Niets dan een teiltje sokken

De Fransman Georges Perec werd beroemd door enkele aangrijpende romans. Zijn autobiografische aantekeningen die nu vertaald zijn tonen aan hoe moeizaam het schrijven van die boeken hem viel.

Georges Perec schreef zijn meesterwerk, Het leven een gebruiksaanwijzing, zevenhonderd pagina's dik, in achttien maanden. Één ruk van euforisch schrijfplezier en daar lag het boek dat hem bij leven al tot officieel erkende `klassieke' Franse schrijver zou maken. Tegenover dat kortstondige creatief gemak stonden jaren van geploeter aan de schrijftafel. Al toen hij 21 was, overwoog Perec (1936-1982) het bijltje er bij neer te gooien. In een brief aan Maurice Nadeau, zijn mentor en redacteur, schreef hij: `Sinds een maand heb ik dus niet de minste regel meer kunnen schrijven. Op de recensies die ik bij u zou inleveren heb ik urenlang zitten zweten zonder dat het me lukte ze op te zetten'. En in de bundel autobiografische en poëticale teksten, Ik ben geboren, schrijft hij vaak over de manier waarop hij vorm trachtte te geven aan iets wat `stug en ondoorzichtig' bleef.

Hoe persoonlijker het materiaal, hoe moeizamer het schrijven ging. Zo trachtte Perec een tekst te schrijven over de laatste keer dat hij in psycho-analyse was geweest. Minder dan ooit gehoorzaamden de woorden aan zijn wil, en de schrijver associeert zijn witte pagina met het plafond van de kamer van de psycho-analyticus, `waarbij mijn ontredderde ogen in het stucwerk onverdroten naar de omtrekken van dieren, naar mensenkoppen, naar tekens zochten'.

Iets zoeken in de leegte, zo zou je Perecs hele levenswerk kunnen omschrijven. Iedere tekst uit de bundel Ik ben geboren, of het nu een autobiografisch stuk, een poëticale aantekening, een interview of een herinnering is, is een poging een leegte op te vullen. Dat heeft te maken met Perecs levensloop en het `oerdrama' daarin, zoals Rokus Hofstede het noemt. Perecs ouders, joodse immigranten uit Polen, stierven beiden in de Tweede Wereldoorlog. Zijn vader sneuvelde in het Franse leger in 1940, toen Georges vier jaar oud was. Drie jaar later kwam zijn moeder om in Auschwitz. Georges zelf bracht de oorlog door in een kindertehuis in de buurt van Grenoble, en woonde daarna afwisselend bij tantes en op kostscholen.

Weggestopt

Perec schrijft nooit direct over het verlies van zijn ouders. Hij maakt omtrekkende bewegingen, bijvoorbeeld door de straat waar hij als klein kind woonde in kaart te brengen. In het stuk `De Rue Villin' worden alle panden beschreven van de – tot sloop gedoemde – straat, inclusief het ouderlijk huis. Daar maakt Perec niet meer woorden aan vuil dan aan de andere huisnummers. Hij zet het zelfs tussen haakjes: `in dat gebouw woonden we'. Het is kenmerkend voor de onderkoelde manier waarop Perec te werk gaat. Hoewel hij gedreven wordt door een `panische angst om mijn sporen kwijt te raken', vermijdt hij de sentimentele kanten van zijn autobiografie. Zoals hij zegt in een van de mooie interviews in Ik ben geboren: `En het is vooral niet de tragische gebeurtenis, met op de achtergrond vioolmuziek! Het moet steeds weggestopt blijven'.

Het `weggestoppen' was niet altijd uit vrije wil, maar ook omdat Perec zich vrijwel niets herinnerde uit zijn kinderjaren. Wanneer hij een inventarisatie maakt van alle plekken waar hij ooit geslapen heeft, ontbreken juist die uit zijn jeugd, `die allemaal oplossen in de ongedifferentieerde grauwheid van een slaapzaal op een kostschool'. Dat wil niet zeggen dat Perec genoegen neemt met die lege plek. Stilte en afwezigheid hadden voor hem niet de positieve bijklank die het in de moderne literatuur vaak krijgt. In een prachtige tekst over concentratiekampboeken trekt Perec tegen die modieuze `onzegbaarheid' van leer: `In het schrijven lijkt tegenwoordig de mening opgeld te doen dat het ware doel van de literatuur maskeren, niet onthullen is. Overal en altijd wordt ons gevraagd het raadsel, het onverklaarbare te voelen. Het onuitsprekelijke is een waarde. Het onzegbare is een dogma. Alledaagse gebaren zijn maar net opgeschreven of ze worden leugenachtig. Woorden zijn verraderlijk. Er wordt ons gevraagd tussen de regels door dat onbereikbare doel te lezen waarnaar elke authentieke schrijver hoort te reiken: stilte. Niemand doet een poging om de werkelijkheid te ontwarren, om vooruit te komen, al was het maar stap voor stap, om te begrijpen'.

Perec deed wél een poging om de werkelijkheid en vooral zijn eigen geschiedenis te ontwarren. Hij ordende zijn schaarse herinneringen alsof het rekeningen waren. Hij deed dat zo bewust dat hij spreekt van `herinneringswerk'. Systematisch zocht hij zijn geheugen af, in de herhaalde psycho-analyses, maar vooral op papier. Vaak ging de schrijver daarbij te werk met cijfers in plaats van woorden, een heel gegoochel dat aan de meeste lezers van zijn romans voorbij zal gaan. Wie wil weten hoe het zit met die biografie in getallen, kan er het overzichtelijke boekje van Manet van Montfrans op naslaan. Zij promoveerde vier jaar geleden op Perec, en schreef nu Georges Perec, een gebruiksaanwijzing. Behalve de biografische en bibliografische feiten, geeft zij ook een uitleg van de `kerngetallen' van Perec, zoals de data van zijn eigen geboorte en de overlijdensdata van zijn ouders. Zo keert het jaar 1943, waarin zijn moeder overleed, een aantal keren terug in de vorm van een teiltje met daarin drie van de vier paar sokken die de held bezit.

Op die manier wist Perec het autobiografische materiaal toch onder te brengen in zijn romans. Zelfs de teksten die onder `dwang' geschreven werden, dat wil zeggen volgens vastliggende retorische regels, konden persoonlijk zijn. Onder het motto `beperking bevrijdt' legde Perec zich zelfbedachte of bestaande regels op bij het schrijven. Het extreemste voorbeeld is het niet gebruiken van de letter `e' in de roman La Disparition.

Masochistisch

De strengheid van de systemen hielp Perec zijn moeilijkheden bij het schrijven te overwinnen: zelf beschouwde Perec dit soort teksten als de meest ontroerende die hij ooit schreef. Zoals hij in Ik ben geboren uiteenzet, boden de regels hem een `toegang tot het onbewuste'. Door het hanteren van een zeef waar de woorden doorheen geperst moesten worden, kon hij iets moeilijk benoembaars toch verwoorden. Opnieuw is er de parallel met de psychoanalyse: `Het vond plaats, het had plaatsgevonden, het vindt plaats en het zal plaatsvinden. Je wist het al, je weet het. Iets is domweg opengegaan en gaat open: de mond om te praten, de pen om te schrijven: iets heeft zich verplaatst, iets verplaatst zich, een lijn laat zich trekken, de kronkellijn van de inkt op het papier, iets wat vol en vloeiend is'.

De onder `contrainte' geschreven teksten zijn niet zo geestdodend als je zou verwachten met een zo `dor, gratuit en misschien masochistisch systeem', zoals Perec het zelf noemde. Integendeel. Het leven een gebruiksaanwijzing, ook in Nederland een groot succes na de vertaling in 1995, is in geen enkel opzicht saai of voorspelbaar. In plaats van een gebruiksaanwijzing voor het leven, is het een demonstratie hoe het leven zich niet in een systeem laat vatten. Perec stelde dat het bij de `contraintes' in de eerste plaats gaat om wat zich daaraan onttrekt: `het heeft te maken met de tegenstelling tussen het leven en de gebruiksaanwijzing, tussen de spelregel die je jezelf oplegt en het paroxisme van het echte leven dat die ordening voortdurend overspoelt en tenietdoet, en gelukkig maar trouwens'.

Dat neemt niet weg dat Perec bleef proberen dat `echte leven' vast te leggen, ook door wat hij zelf zijn `sociologische' werk noemde. Daarbij ging het hem om het `onder-gewone': van die dingen die we doorgaans niet de moeite van het registreren waard vinden. Het meest bizarre voorbeeld is wel zijn `Poging tot inventarisatie van het vloeibare en vaste voedsel dat ik in de loop van het jaar negentienhonderdvierenzeventig door het keelgat heb gejaagd'.

Rokus Hofstede, de onvolprezen vertaler en samensteller van Ik ben geboren, koos teksten die in de eerste plaats gaan over een gepassioneerd schrijver. Perec noemde schrijven `de enige manier om me met mezelf en de wereld te verzoenen, om gelukkig te zijn of gewoon om te leven'. Want al het geploeter met de stugge materie die tekst moest worden, kon eindigen in een uitspatting van schrijfplezier. Tegenover `al die steeds opnieuw begonnen pagina's, die onvoltooide kladjes, die onaffe regels' stond – soms – de roes van de verwoording.

Georges Perec: Ik ben geboren. Gekozen, vertaald en van noten en een nawoord voorzien door Rokus Hofstede. De Arbeiderspers, 243 blz. euro 25,– Manet van Montfrans: Georges Perec, een gebruiksaanwijzing. De Arbeiderspers, 118 blz. euro 12,50