Schrijven in het water

Uit de westerse literatuur is het genre niet meer weg te denken; auteurs die als kind gedwongen werden van vaderland te veranderen en die op volwassen leeftijd van hun vervreemding verslag doen. De Vietnamese bootvluchtelingen, die tussen de jaren zeventig en de jaren negentig Amerika probeerden binnen te komen, zijn in dit genre niet rijk vertegenwoordigd – misschien was hun drama daarvoor te recent.

Nu heeft Lê Thie Diem Thúy, geboren in 1972 in het Zuid Vietnamese Phan Tiet en inmiddels literatuurdocente aan de Amerikaanse Radcliffe University, die leemte enigszins opgevuld. Een recht-toe rechtaan vertelling over een bewogen jeugd is haar kleine roman De gangster naar wie we allemaal op zoek zijn niet geworden. Integendeel, Lê Thúy probeert de wereld van een klein meisje op te roepen, half reëel, half fantasie.

Voor het kind dat in 1978 met haar vader vanuit een dorp in Vietnam wordt overgeplant naar het huishouden van de weduwe Russell in San Diego, bestaat nog geen heimwee naar het verloren land. Alleen het nu bestaat, het nu van kriebelende Amerikaanse jurken, van onbegrijpelijke gewoontes en vernederende situaties op een nieuwe school. Het fascinerendste aan het nieuwe land vindt ze de glazen sierbeesten in het huis van de mevrouw Russell, vooral de glazen presse-papier waarin een goudbruine vlinder gevangen zit. Die vlinder moet bevrijd, dat staat vast.

Lê Thúy wacht zich wel goedkope, Amy Tan-achtige parallellen te trekken tussen de vlinder in zijn bol van gestold water, en het kleine meisje of haar lotgenoten. Het gaat haar om de verschillende soorten werkelijkheid waartussen het meisje haar koers zoekt. Dat haar vader elke avond van heimwee en machteloosheid tranen met tuiten huilt, neemt ze voor kennisgeving aan. Veel onrustbarender acht ze het gebrek aan bewegingsvrijheid van de glazen beesten.

Als het meisje opgroeit, verandert die balans. Zonder het expliciet te maken laat Lê Thúy zien hoe de horizon van haar hoofdpersoon zich verwijdt. Het kind, een jaar of dertien nu, ziet de machteloosheid, de passie en de oorlogsherinneringen in het leven van haar ouders. Ze krijgt oog voor haar nog korte verleden en de raadsels daarin, zoals de dood van haar oudere broer. En dan zijn er nog wonderlijke fenomenen als jongens en tongzoenen.

Lê Thúys vloeiende tekstflarden spiegelen de wereld als in water, haar herinneringen zijn mooi en melancholiek als de zilvervisjes die ze beschrijft. Haar boek doet denken aan Helga Ruebsamens roman Het Lied en de Waarheid, waarin de mentale en fysieke omzwervingen van een gevoelig kind ook zijn vastgelegd, compleet met die overgeërfde, diepe landverhuizerspijn. Toch is, anders dan bij Ruebsamens boek, de herinnering aan Lê Thúys roman verdwenen zodra je hem uithebt. Weliswaar vermijdt Lê Thúy de valkuil van de zelfvertedering, maar dat betekent helaas niet dat haar bespiegelingen het particuliere voldoende overstijgen. De keerzijde van mooi en breekbaar is vluchtig en vormeloos, en in die fuik zwemt dit zilvervisje wel.

Lê Thie Diem Thúy: De gangster naar wie we allemaal op zoek zijn. Vertaald door Maarten Polman. Contact, 160 blz. euro 14,90

    • Maartje Somers