Geld, politiek en de oppositie tegen Bush

Miljardair en filantroop George Soros vindt dat het Amerikaanse systeem van campagnefinanciering niet deugt. Toch geeft hij zelf ook grote bijdragen – niet aan partijen, maar aan politieke burgerinitiatieven.

Ik en een aantal andere welgestelde Amerikanen dragen miljoenen dollars bij aan burgerinitiatieven in het kader van de presidentsverkiezingen van 2004. We maken ons ernstige zorgen over de richting waarin de regering-Bush de Verenigde Staten en de wereld leidt.

Als de Amerikanen het beleid van de president bij de stembus verwerpen, kan Amerika de Bush Doctrine afschrijven als een tijdelijke dwaling en zijn rechtmatige plaats in de wereld weer innemen. Als de Amerikaanse kiezers het beleid echter ondersteunen, zullen de Verenigde Staten moeten leren leven met een vijandige wereld en een vicieuze cirkel van escalerend geweld moeten doorstaan.

Ik heb 10 miljoen dollar bijgedragen aan `America Coming Together' (ACT), een burgerinitiatief dat mensen ertoe wil aanzetten hun stem uit te brengen, en 2,5 miljoen dollar aan het `MoveOn.org Voter Fund', een fonds van een populaire lobbygroep op internet die via reclamecampagnes aandacht vraagt voor de wandaden van de regering. Deze bijdragen zijn een schijntje vergeleken met het geld dat conservatieve groeperingen in de VS bijeenbrengen en uitgeven.

In plaats van een debat te voeren over deze zaak, hebben groeperingen als het Republican National Committee en de National Rifle Association vooral veel verbaal tumult veroorzaakt over mijn donaties. In een poging de groeperingen die ik steun verdacht te maken en andere potentiële donoren te intimideren, suggereren ze dat ik met mijn bijdragen de wet heb overtreden.

In werkelijkheid heb ik me juist strikt gehouden aan zowel letter als geest van de wet. `America Coming Together' en `MoveOn.org' zijn organisaties die op grond van een specifieke bepaling in de Amerikaanse belastingwetgeving het recht hebben ongelimiteerde bijdragen van individuen te ontvangen. Beide groeperingen zijn volkomen open over hun beweegredenen en activiteiten. Beide brengen geregeld en gedetailleerd verslag uit aan de door de overheid aangestelde toezichthouders.

De recente wet op de campagnefinanciering tracht de invloed te beperken die bepaalde belangengroepen via de financiering van kandidaten kunnen verwerven, om op die manier een eerlijke strijd tussen Republikeinen en Democraten te bewerkstelligen. Mijn bijdragen zijn in die geest gedaan.

President Bush heeft bij de inzameling van campagnefondsen een groot voordeel, omdat hij een slimme manier heeft bedacht om aan geld te komen. Zijn donoren vallen uiteen in zogeheten Pioneers, die ieder 100.000 dollar verzamelen, bestaande uit campagnebijdragen die de limiet van 2.000 dollar voor individuele donaties niet overstijgen, en zogeheten Rangers, die ieder ten minste 200.000 dollar bijeenbrengen.

Een groot aantal van deze Pioneers en Rangers zijn functionarissen van bedrijven die goed in staat zijn fondsen van hun zakenpartners te bemachtigen, te bundelen en door te sluizen, inclusief volgnummers, zodat iedere individuele donor van 2.000 dollar verzekerd kan zijn van een tegenprestatie. Zo kopen zij dezelfde mate van toegang en invloed voor hun zakelijke belangen die zij voorheen verkregen door de inzet van hun eigen middelen en die van hun bedrijf. Dankzij de hulp van deze Pioneers en Rangers is president Bush hard op weg om 200 miljoen dollar binnen te halen.

Om het voordeel van deze strategie teniet te doen, heb ik bijdragen gegeven aan onafhankelijke organisaties die het bij wet onmogelijk is gemaakt hun activiteiten met politieke partijen of hun kandidaten te coördineren. De betreffende wet minimaliseert of elimineert zelfs mijn vermogen om invloed te kopen in ruil voor mijn bijdrage. Maar ik ben ook helemaal niet uit op zulke invloed. Mijn bijdragen worden gedaan met het oog op wat ik als het algemeen belang beschouw. ACT tracht kiezers ervan te overtuigen zich te laten registreren, en MoveOn probeert meer mensen te betrekken bij het nationale debat over het beleid van Bush.

Ik erken dat het systeem niet perfect is, en ik zou willen dat er een andere manier was om een eerlijke strijd te verkrijgen. Het doen van bijdragen aan ACT en het MoveOn.org Voter Fund is de beste aanpak die ik heb kunnen bedenken. Ik bepleit nu al bijna tien jaar een hervorming van de campagnefinanciering. Ik erken dat iedere nieuwe regeling onbedoeld negatieve effecten heeft, maar dat betekent niet dat hervormingen geschuwd moeten worden.

De regels moeten duidelijk worden bijgesteld op grond van de ervaringen uit 2000. Er zijn allerlei goede ideeën geopperd, waaronder een voorstel van de belangrijkste voorstanders van de huidige wetgeving over de campagnefinanciering. Dat nieuwe wetsvoorstel verdient onze steun. Het roept onder andere op tot een verhoging van de federale aanvulling van kleine campagnebijdragen. Bovendien zou hiermee de bestedingslimiet voor kandidaten die publieke financiering aanvaarden, worden verhoogd tot 75 miljoen dollar – veranderingen die de voorkeur voor donoren met veel geld zouden doen afnemen. Gratis uitzendtijd voor kandidaten is ook belangrijk. Daardoor zouden de kosten van campagnes en de storende effecten van reclameboodschappen kunnen worden verminderd.

Volledige openheid en transparantie hebben duidelijk een heilzame werking. Het is belangrijk dat bekend is waar de financiële steun vandaan komt. Ik ben open geweest over mijn bijdragen en ik verwelkom het debat dat zij hebben teweeggebracht. En zolang dat debat gaande is, helpen mijn bijdragen te verzekeren dat het geld van degenen die proberen de herverkiezing van president Bush te bewerkstelligen, niet de overhand krijgt.

George Soros is financier en filantroop, voorzitter van het Soros Fund Management en van het Open Society Institute, en auteur van `The Bubble of American Supremacy'.

© Project Syndicate 2003

Vertaling Menno Grootveld