Golvend metaal

Het nieuwe muziekpaleis van Frank Gehry maakt van Los Angeles weer een stad met een hart. Een plek waar noten ragfijn klinken, maar ook een plek om gezien te worden.

Een zilveren schoener. Een witte roos. Geef het ding maar een naam. Hoe vaak komt het voor dat alleen al het zien van een gebouw je vrolijk stemt? Dat je rondloopt in een constructie van beton, hout en meters roestvrij staal met een mengsel van blijdschap en ontroering?

De net geopende Walt Disney Concert Hall in Los Angeles bezit die kracht. Het gebouw juicht, het straalt levenslust uit en onmiskenbare hartelijkheid. Daarmee heeft architect Frank Gehry zijn Guggenheim museum in Bilbao misschien wel overtroffen. Hij gaf werkers in de Californische stad zonder hart een reden de auto te laten staan en niet direct naar de voorsteden te vluchten.

In Bilbao ligt Gehry's roemruchte museum, bekleed met golvend titanium, prachtig aan de rivier de Nervión; het contrast met de oude stad vergroot de spanning. In Los Angeles krijgt hij niets cadeau. De naam van de buurt zegt het al, Bunker Hill. De omgeving werd gedomineerd door `corporate headquarters'. Meneren-architectuur voor de grote namen in de olie, de bankwereld en de accountancy.

De meeste gebouwen zijn aanzienlijk hoger dan het nieuwe muziekpaleis op de hoek van First Street en South Grand Avenue. Maar zij vallen in het niet bij dit optimistische zeilschip. Gehry zet de stad naar zijn hand. Californischer kan het niet. Wie denkt dat Californië links is, of rechts nu Schwarzenegger er gouverneur is, mist de kern. Californië gaat altijd verder, ligt voorop, omhelst van nature wat nieuw is, soms bij vergissing, met des te meer overgave als er uitzonderlijke kwaliteiten in het spel zijn. Californië gaat over de wil tot vrijheid tegen vrijwel iedere prijs.

Gehry's glanzende zwaan past in die traditie van creatieve destructie. Alles wat er naast staat legt het af. Met een intussen fenomenale informatie-technische beheersing van het ontwerpproces rolt hij een eeuw rechthoekige blokkendozen op. En komt met een resultaat dat vele hectaren `downtown' meesleept. Wat gewoon een muziekgebouw met garage moest worden, is uitgegroeid tot een bedevaartsoord, een plek waar het goed eten en flaneren is, waar je naartoe moet als je in Los Angeles bent. Bouwkunst als reisdoel én zingeving.

En dan te bedenken dat het begonnen was om de binnenkant, de concertzaal. Een eigen zaal voor het Los Angeles Philarmonic Orchestra, dat na lange omzwervingen veertig jaar speelde in het naastgelegen Dorothy Chandler Pavilion, een zaal uit 1964 met kroonluchters, luxe kunst tegen de muren en een akoestiek als een natte parachute. De Walt Disney Concert Hall is het tegendeel, alles is ragfijn te horen, ook de snoepjespapiertjes aan het andere eind van de zaal.

Wie Frank Gehry grootspraak wil ontlokken, moet vroeg opstaan. De dag voor de officiële opening van zijn creatie zit hij gemoedelijk op het podium van `zijn' zaal, een jopper over een donkerblauwe coltrui die licht opbolt door zijn vrolijke buikje. Naast hem de Finse dirigent van het orkest Esa-Pekka Salonen en de Japanse akoesticus Yasuhisa Toyota. Is het de zaal geworden waar hij bijna zeventien jaar van droomde?

Understatement

,,Ik ken de zaal vrij goed'', zegt hij met wat mag gelden als het understatement van de dag. ,,Ik heb eindeloos schaalmodellen gezien. Maar toen het zo ver was dat ik de zaal voor het eerst vol met publiek zag en een concert hoorde, was ik compleet verrast. De tranen biggelden me over de wangen.''

Gehry mompelt het, zonder veel gezichtsuitdrukking. Na tien seconden pauze voegt hij eraan toe: ,,Ik zag ook bevestigd wat ik altijd al verwachtte: dit is een paradijs voor voyeurs. Je ziet iedereen. Naar mensen kijken die naar andere mensen zitten te kijken, is iets wat wij kennelijk leuk vinden.'' Een grijns.

Even later prijst hij zich gelukkig dat hij de zaal zelf samen met Toyota heeft mogen ontwerpen. ,,Meestal krijg je allerlei instructies van de akoesticus. Dan wordt het moeilijk nog een mooie zaal te bouwen. Wij gingen samen creëren, samen het onbekende verkennen. Dat is een zeldzame ervaring.'' Het gevolg is dat er niet veel verrassingen waren toen de zaal af was. Hoogstens moet het orkest wennen aan zoveel hoorbaarheid. Deze zaal, waar 2.265 mensen in kunnen, wordt moeiteloos volgezongen of -gespeeld door een solist.

Sinds de opening heeft het orkest niet te klagen over publieke belangstelling, de Walt Disney Concert Hall is `the hot ticket in town'. Maar voor de klankkleur maakt het niet uit of er iemand komt. De stoelen zijn zo ontworpen dat zij ongeveer dezelfde akoestische eigenschappen hebben als het menselijk lichaam. Met dat oog voor detail is het hele gebouw bedacht en uitgevoerd voor 274 miljoen dollar, bijna drie keer zoveel als het titanium-paleis in Bilbao.

Ook de vloerbedekking en de bekledingsstof van de stoelen is door Gehry zelf ontworpen, in frisse jaren-vijftigkleuren, tamelijk fel groen, paars en rood. Het patroon heeft hij `Lilian' genoemd, naar Walt Disney's weduwe die met een eerste schenking van vijftig miljoen dollar de aanzet gaf tot de bouw. Zij en later haar dochter stonden erop dat Gehry de bouwheer bleef, ook toen de wisselende krachten binnen gemeente en vermogende sponsors liever een meer beproefde architect wensten. Het eclatante succes van Bilbao maakte aan die twijfel radicaal een eind.

De zaal in Los Angeles is nadrukkelijk niet geïnspireerd door de gelouterde `schoenendozen' van Amsterdam en de Musikverein in Wenen, maar vooral op de door Hans Scharoun ontworpen Philharmone (1963) in Berlijn, waar het publiek aan alle kanten om het podium zit. In Los Angeles spreekt men van het wijngaardmodel: het publiek zit plateau-gewijs steeds wat hoger, maar niemand zit echt ver weg van de muziek.

Wat een contrast. Tientallen jaren had Frank Gehry betrekkelijk bescheiden opdrachten, die meestal meer als interessant dan serieus werden beoordeeld. Het gebruik van goedkope materialen was in die lange aanloopfase ook een kwestie van armoede. Zijn zoektocht naar een humanistische vormtaal is er misschien des te zuiverder van geworden.

Sinds `Bilbao' (1997) is hij onmiskenbaar doorgebroken. Aan de Walt Disney Concert Hall is hij tien jaar eerder begonnen dan aan het Baskische gebouw. Sinds het Spaanse museum heeft de Gehry-studio het gebruik van aangepaste CATIA-ontwerpsoftware uit de vliegtuigindustrie verder verfijnd. In de Zuid-Californische muziektempel legde Gehry alles neer wat hij in de loop der jaren heeft ontdekt en zichzelf geleerd.

Dat is goed te zien aan de overkant aan Grand Avenue in het LA Museum of Contemporary Art (Moca), dat tot 26 januari een uitvoerige tentoonstelling met modellen en maquettes heeft over de ontwikkeling van Gehry's werk. Daar wordt duidelijk hoe het wereldsucces in Spanje heeft geleid tot een explosieve vraag naar `Gehry's', liefst uitgevoerd in de kenmerkende golvende, metalen platen.

Strubbelingen

Het oorspronkelijke ontwerp van de Walt Disney Concert Hall was aan de buitenkant bedekt met kalksteen, dat 's avonds warm zou opgloeien. Toen de bouw na vier jaar financieel-bureaucratische strubbelingen in het midden van de jaren negentig weer kon worden hervat, lag er één voorwaarde: golvend metaal. Los Angeles wilde zijn eigen Bilbao. Frank Gehry maakte van de gelegenheid gebruik zijn ontwerp te verfijnen, aan te scherpen, gedurfder te maken.

Op de Moca-tentoonstelling is te zien dat Gehry de laatste zeven jaar een explosie van uitnodigingen voor competities en opdrachten te verwerken heeft gehad. Zo heeft hij spectaculaire ontwerpen gemaakt voor een nieuw gebouw voor The New York Times en voor een hotel voor de design-bewuste Ian Schrager-hotelgroep op Astor Place. Een ontwerp voor een nieuw Guggenheim museum in zuid-Manhattan is, net als het hotel, door de recessie voorlopig in de ijskast verdwenen.

Gehry heeft intussen gebouwen staan in Düsseldorf (kantorencomplex Der Neuer Zollhof), Praag (Nationale Nederlanden), Los Angeles (Loyoala Law School), Princeton (Princeton University Science Library), Cambridge (computer science-gebouw voor het Massachusetts Institute of Technology), Berlijn (een gebouw voor DG-bank), in de staat New York (Performing Arts Center van Bard College), en in Pasadena (Californië, Art Center College of Design).

Het succes van zijn concertzaal in Los Angeles heeft Gehry weer populairder gemaakt. Vorige week werd bekend dat een geldschieter bereid is in Brooklyn een nieuw stadion neer te zetten voor The Nets, een landelijk spelende basketbalploeg. Voorwaarde: dat Gehry de Brooklyn Arena bouwt. Het vorige week onthulde plan houdt de belofte in dat ook die grote wijk van New York een Gehry-injectie krijgt, zoals Bilbao en nu Los Angeles.

Op de openingsavond paraderen `the blonde and the beautiful' tijdens de pauze over het boomrijke dakterras, zo bloot als hun zelfkennis reikt. Hun begeleiders in smoking. De huidige Disney-baas Michael Eisner, schilder David Hockney, de weduwe van filmcomponist Henri Mancini (naar wie een trap is genoemd), actrice Jodie Foster, oud-burgemeester Richard Riordan, oud-minister van Buitenlandse Zaken Warren Christopher, al die subwerelden van Los Angeles schuiven door elkaar om te worden gezien. Of toch ook om de terugkeer van een soort gemeenschapsgevoel te vieren?

De geldschieters en de bestuurders hebben extra reden tot trots. Juist dit najaar liepen de besprekingen vast tussen The New York Philharmonic en de Carnegie Hall. De door bestuurders bedachte fusie ging niet door, en het grote orkest van de tegenpool van Los Angeles moest met hangende pootjes terugkeren naar het Lincoln Center, zo'n rechthoekig, prestige-gretig gebouw waar de musici al jaren ongelukkig van worden. Californië-New York 1-0.

Frank Gehry en het LA Philharmonic hebben een uitnodigende muziekzaal gewild. De hele voorgevel aan Grand Avenue kan open. Daardoor zijn er wel enkele tientallen extra suppoosten nodig. Gehry heeft nergens hoge, moeilijke kunst toegepast. De winkel en het café zijn smaakvol, in glas, staal en licht hout uitgevoerd. Niemand wordt de deur gewezen behalve in de eclectische, puntsmutsvormige `Founders' Room' en de `Founders' Garage', waar de serieuze geldschieters een beetje exclusief plezier voor hun honderdduizend dollar of hun miljoen krijgen.

De gulste geefster kreeg een eigen kunstwerk op de daktuin, een door Gehry ontworpen reusachtige roos, want daar was mevrouw Disney zo dol op. Gemaakt van delfts blauw, want dat verzamelde zij. Lilian stierf in 1997, 98 jaar oud. ,,Stuurt u mij vierduizend goedkope stukken'', had de architect aan De Porceleyne Fles gevraagd. Gehry: ,,Maar dat weigerden ze in Delft. De fabriek heeft mooi delfts blauw gestuurd. Dat hebben we in gruzels geslagen en van die stukjes is de roos voor Lilian gemaakt. Ik zie dit gebouw ook als de blaadjes van een roos. Als je door de stad rijdt en je ziet het gebouw opeens om een hoek uitsteken, dan krijg je die indruk. Toen Lilian niet zo goed meer wist wat het zou worden, zei ik haar dat het op een vaas witte rozen zou gaan lijken.''

Inl: www.musiccenter.org

Tentoonstelling: Frank O. Gehry, work in progress. T/m 26 jan in het Museum of Contemporary Art, Los Angeles. Inl: www.moca-la.org

    • Marc Chavannes