Geschenk uit de hel of opsteker?

De aanhouding van Saddam Hussein inspireert tot vier opmerkingen:

1. De persoonlijke magie van de voormalige heerser is met zijn machteloze overgave gebroken. De held blijkt een anti-held. Voor de angst onder Irakezen, dat de man in staat moest worden geacht om vanuit zijn schuilplaatsen alsnog de macht te heroveren zodra de Amerikanen hun hielen zouden lichten, is de aanleiding weggevallen. Dat op zichzelf kan ontspanning in de Iraakse verhoudingen tot gevolg hebben, maar anderzijds de eis van een spoedig Amerikaans vertrek stimuleren. De voortvluchtige en opgejaagde Saddam lijkt intussen niet het meesterbrein te zijn geweest achter de reeks van aanslagen van de afgelopen maanden, zoals van Amerikaanse zijde gesuggereerd. Of de bronnen van gewelddadig verzet nu zullen opdrogen blijft dan ook de vraag.

2. In het verlengde van de aanhouding ligt berechting van Saddam, door een Iraaks hof, al dan niet aangevuld met internationale rechters en waarnemers. Aangezien het een vreemde, bezettende mogendheid is die de man, ten eerste, zijn macht ontnam en hem mogelijk nu, ten tweede, ter berechting bij de geïmporteerde en dus omstreden autoriteiten zal afleveren, is de rechtsgang bij voorbaat belast. Nog temeer omdat de hoogste Amerikaanse en Iraakse autoriteiten zich al hebben uitgelaten over wat het vonnis zou moeten worden. `Neurenberg' ontlokte het verwijt van `overwinnaarsrecht'. Het verwachte proces dreigt als overwinnaarsrecht-in-commissie de geschiedenis in te gaan. Vraag: zal berechting onder die omstandigheden bijdragen tot ontspanning of verharding van de interne verhoudingen?

3. Met het vrijgeven van de vernederende beelden van wat een soort afgedwongen medisch onderzoek leek, is een risico genomen. Afgezien van de omstandigheid dat met deze show vermoedelijk een rechtsbeginsel werd geschonden, dringt de vraag zich op wat de invloed van die bewuste ontluistering zal zijn op de Arabische gemoederen. Voor veel Arabieren binnen, maar vooral ook buiten Irak was Saddam lange tijd het symbool van Arabische emancipatie in een als vijandig ondervonden wereld. Saddam was een bruut, maar was voor veel Arabieren wel `onze bruut' – van wie anderen `met hun poten moeten afblijven'.

4. De aanhouding van Saddam vieren Bush en Blair als een opsteker in een lange periode van opeenvolgende tegenslagen. Zij waren al bezig de bakens te verzetten. De Amerikaanse president heeft rekening te houden met de verkiezingen van volgend jaar. De Iraakse impasse moet worden doorbroken of tenminste moet de indruk kunnen worden gewekt dat dit zo is. Of Saddam-in-gevangenschap het voor de Amerikanen gemakkelijker zal maken zich uit de Iraakse strik te verlossen, is de belangrijkste vraag die de gebeurtenissen van afgelopen weekeinde oproepen.

De Europese critici van de oorlog tegen Saddam zijn deze week in een positie komen te verkeren die vergelijkbaar is met die van na de Amerikaanse zege in het voorjaar: de oorlog blijven veroordelen, maar het resultaat ervan toejuichen. Toen waren het de succesvolle opmars, de snelle overwinning en de ondergang van Saddam die tot algemeen applaus dwongen. Het vervolg, het Amerikaanse onvermogen de zege om te zetten in een duurzame vrede, de opgeroepen verwachtingen ook maar bij benadering te verwezenlijken, deed de kritiek onder het motto: we hadden u toch gewaarschuwd, weer toenemen. De aanhouding van Saddam beweegt de critici echter opnieuw tot algemeen applaus.

Waar het effect van Saddams aanhouding en berechting op de Arabische straat moet worden afgewacht, is de Europese reactie een gegeven.

De steeds wisselende Amerikaanse voorstellingen van het waarom van de interventie heeft kritiek uitgelokt maar die tegelijkertijd bemoeilijkt. Het begon met Saddams massavernietigingswapens die onmiddellijk, of in ieder geval op termijn, Europese steden zouden bedreigen. In de interne Britse controverse ging het zelfs om een waarschuwingstijd van slechts 45 minuten. Hoewel Europese critici de risico's van een gewapende interventie ernstig wilden nemen, konden zij zich aanvankelijk moeilijk onttrekken aan de doem van de aan Saddam toegeschreven arsenalen.

Vervolgens bleken die arsenalen niet te bestaan. In Washington verschoof de voorgegeven motivering voor de interventie naar de wandaden van Saddams regime. Opnieuw een redengeving waarvoor critici niet de schouders konden ophalen. Toen het Bush-team daaraan ten overvloede het voornemen verbond om, te beginnen met Irak, het hele Midden-Oosten voor democratie en vrije markt te winnen en zo het kwaad voorgoed uit de regio te verbannen, kon althans verbale bijval niet uitblijven.

De berechting van Saddam Hussein wordt hoe dan ook een lakmoesproef voor de stand van zaken in Irak en daarmee voor de Amerikaanse interventie. In beginsel kunnen de Amerikanen Saddam alleen uitleveren als er sprake is van een rechtsstaat Irak. Een dergelijke rechtsstaat laat zich niet van de ene op de andere dag optuigen. Het voornemen verkiezingen te organiseren is op zichzelf geen waarborg dat Saddam ook recht zal kunnen worden gedaan. Al met al kan de arrestant zich in zijn nieuwe positie nog ontwikkelen tot een formidabele complicatie. Tot een geschenk uit de hel.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon