Meer verslaafden cocaïne vragen hulp

Het aantal cocaïnegebruikers dat bij de verslavingszorg om hulp vraagt, is in 2002 met eenvijfde gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Inmiddels vormt de groep cocaïnegebruikers ongeveer eenderde van alle drugscliënten, zo blijkt vandaag uit landelijke gegevens van de ambulante verslavingszorg over 2002.

Vorig jaar meldden zich 7.700 cocaïneverslaafden bij de zorginstellingen, drie keer zoveel als in 1994. Daarbij gaat het om een groep relatief jonge mensen. Het aantal cannabisverslaafden dat hulp vraagt, is sinds 1994 verdubbeld naar 3.700 in 2002. De groep hulpzoekende verslaafden aan opiaten stabiliseerde vorig jaar op 16.000. Verder zochten meer problematische alcoholgebruikers hulp. De instanties voor verslavingszorg merken daarbij op dat hun aantal in vergelijking met het werkelijke aantal alcoholgebruikers beperkt blijft. Slechts 3 procent van de 820.000 problematische alcoholgebruikers maakt daadwerkelijk gebruik van de verslavingszorg. In 1994 was er voor het eerst een individuele meting, die aangaf hoeveel nieuwe en terugkerende cliënten werden behandeld.

Zowel het aantal cocaïne- als cannabisgebruikers dat vraagt om hulp bleef het vorige jaar toenemen. Respectievelijk 25 procent en 38 procent van de patiënten was nieuw bij de hulpverlening.

Dit najaar bleek dat het aantal jongeren in Europa dat verslaafd is aan harddrugs zorgwekkend stijgt, met name waar het gaat om cocaïnegebruik. Het aantal sterfgevallen door drugs onder Europese jongeren onder de twintig jaar verdubbelde de laatste tien jaar.