Gelukspaddestoel

Journalist Peter van Trigt maakt een keuze uit zijn collectie nieuwjaarskaarten.

`Gelukkig Nieuwjaar' staat er op de kaart, maar het wordt ook nog eens overdadig uitgebeeld. Het hoefijzer en het klavertje vier zijn zo'n beetje internationale gelukssymbolen. De paddestoelen, het varken en het vreemde mannetje onderaan zijn lastiger te duiden.

De paddestoelen zijn vliegezwammen; die van kabouter Spillebeen. Van het velletje, rood met witte stippen, kun je erg high worden; gelukzalig dus. Toch is de psychedelische werking niet de verklaring van dit gelukssymbool, maar de herkomst van de kaart. Die is gedrukt in Duitsland, waar een geluksvogel ein Glückspilz heet, ofwel een gelukspaddestoel.

Het varken staat voor Schwein haben, `zwijnen', wat zoveel betekent als onverdiend geluk hebben, boffen. In de Middeleeuwen was de poedelprijs namelijk een biggetje. Nog altijd beter dan niks. Een echt varken was een teken van welstand. Wie dat bezat, had te eten in een periode die voor velen gelijk stond aan hongerlijden. Intussen zijn we zo welvarend dat we hooguit nog een spaarvarken houden.

Ook het mannetje met de hoge hoed is typisch Duits. Het is een schoorsteenveger (het laddertje en het veeggereedschap ontbreken). Hij was de eerste die op nieuwjaarsdag veel heil en zegen kwam wensen, gelijktijdig met de overhandiging van de rekening. Dat deed hij in vol ornaat, in een pak dat voor de gelegenheid was ontdaan van alle roet.