Met preventie en repressie naar een fatsoenlijker samenleving

Een `waarden-volle' samenleving is niet eenvoudigweg een kwestie van een actieve overheid. Zowel ingrijpen waar dit geboden is, als terugtreden waar dit gewenst is, zijn pijlers van ons maatschappelijke morele kapitaal, vinden Sabine Bierens en Peter van Zunderd.

De juridische benadering van het waarden-en-normenvraagstuk waarbij gewezen wordt op normen die zijn vastgelegd in de (Grond)wet wordt veel toegepast. Maar waar mensen een verminderde veiligheid op straat ervaren, een afname van het onderlinge respect en een verruwing in de onderlinge omgang op allerlei niveaus – waaronder ook de vele voorvallen van `zinloos geweld' – moet men zich afvragen of deze aanpak volstaat.

Deels gaat de discussie over normen die wij Nederlanders van belang achten, maar die niet zijn vastgelegd in wet- en regelgeving, en dat is lastig. Ook het recente WRR-rapport over waarden en normen worstelt met deze kwestie: de gedragingen tussen onprettig en onwettig. Hoe leg je bijvoorbeeld verdraagzaam en respectvol gedrag vast en hoe controleer je de naleving ervan?

Er lijken twee opties te zijn voor de oplossing van het probleem: het reguleren van wenselijk gedrag óf het vinden van manieren van niet-wetgevende aard om amoreel gedrag te beïnvloeden en de moraal breed te doen (her)leven in de samenleving. Wij pleiten voor een combinatie van preventie en repressie. Bestaande formele regels moeten (beter) gehandhaafd worden. De drie gescheiden machten moeten er te allen tijde voor waken dat de rechtsstaat niet wordt uitgehold. Daarnaast moet goed gedrag en het zich eigen maken van waarden op andere manieren – onder meer door de overheid – worden gestimuleerd.

Wetgeving kan gezien worden als gestolde moraal. De Grondwet is daar een belangrijke component van. Toch zijn de waarden die erin vastliggen te abstract en te onbekend bij mensen om directe invloed te hebben op gedrag. Daarom moet aandacht worden besteed aan het zich eigen maken van de waarden uit de (Grond)wet in onderwijs, opvoeding, inburgering en strafrecht. Een beroep doen op het bestaan van de wetten is niet voldoende. Wetten moeten voorspelbaar en consequent worden toegepast en de waarden die ten grondslag liggen aan de normen moet begrepen en geïnternaliseerd worden.

De oplossingen voor een goede publieke moraal moeten gezocht worden in het aanspreken op gedrag, formeel en informeel, door burgers onderling en `van hogerhand' en in een goede opvoeding en opleiding in de morele kaders van deze samenleving en de waarden-pilaren waarop zij rust. Bij ingrijpen van hogerhand moet niet alleen gedacht worden aan politie en justitie. Ook andere gezagsdragers – leraar, schoolbestuur, arts, werkgever, trein-, bus- en trampersoneel – moeten voor hun `invloedssfeer' aangeven welk gedrag de norm is en moeten toezien op de naleving daarvan. Men moet zich breed gesteund weten door de verantwoordelijke instellingen organisaties en bedrijven om de neergaande spiraal van angst voor ingrijpen en van de terreur van het geweld en de brutaliteit te doorbreken. Steeds moet door gezaghebbenden nadrukkelijk gekozen worden voor het belang van de welwillende burger. Misbruik van deze bevoegdheid moet even streng worden beoordeeld als datgene waartegen zij wordt ingezet.

Bij de vervolging van delicten door het Openbaar Ministerie moet duidelijk prioriteit worden gegeven aan de vervolging van hen die andermans bezit of eerbaarheid aantasten en kan bijvoorbeeld vaker een beroep worden gedaan op de strafuitsluitingsgrond noodweerexces. Eigenrichting mag niet verworden tot norm, maar een afnemend vertrouwen in de rechtsstaat werkt deze eigenrichting in de hand. Het mes van het daadkrachtig optreden tegen kwaadwillenden snijdt dan ook aan twee kanten. Daarnaast is alertheid op niet strafbaar, maar wel afwijkend gedrag en lichte overtredingen van groot belang om potentieel crimineel gedrag te ondervangen. Schoolverzuim is daarvan een voorbeeld. Invloed van bovenaf is ook mogelijk in de zin van opvoedend optreden door de overheid: stimulering van buurtprogramma's, Halt-bureau's, taakstraffen op overtredingen en het bieden van opvoedingsondersteuning in de zin van een gezinscoach of -voogd.

Verder is vorming in opvoeding en onderwijs noodzakelijk. Bepaalde waarden moeten in de opvoeding worden meegegeven, willen ze van enigerlei waarde kúnnen worden. Hoewel de opvoeding in de gezinssituatie wellicht de grootste invloed heeft op (toekomstig) gedrag, is het onderwijs een plaats waar vanuit het algemeen belang datgene wat in gezinnen goed ging kan worden aangevuld en wat in gezinnen misging kan worden ondervangen, zónder een directe inbreuk te maken op de privé-situatie. Dit kan door les in omgangsvormen en respect op de basisschool en door gedegen middelbaar onderwijs in ethiek, politiek, filosofie, vaderlandse geschiedenis, (verschillende!) levensovertuiglijke stromingen en de beginselen van de democratische rechtsstaat. Doelstelling is niet alleen het aanleren van omgangsvormen, maar ook het creëren van bewustzijn van het soort samenleving waarin wij leven. Op scholen is bovendien de informele overdracht van waarden en normen belangrijk in de omgang met bepaalde situaties en voorvallen zoals met diefstal, drugsgebruik, pestgedrag, klikken, intimidatie en vandalisme.

Een maatschappelijke stage tijdens de leerplichtige fase als afsluiting van deze `waarden-leerlijn' vinden wij een goed idee omdat het de bewustwording van de verschillende facetten van de samenleving nog verder uitbouwt door praktijkervaring. Zo'n waarden-lijn dient ook te worden ingevoerd in inburgeringstrajecten voor nieuwkomers. In het huidige inburgeringsleerboek Denkend aan Holland is van het verschaffen van dergelijk inzicht in de samenleving waarin men terecht komt nog te weinig sprake.

Ten slotte is het stimuleren van burgerzin van belang, de verantwoordelijke houding van burgers in de omgang met anderen in de samenleving en met de samenleving zelf. Het is een inspanningsverplichting van burgers die feitelijk vooraf zou moeten gaan aan een beroep op bepaalde sociale rechten. Het aanspreken hiervan kan ingezet worden tegen de door humanist Harry Kunneman omschreven tendens van het 'dikke-ik': het ego van de burger van de (post-)moderne samenleving dat zich ten opzichte van zijn rechten en van de overheid als consument opstelt, zijn verantwoordelijkheden zo veel mogelijk van zich afschuift en liefst roept dat anderen (inclusief `Den Haag') verantwoordelijk zijn voor zijn lot. Het veelgehoorde geluid dat de overheid eerst maar eens haar zaken – politie en justitie – goed moet regelen en zich zelf fatsoenlijk moet gedragen in zijn bestuurlijke taken, voor dit op te dragen aan burgers, is een onterechte omdraaiing van verantwoordelijkheden. Wij leven in een burgerlijke samenleving waarin veel vrijheid bestaat voor burgers maar die ook wordt gevormd door burgers. Deze hebben te allen tijde de plicht zich goed en fatsoenlijk te gedragen welk soort overheid ook de macht draagt. Diezelfde burgers kiezen hun vertegenwoordiging in de regering en in het parlement, waardoor hen een spiegel wordt voorgehouden. Goed voorbeeld doet zonder meer goed volgen dus het is belangrijk dat bestuurders het goede voorbeeld geven. Daarin rust bij hen een verantwoordelijkheid zoals onder meer vastgelegd in de Algemene Maatregelen van Behoorlijk Bestuur. Maar dat doet niets af aan de persoonlijke verantwoordelijkheid van ons allen ons gewoon netjes te gedragen.

Men kan vrezen dat met termen als `zedelijkheid' of `moraliteit' in de hand inbreuk zal worden gemaakt op de individuele vrijheden. Als gedrag ten opzichte van de medeburger echter zonder een beroep op absolutismen en met respect voor de waardenpluriformiteit die leeft in onze samenleving de goede kant op kan worden gestuurd, komt dit de liberale verworvenheden slechts ten goede. Mensen hoeven zich dan niet meer bedreigd of ongemakkelijk te voelen en voelen zich gesteund in plaats van machteloos ten opzichte van ongepast gedrag.

Sabine Bierens is wetenschappelijk medewerkster bij de Prof.mr. B.M. Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme en de VVD, en secretaris van het rapport Respect en burgerzin. Waarden en normen in liberaal perspectief. Peter van Zunderd is voorzitter van het college van bestuur van het politie onderwijs- en kenniscentrum LSOP, voormalig korpschef van politie en was voorzitter van de VVD-commissie Respect.