Per definitie onovertroffen

Een selectie uit de topkunst die de Chinese keizers hebben verzameld is eindelijk te zien, in Bonn. De grootste meesters waren niet alleen schilder, maar ook dichter en kalligraaf.

Op een rolschildering van omstreeks 1550 van meer dan een meter hoog zien we een man, blootsvoets, in een wapperende mantel met ontblote borst en buik, en met een geweldige grijns op zijn gezicht. Onder zijn arm houdt hij een rieten bezem geklemd. De schilder Wang Wen heeft hier met een verbazingwekkende vaart met wat vegen van zijn penseel iemand neergezet van wie je direct ziet dat hij niet goed snik is. Maar het vakmanschap waarmee dit portret is vervaardigd, het gedicht dat aan hem is gewijd en bovendien het feit dat dit portret eeuwenlang tot de verzameling van de keizers van China heeft behoord, doet toch vermoeden dat dit meer is dan een geschifte straatveger. Wang Wen portretteerde hier de monnik Shi-te die negen eeuwen eerder leefde. Hij had een baantje als schoonmaker in een klooster en leefde zorgeloos met een andere beroemde monnik. Samen maakten ze gedichten. Van tijd tot tijd barstten ze uit in geschreeuw, gezang of in een door merg en been gaand gelach. Sommigen vatten dat op als een hoge staat van bewustzijn. Anderen meenden dat ze gek waren.

Deze schildering is een van de hoogtepunten op de prachtige tentoonstelling Schätze der Himmelssöhne in de Kunst- und Ausstellungshalle te Bonn. Het is een zeldzame mogelijkheid om in Europa een deel van de keizerlijke collectie te zien van het Nationale Museum van het Taipeh, de grootste verzameling Chinese kunst ter wereld. De kern van die collectie dateert al van voor onze jaartelling en in de eeuwen daarna zwierf de verzameling door heel China. Zij werd uitgebreid, beroofd, er werd weggeschonken, verkocht en zelfs omgesmolten en kreeg tenslotte in de vijftiende eeuw Peking als vaste verblijfplaats. Pas in 1911 met de verdrijving van de laatste keizer ging de deur op slot. In 1925 werd de verzameling ondergebracht in het Paleismuseum binnen de muren van de Verboden Stad. Maar veilig was de collectie hier niet. Na de Japanse inval werd alles ingepakt in honderden kratten en kisten en brak er een jarenlange odyssee aan, die voortduurde tijdens de communistische revolutie en die eindigde met het transport naar Taiwan. Hier werd in 1965 het Nationale Museum geopend.

Topkunst

Slechts zelden leent Taipeh objecten uit en nu staat daar in één klap een supertentoonstelling – eerder te zien in Berlijn – met bijna vierhonderd voorwerpen uit een periode van zesduizend jaar. Wat men hier ziet is niet een overzicht van zes millennia Chinese kunst, wat hier staat is een selectie uit de topkunst die de Chinese keizers hebben verzameld. Er zijn lacunes, er ontbreken scholen en tradities en bovendien: men krijgt hier alleen het beste van het beste: mindere meesters, niet helemaal geslaagde voorwerpen of experimenten bevinden zich niet in de collectie, dat was niet des keizers. De keizer was de stadhouder van de hemel op aarde en zijn verzameling moest per definitie onovertroffen zijn.

De bezoeker in Bonn krijgt een chronologische presentatie, waarbinnen de objecten en de schilderingen door elkaar zijn opgesteld. Het is een esthetische en leerzame gang door de dynastieën.

De vroegste voorwerpen van ongeveer 4000 voor Christus zijn rituele objecten zoals bronzen klokken en wijnvaten; er zijn spiegels, vazen en stempels. En hoe verder men gaat hoe veelsoortiger de materialen. Er zijn voorwerpen van jade en ivoor, er is geglazuurd aardewerk, lakwerk, houtsnijwerk, textiel en er staat natuurlijk veel porselein. De verfijnde perfectie in materiaal, verhoudingen en kleur is weergaloos. Je kunt je verbazen over de vanzelfsprekende eenvoud van een enkel schaaltje van geel porselein uit de Ming-periode. Je vraagt je af waarom de mensheid het hier niet bij heeft gelaten.

De kracht van deze tentoonstelling ligt ook in de tientallen schilderingen, kwetsbaar werk dat zelden wordt getoond, laat staan uitgeleend. De grootste meesters waren niet alleen schilder, maar ook dichter en kalligraaf. Al in de achtste eeuw had keizer Ming Huang onderscheidingen uitgeloofd voor het drievoudige meesterschap en een integraal onderdeel van de schilderingen is dan ook een gekalligrafeerd gedicht.

Hoe verscheiden de stijlen in al die eeuwen ook zijn geweest, afgezien van portretten hebben de thema's alle betrekking op de natuur, of liever gezegd op de verhouding van de mens tot de natuur. Een veel voorkomend thema is de dichter of de geleerde die in zijn eentje aan de oever van een meer de maan aanschouwt. In een bekend gedicht verklaart zo iemand, terwijl hij met een glas wijn de maan toeproost, dat hij niet eenzaam is: ze zijn immers met zijn drieën: de maan, hijzelf en zijn eigen schaduw. Een ander thema is het gezelschap geleerde vrienden dat in de open lucht aan een meer of rivier, soms in een klein paviljoen, samen zit. Al of niet met een glas wijn. Ze houden bespiegelingen over het leven terwijl zich voor hen een landschap ontrolt, hetzij een oever, een meer met daarboven mistflarden en zo nu en dan een eilandje dat oprijst boven het water. Weer een ander thema is het afscheid van een vriend die geroepen is tot een ambt drieduizend kilometer verderop en zonder dat de vrienden weten of ze elkaar ooit terug zouden zien.

Die thema's worden op uiteenlopende manieren uitgebeeld. Er zijn meesters die horizontale composities maken, ruim en transparant met een geraffineerd gebruik van het wit van het papier. Andere landschappen hebben een sterk verticale opbouw met een vrijwel geheel gevuld beeldvlak. Dan doemen geweldige rotspartijen op, grillige bergwanden met kale gekromde bomen met daarachter weer kloven, watervallen, ravijnen en weer andere bergen doorsneden door diepgelegen rivieren. Maar hoe ze ook werkten, hun perspectief werkt anders dan in de westerse kunst. De diepte wordt gesuggereerd door gestapelde landschapselementen die gescheiden zijn door meren, of vlakten, wolken en flarden mist.

Nietig wezentje

Die spanning tussen het individu en de almachtige natuur, tussen hier en het hele verre, tussen verleden en heden en tussen heden en toekomst wordt vaak verbeeld door het thema van de visser op een meer, of de reiziger die, als een nietig wezentje nauwelijks herkenbaar tussen de bomen, in de mist dapper voortstapt naar een vergelegen reisdoel. En de toeschouwer weet: deze figuur moet nog eindeloze ontberingen doorstaan – regen, kou, hij zal verdwalen en bij het vallen van de avond is er geen dorp te bekennen, precies zoals de gedichten dat met woorden uitbeelden.

Nog op een andere manier dan door het gedicht kan de drie-eenheid tussen schildering, poëzie en kalligrafie worden bestendigd. Soms schrijft de kunstenaar de karakters van het gedicht in een stijl die verwant is aan de manier waarop hij boomtakken of bamboebladen weergeeft.

De schatten der hemelzonen laat het getekende werk zien van de geschoolde meesters, van intellectuelen, van ambtenaren getraind in het dienen van de keizer en in het maken van perfecte gedichten. De meesten waren volledig doortrokken van de confuciaanse leer die de absolute dienstbaarheid aan het staatsapparaat en een vaste maatschappelijke hiërarchie voorschreef. Ook de kunst was aan strakke regels onderworpen, al was het de bedoeling om het resultaat spontaan en vanzelfsprekend te laten zijn. Maar er zijn tekenscholen geweest die onder invloed stonden van het taoïsme dat een veel lossere houding in leven en kunst voorstond. De meesters van deze scholen leidden vaak een onconventioneel leven, zoals de bovengenoemde meester Wang Wen, die zich terugtrok uit de staatsdienst en kluizenaar werd. Hun levenshouding leverde tekeningen op die abstraherender zijn en veel sterker de impressie van een moment oproepen dan de `officiële' kunst. Men verzamelde hun werk dan ook niet aan het hof, maar een enkele keer vang je er op deze tentoonstelling een glimp van op. Zoals dat portret van de straatvegende monnik Shi-te. Uitzondering en hoogtepunt tegelijk.

`Schätze de Himmelsöhne. Die Kaiserliche Sammlung aus dem Nationalen Palastmuseum, Taipeh'. T/m 15 febr in Kunst- und Ausstellingshalle Bonn. Inl: www.bundeskunsthalle.de. Catalogus euro 26,-.

    • Roelof van Gelder