Iraakse soennieten zijn de grote verliezers

Bijna al het verzet tegen de Amerikanen in Irak en hun medestanders is in soennitisch gebied geconcentreerd. Dat is geen toeval. De soennieten, waar tot dusverre de machthebbers vandaan kwamen, vrezen de toekomst.

De soennitische zakenman Nasir Jaderchi is een man verscheurd door twijfel. Toen de Amerikaanse ambassadeur Paul Bremer hem vroeg om deel te nemen in de Iraakse regeringsraad, had hij al lang moeten nadenken. De manier waarop de raadsleden werden gekozen, langs etnische en religieuze scheidslijnen, sprak hem niet aan. Nu, zes maanden later, weet hij nog steeds niet of hij de juiste beslissing heeft genomen. Jaderchi maakt zich grote zorgen over de breuk in de Iraakse samenleving.

Van de regeringsraad, waarin naast Jaderchi nog 24 anderen door Bremer zijn verkozen, is hij een graag gezien lid. Maar veel macht heeft hij niet. In tegenstelling tot de zes grote leden met een georganiseerde achterban of broodheer, vertegenwoordigen Jaderchi en ook de andere vier Iraakse soennieten in de raad allemaal alleen zichzelf. De Koerden, verdeeld in twee groepen, beschikken over milities met tienduizenden manschappen. De shi'ieten hebben hun Badr-brigade, die ook duizenden onder de wapens heeft. Raadsleden van seculiere shi'itische groepen als het Iraaks Nationaal Congres en het Iraaks Nationaal Akkoord hebben hun banden met het Pentagon en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Nu de Amerikanen zich haasten de macht over te dragen aan de Irakezen, vreest Jaderchi dat dergelijke groepen meer te zeggen zullen krijgen dan andere.

Vooral de soennieten, ongeveer 18 procent van de bevolking, zijn de grote verliezers van de jongste oorlog in Irak. Al voor het uitbreken van de gevechtshandelingen stond hun schuld aan medewerking met het Ba'athregime voor veel partijen al vast. Saddam Hussein was immers een soenniet en de soennieten waren de enige bevolkingsgroep die nooit als zodanig tegen de Ba'ath in opstand was gekomen. Van de Iraakse ballingenpartijen die het Witte Huis en het Pentagon hun ideeën over een toekomstig Irak influisterden, was er geen enkele soennitisch.

Nu, negen maanden na de invasie, is het relatief rustig in het gebied van de Koerden in het noorden en de shi'ieten in het zuiden. De bevolkingsgroepen in deze gebieden voelen zich bevrijd, zien een betere toekomst en werken over het algemeen goed mee met de Amerikanen en de Britten. Maar de `soennitische driehoek', die ruwweg ten noorden van Bagdad tot Mosul naar Ramadi loopt, verandert langzamerhand in een Iraakse Gazastrook. Hier is bijna al het verzet tegen de Amerikaanse troepen en hun medestanders geconcentreerd.

Voor veel Irakezen is het principe van etniciteit een slapende reus die nu ruw wordt wakker gemaakt. De afgelopen 35 jaar leerden de Irakezen van de Ba'ath-partij dat er geen soennieten en shi'ieten waren in Irak, maar alleen Irakezen. ,,Voordat de Amerikanen kwamen, sprak niemand in Irak over soennieten en shi'ieten. Maar nu is iedereen opeens iets anders'', zegt Hassan al-Faydah, journalist van het Iraakse tijdschrift Al-Sa'ah, de Tijd, een soennitisch blad.

Hoe dan ook waren de soennieten traditioneel de machthebbers in Irak. Ten tijde van de Britse overheersing van 1918 tot 1932 was het de soennitische stedelijke elite die in het land, onder toezicht van en gesteund door de Britten, de lakens uitdeelde. Die stedelijke elite verloor haar invloed toen Saddam Hussein het roer binnen de Ba'ath-partij in 1979 overnam en zijn stam het voor het zeggen kreeg, maar de macht bleef in principe een soennitische aangelegenheid.

Al-Faydah zit met hoofdredacteur Abdul Salam Al-Samer in een van de lege kamers in hun nieuwe pand. De krant houdt kantoor in de soennitische Bagdadse wijk Adamiya, waar deze week nog vóór Saddam Hussein werd gedemonstreerd. ,,Ze uiten hun recht, ze willen dat de Verenigde Staten Irak verlaten en protesteren daartegen'', zegt hoofdredacteur Al-Samer.

Zoals meer inwoners van radicale soennitische wijken en steden als Adamiya, Tikrit, en Samarra (deels shi'itisch) denken de twee journalisten dat de Verenigde Staten uiteindelijk Irak zullen opdelen in verschillende, etnische gebieden. ,,De vorige kolonisatoren Groot-Brittannië en Frankrijk hebben ook hun grenzen getrokken in het Midden-Oosten; opgedeelde volkeren zijn makkelijker te overheersen'', zegt Al-Samer.

Al-Samers ideeën zijn niet geheel uit de lucht gegrepen. Een maand geleden verscheen er een opiniestuk van de directeur van de invloedrijke denktank Council on Foreign Relations, Leslie Gelb, in de New York Times waarin eveneens werd voorgesteld Irak op te delen. Gelb wees erop dat Irak een onnatuurlijke is staat die na de ineenstorting van het Ottomaanse rijk door de Britten bijeen is geharkt.

Het grote probleem van de soennieten is volgens raadslid Jaderchi dat zij geen stem hebben in de toekomst van Irak. Veel gebieden, stammen en groepen voelen zich totaal niet vertegenwoordigd. In de soennitische verzetshaard Fallujah klaagde de lokale sjeik dat er zelfs geen Amerikaan was komen praten of ze vertegenwoordigd wilden worden in de regeringsraad. Jaderchi vindt dat een slechte zaak. ,,De soennieten moeten niet verder worden geïsoleerd in de politieke beslissingen. De tijd is kort, anders breidt de onrust zich verder uit'', waarschuwt het raadslid.

Onlangs had hij een gesprek met het civiele bestuur van Paul Bremer over een grotere rol voor de soennieten in de toekomst van Irak dan ze tot nu toe hebben gespeeld. Het gesprek ging niet goed, zegt Jaderchi. ,,Ik ben er niet van overtuigd dat de problemen zullen worden opgelost.''