Oorlogsbuit van papier

In 1994 trof historicus Perry Moree in het Public Record Office in Londen een bundeltje brieven aan van ene Aagje Luijtsen. Al meer dan tweehonderd jaar lagen de brieven van deze Texelse vrouw daar te vergelen. Ooit, tijdens de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784), waren ze hier terechtgekomen. Op 21 juli 1781 hadden de Engelsen voor de kust van Zuid-Afrika bij verrassing het VOC-schip De Parel aangevallen. De bemanning wist zich net op tijd uit de voeten te maken, maar de Engelsen maakten de lading buit en legden ook beslag op de vele poststukken die aan boord waren. Daaronder bevonden zich de brieven van Aagje Luijtsen, die haar man, stuurman Harmanus Kikkert, zorgvuldig had bewaard. Van dit stukje oorlogsbuit heeft Moree nu een bronnenpublicatie gemaakt, voorzien van uitvoerige inleidingen over 18de-eeuws Texel en de VOC, de Texelse families Kikkert en Luijtsen, de reizen van Kikkert en de brieven van zijn vrouw.

Die brieven zijn uniek. Er bestaan wel wat uitgaven van brieven van zeelieden aan hun vrouw, maar brieven van een vrouw aan haar man op zee zijn tot op heden nooit gepubliceerd. De brieven zijn vooral zo bijzonder omdat Aagje Luijtsen opmerkelijk open is over haar gevoelens: over haar goede herinneringen aan het met Hermanus gedeelde bed (`ik heb het lijf zo vol liefde dat ik heel goed een jaar of twee kan wachten'), haar onvrede over het vochtige huis (iedere avond vindt ze wel twaalf slakken die in haar kleren zijn gekropen), haar jaloezie jegens jonge vrouwen die nog wel vrij kunnen gaan en staan, haar verlangen naar seks met haar `kikkertje'. Door die ongekunstelde openheid geven de brieven heel direct een inkijkje in het dagelijks leven van toen. Vreemd is het om te lezen hoe Aagje vol verlangen briefjes schrijft naar haar afwezige echtgenoot, terwijl die nog steeds met zijn schip op de rede van Texel ligt of in Amsterdam is – de afstand tussen de vrouwenwereld van thuis en de mannenwereld van het schip was kennelijk onoverbrugbaar. Herkenbaar zijn juist weer de talrijke passages waarin ze schrijft over het zoontje dat het briefpapier kapot dreigt te scheuren en niet kan wachten op de cadeautjes uit het verre Indië, die vader hem heeft beloofd. Ontroerend is het briefje van de driejarige Lammert om vader te herinneren aan die belofte: een klein stukje papier vol kindergekrabbel. `Diet is je zoon zijn schrift, vader', schrijft Aagje op de achterkant. Maar het meest aangrijpend is de brief over het acht maanden oude zoontje dat sterft aan de pokken: `Voor mij onvergeetbaar want mijn vr[e]ugt, mijn pronk is weg wat een liefde ik van dat kind gehad heb kan ik u zoo niet schreijven lief, want u kant het zoo niet begreijpen, want [u] heeft het nooijt gesien'.

Kikkertje lief is een bronnenuitgave, bedoeld voor een breed publiek. Soms zal de lezer wat moeten puzzelen op de woorden van Aagje Luijtsen en hun betekenis. Daar staat tegenover dat de `muziek' van het oud-Nederlands volledig intact is gebleven, en dat is veel waard. De brieven zijn bovendien voor een groot deel ook als handschrift opgenomen, en dat maakt het boek extra aantrekkelijk.

Perry Moree e.a.: Kikkertje lief. Brieven van Aagje Luijtsen, geschreven tussen 1776 en 1780 aan Harmanus Kikkert, stuurman in dienst van de VOC. Het Open Boek Texel (tel. 0222–313657), 208 blz. euro 17,50, na 31 december euro 19,50

    • Els Kloek