijn blijdschap meteen merken. Opgetogen vielen vice-president Armida de Lopez Contreras en haar echtgenoot Carlos, voormalig minister van Buitenlandse Zaken en vertegenwoordiger van Honduras voor het Hof, elkaar in de armen. Onmiddellijk werd met het thuisfront gebeld, waar de uitspraak als groot nieuws op radio- en televisiezenders werd gepresenteerd. President Ricardo Maduro feliciteerde zijn volk.

,,We zijn absoluut tevreden. De uitspraak is zoals we hadden gehoopt'', zei Carlos de Lopez Contreras. Zijn vrouw zei blij te zijn dat ,,het grensgeschil nu eindelijk vergeten kan worden''. ,,Arm in arm kunnen we nu verder gaan.''

De Salvadoraanse delgatie trok zich na de uitspraak van het Hof terug. Pas na drie kwartier, en op aandringen van de pers, gaf minister van Buitenlandse Zaken Maria Eugenia Brizuela de Avila een korte verklaring waarin ze aangaf ,,het internationale recht te zullen respecteren''. ,,Ik ben blij dat we deze bladzijde in de geschiedenis op een vreedzame manier hebben kunnen omslaan en op een manier die de rust in Midden-Amerika niet heeft verstoord. We zijn als buurlanden duidelijk vooruitgegaan dat we dit zo konden afsluiten.'' Avila zei wel de uitspraak nog grondig te willen bestuderen.

De uitspraak is bindend, maar mochten zich nieuwe feiten voordoen, dan kan een van beide partijen een herziening aanvragen.

    • Titia Ketelaar