Een koud bed

Ivo van Hove leek de gedroomde nieuwe leider van Toneelgroep Amsterdam. Maar de onvrede groeide snel. ,,Het was een overval'', zeggen de acteurs. ,,Wij waren woedend.''

n de schouwburg in Amstelveen klinkt nog het applaus voor Rouw siert Electra, als een dame naast de acteurs van Toneelgroep Amsterdam op het toneel gaat staan. Op deze zaterdagavond maakt zij bekend dat Halina Reijn en Pierre Bokma zijn genomineerd voor de Theo d'Or en de Arlecchino, belangrijke acteursprijzen. Met zijn grote lijf duwt acteur Hans Kesting zijn twee kleinere collega's naar voren om hen onder te dompelen in het applaus.

Rouw siert Electra mag dan een succes zijn, de opvoering van het stuk heeft aan een zijden draad gehangen. Vorige maand kreeg regisseur Ivo van Hove een brandbrief die door alle acteurs was ondertekend. Een uiting van onvrede en een oproep voor een gesprek, zeggen de acteurs. ,,Een frontale aanval'', meent Van Hove, die zich een week lang emotioneel niet in staat achtte om de repetities voor Electra te leiden: ,,Ik heb er een klap van gekregen.''

Toneelgroep Amsterdam (TGA) is met bijna honderd werknemers het grootste en zwaarst gesubsidieerde toneelgezelschap van Nederland. Het kan bogen op een keur aan steracteurs, een volle prijzenkast, en een erelijst vol succesrijke en vernieuwende stukken, maar het gezelschap verkeert in een crisis, die ernstig is verhevigd door het onlangs aangekondigde vertrek van gezichtsbepalende acteurs als Pierre Bokma, Lineke Rijxman en Hans Kesting. ,,Ik ben wel verrast. Ik wist niet dat deze onvrede leefde'', erkent bestuursvoorzitter Freek Ossel.

In mei van dit jaar lijkt alles namelijk nog koek en ei. Bij een vergadering van het toneelgezelschap, waarbij Freek Ossel formeel James Leyer als voorzitter opvolgt, is de sfeer uitgelaten. ,,Ik zie nog hoe Hans Kesting daar op de eerste rij witzen zat te maken, met zijn armen om de drie actrices van de Drie zusters heen'', vertelt ex-voorzitter Leyer. ,,Precies mijn beeld'', zegt Van Hove. Actrice Marieke Heebink: ,,Iedereen was inderdaad hysterisch uitgelaten. Maar er was ook een baldadige sfeer, van: `wie durft er iets kritisch te zeggen?' We wílden ook zo graag dat het goed zou komen.''

Maar wat moest er precies goedkomen?

Eerste bedrijf: De opvolging

Als de gevierde regisseur Gerardjan Rijnders in maart 1999 meldt nu echt te zullen opstappen, gaat het bestuur van Toneelgroep Amsterdam eindelijk op zoek naar een opvolger. De Belg Ivo van Hove, de succesrijke leider van Het Zuidelijk Toneel, is al snel de gedroomde kandidaat van het bestuur. De bestuurders James Leyer, adviseur van beroep, en Frans Lommerse, directeur van de Haarlemse Toneelschuur, reizen eind mei naar Roosendaal waar Van Hove aan het repeteren is voor India Song. Daarna gaat het snel, op 11 juni worden de acteurs ingelicht over de benoeming. Een dag later staat het in de krant.

,,Het was een beetje op tussen Gerardjan Rijnders en het tableau. We wilden een revival en Van Hove had veel goede ideeën voor vernieuwing'', zegt Leyer. Van Hove: ,,Ik vind dat TGA verschillende functies moet hebben: we moeten het repertoire brengen, we moeten níeuwe toneelteksten brengen, én we moeten experimentele cross-overvoorstellingen maken, waarin het theater met andere kunstdisciplines als dans, video en muziek wordt vermengd.''

Hoewel de benoeming van Van Hove door de buitenwereld juichend wordt begroet, is er één groot bezwaar: hij is ook directeur van het Holland Festival en blijft dat tot juni 2004. Heeft hij wel genoeg tijd voor Toneelgroep Amsterdam? Het bestuur en Van Hove denken van wel. Acteurs zien het drukke leven van de keihard werkende Van Hove wel degelijk als een probleem. Na repetities moet hij meteen weg, er is geen tijd voor small talk, het smeermiddel in zo'n groot toneelbedrijf. Huidige voorzitter Freek Ossel: ,,Achteraf bezien is de dubbelfunctie van Van Hove niet acceptabel. Het is geen gelukkige combinatie.''

In de gesprekken met het bestuur hebben de acteurs het idee gekregen dat ze mogen meepraten over de benoeming. ,,We waren nog in conclaaf'', zegt Heebink. ,,En op 11 juni werden we ineens bijeengeroepen en werd ons medegedeeld dat Van Hove was benoemd. Het was een overval. Wij waren woedend.'' Acteur Roeland Fernhout: ,,Er zou een intendant komen, een niet-regisserende directeur. Ons was een vorm van medezeggenschap voorgehouden.'' Volgens Leyer is echter een benoeming een ,,mandaat'' van het bestuur, niet van de acteurs.

De acteurs voelen zich bedot en laten dit aan Van Hove merken. ,,Tegen mij zeiden de acteurs: `het is niet persoonlijk', maar erg warm en hartelijk was het onthaal niet'', zegt hij. Zijn introductie door het bestuur en de toenmalige directie bij het ensemble was ook niet erg enthousiast, vindt Van Hove nu: ,,Het bestuur en de oude directie hadden mij beter moeten informeren over de voorgeschiedenis.'' Welnee, zegt Leyer: ,,Het is zeker niet zo dat we dingen niet hebben verteld.'' Fernhout: ,,De ruzie over de opvolging is een wond die nog altijd voelbaar is.''

Tweede bedrijf: Het debuut

Op 3 maart 2001 is de première van in The Massacre of Paris van Christopher Marlowe, bewerkt door Hafid Bouazza. Het is een ambitieus stuk waarmee Van Hove zijn regiedebuut maakt als nieuwe TGA-leider. De voortvarende aanpak past bij de begaafde en gedreven Van Hove, die rechtlijnig redeneert: aan de slag met een groot stuk, dan leren de acteurs mijn werkwijze meteen kennen. De toneelcritici branden het stuk af, het publiek verveelt zich en veel acteurs voelen zich doodongelukkig.

Nu vindt Van Hove dat hij nooit had moeten beginnen met The Massacre: ,,Alle afdelingen moesten hiervoor op topniveau draaien. Ik had beter iets kleiners kunnen doen, zodat we meer aan elkaar hadden kunnen wennen. Dit was te veel tegelijk. Iedereen speelde mee, er waren veel nieuwe dingen: én video én muziek.'' Was het artistiek geslaagd? ,,Ik zeg geen ja of nee. Dit was een droom van twintig jaar, waarvoor ik de enscenering in mijn hoofd honderd keer heb gedaan.''

Terugkijkend vindt Van Hove vooral dat hij nooit in het midden van een seizoen had moeten beginnen: ,,Het gezelschap was nog in rouw om het afgesloten tijdperk. En ik rende alweer voor de troepen uit.''

Derde bedrijf: De gastregisseur

Meteen na The Massacre volgt de première van Ik ben bang, van de omstreden cineast Cyrus Frisch die optreedt als gastregisseur. Van Hove gelooft sterk in gastregies en geeft volgens Fernhout ,,zijn gastregisseurs alle ruimte, ook als ze gekke dingen willen.'' Onder Rijnders waren de gastregies zelden een succes, zegt Fernhout: ,,Het ensemble bleek vaak te sterk voor de regisseurs. Van Hove wilde dat doorbreken.''

Ik ben bang wordt een mislukking, die nog altijd nadreunt. Frisch maakt een cross-overvoorstelling, in dit geval deels theater, deels film. Zijn acteurs lopen echter weg. Van Hove gaat achter Frisch staan: ,,Een gastregisseur is ook onderdeel van het gezelschap. Ik probeer een evenwicht te bewaren tussen de acteurs en de gastregisseur.''

Dat evenwicht staat echter steeds onder druk bij de gastregies van latere cross-overvoorstellingen, die net als Ik ben bang veelal moeizaam verlopen. De acteurs voelen zich slecht behandeld en onbegrepen door gastregisseurs uit andere disciplines. Heebink: ,,In het begin van de repetities van Teorema zeiden de choreografen Emio Greco en Pieter Scholten: `Toneelspelen is een achterhaalde kunst'.'' De tekstgerichte acteurs voelen zich verkeerd gebruikt in voorstellingen waarin ze bijvoorbeeld alleen mogen dansen, zegt Heebink. ,,Acteurs worden in dat soort voorstellingen niet aangesproken op wat ze kunnen.'' Van Hove zegt: ,,Voortaan wil ik kunstenaars eerst uitgebreid introduceren bij de acteurs alvorens ze gaan samenwerken.''

Van Hove doet zijn best om de vrede te bewaren. Heebink: ,,Tijdens de repetities van Rouw siert Electra afgelopen oktober konden we door een raam in het andere lokaal de repetities van Teorema volgen. Steeds weer zag je Ivo opzij kijken: Oei, het gaat weer mis hiernaast. Dan moest hij er snel heen en weer rennen om te bemiddelen.'' Maar volgens Fernhout hebben acteurs toch ,,de indruk dat hij meer partij trekt voor de mensen van buiten dan die van binnen.''

Vierde bedrijf: De eilandjescultuur

Toneelgroep Amsterdam komt niet over het ongelukkige eerste jaar heen. Intern blijft het moeizaam gaan. Het afstoten van het decor-atelier vorig jaar verloopt met veel gedoe, het hoofd techniek was weg, terwijl de aangescherpte Arbo-regels en werktijdenwet het de technici veel moeilijker maken. De buitenwereld is niet meer juichend over het gezelschap. Incidentele successen daargelaten zijn de critici minder lovend dan voorheen. Vooral de regies van Van Hove zelf, met dieptepunten als Con Amore, worden afgebrand.

De druk op Van Hove neemt toe, maar zijn interne positie blijft onwrikbaar. Met artistiek leider Gerardjan Rijnders vertrekt ook zakelijk leider Gerrit Korthals Altes. Op voorstel van Van Hove besluit het bestuur hem ook zakelijk directeur te maken. Tot ongenoegen van de acteurs, zegt Heebink: ,,Hij kan die twee functies misschien goed scheiden, maar wij niet. Hij heeft niemand naast zich die hem controleert. Ik wil niet dat hij 's ochtends over mijn salarisverhoging beslist en ik 's middags in de intimiteit van het repetitielokaal mijn hele achtertuin aan hem laten zien.''

Terugkijkend lijkt het alsof Van Hoves voorganger Gerardjan Rijnders een gezellige jeugdherbergvader was. Maar over Rijnders' afstandelijkheid, en over de wijze waarop hij tijdens de repetities zijn acteurs liet zwemmen, werd ook altijd geklaagd. Naast Rijnders waren er echter andere mensen, als Gerrit Korthals Altes, medeleider Titus Muizelaar en Lia Merhottein, hoofd van het secretariaat, die wél voor samenhang, veiligheid en een warm bed zorgden.

De club die Van Hove om zich heen heeft verzameld – Max van Engen, Hans Dowit, Titus Muizelaar, en partner en vormgever Jan Versweyveld – maakt hem juist onbereikbaarder. Heebink: ,,Op papier is het een horizontale organisatie. Bovenaan Ivo en daaronder meteen de vele afdelingshoofden. Maar daartussen zit een officieuze laag van Max, Hans, Titus en Jan. Zij fungeren als buffer tussen Ivo en de groep. Met hen valt ook moeilijk te praten omdat ze geen werkelijke macht krijgen. Ze dragen alleen uit wat Van Hove bepaalt.'' Muizelaar zorgde ooit voor het contact met het ensemble, maar in zijn ongelukkige positie werkte dat steeds minder. Inmiddels wordt hij tot de hofhouding van Van Hove gerekend.

Van Hove kan daarbij volgens de acteurs niet tegen kritiek. ,,Áls je met je kritiek naar Ivo stapt, krijg je een dichtgetimmerd betoog terug waar niets tegenin valt te brengen'', zegt Heebink. ,,Hij voelt zich steeds dieper verongelijkt. Zo onstaat in die `sfeer van openheid' een cultuur van geslotenheid, argwaan, angst en onveiligheid. Wat we nodig hebben is de veiligheid van elkaar kennen en gekend worden.''

Grootste probleem, zeggen verschillende betrokkenen, is het gebrek aan communicatie en het feit dat het gevoel van eenheid is verdwenen, er is een `eilandjescultuur' onstaan, zoals Fernhout het noemt. Hoe kan het dat deze problemen drie jaar zijn blijven liggen? Fernhout: ,,In de eerste tijd wilden we zo snel mogelijk onze teleurstelling verbijten en er weer een florerend gezelschap van maken.'' Heebink: ,,Van Hove wilde geen kritiek horen. En wij hebben onszelf steeds gesust met de gedachte: het gaat nu ietsje beter, laten we hem het voordeel van de twijfel geven.''

Vijfde bedrijf: De brief

In oktober van dit jaar gaat de bom af. Ivo van Hove: ,,Het seizoen begon heel druk. We zijn in september naar Caïro geweest voor een opvoering van Othello. Bij terugkomst begonnen meteen overdag de repetities van Teorema en Rouw siert Electra, en 's avonds de tournee van Drie zusters. Op de acteurs lag een grote druk. Door problemen met de planning, het grote decor en de strengere werktijdenwet moesten de technici voor Drie zusters in drie ploegen werken: één voor de opbouw, een voor de voorstelling en één voor de afbraak. Dit voedde de grote onvrede onder de technici.''

Ondertussen verlopen de repetities van Rouw siert Electra ook ongelukkig. Marieke Heebink wordt ziek, en wordt vervangen door Janni Goslinga. Door een misverstand komt gastspeler Jochum ten Haaf twee weken later aan dan gepland. Hierdoor is er weinig tijd om te repeteren over. Heebink: ,,Tijdens de tournee van Drie zusters bleek dat er heel veel onuitgesproken onvrede en verdeeldheid was onder de acteurs. Daarom hebben we iedereen bijeengeroepen om onszelf de vraag te stellen: hoe voel je je in het gezelschap?''

Op zaterdag 18 oktober komt het hele ensemble bijeen in een zaaltje van het NH Hotel in Groningen. Tijdens de vergadering, en daarna in de bus naar Enschede, wordt een brief aan Ivo van Hove opgesteld, niet veel langer dan een half A-viertje, ondertekend met: `het ensemble'. De brief eindigde met: `Ivo, we willen je heel graag uitnodigen voor een gesprek.'

Op maandagochtend 20 oktober krijgt Ivo van Hove de brief van zijn secretaresse. Van Hove: ,,Ik heb maandagmiddag, drie uur, meteen een noodvergadering bijeengeroepen. Dat was heel emotioneel. Als iedereen voor je gevoel tegen je brult en schreeuwt, is het moeilijk om constructief te blijven. Die nacht schrok ik wakker en kwam alles weer schrikwekkend terug. Ik moest wenen, en toen ik terugkeerde op kantoor moest ik wéér wenen. Ik kon niet stoppen. Daarom ben ik weer naar huis gegaan.'' Heebink: ,,Wij wilden met hem práten. Meer niet. Maar wat we beschrijven in de brief gebeurde weer: Van Hove schrikt van kritiek en kruipt in zijn schulp.''

Van Hove blijft een week thuis. Op 27 oktober hervat hij de repetities van Rouw siert Electra. Meteen de maandag na de première vergadert hij met de spelersgroep. Inmiddels heeft Titus Muizelaar zijn vertrek aangekondigd – wat volgens hem losstaat van het conflict – en hebben de andere afdelingen ook brieven naar de leiding gestuurd waarin zij hún problemen uiteenzetten. Oudgedienden Pierre Bokma, Lineke Rijxman en Hans Kesting kondigen in de week na de première ook hun vertrek aan, na dit seizoen.

Epiloog: Almacht

Om de crisis te bezweren is de leiding begonnen met gesprekken met iedereen binnen Toneelgroep Amsterdam. In zijn balboekje telt Van Hove inmiddels achttien vergaderingen. Een ingehuurde mediator begeleidt de gesprekken. ,,Ivo heeft minder aandacht besteed aan de emotionele kant van de organisatie en juist bij een toneelgroep zijn emoties belangrijk'', is de toelichting van voorzitter Ossel. Hij bezweert: ,,Een heel nieuwe organisatie is niet het eerste waar we naar kijken. We kijken nu meer naar de manier waarop je met elkaar omgaat.'' In de zomer moet dat goed zijn geregeld, zegt Ossel: ,,Anders moeten we wat anders gaan doen.''

Niemand zegt dat Van Hove weg moet, maar sommigen vinden wel dat hij ongeschikt is om het gezelschap in zijn eentje te leiden. Verschillende acteurs zouden liever een intendant boven hem zien. Een veelbesproken mogelijkheid is dat Muizelaar wordt opgevolgd door een sterke vertegenwoordiger van de acteurs, die naast Van Hove moet gaan opereren. De acteurs willen graag zo'n ,,Schauspielleiter met een grote bek.'' Freek Ossel: ,,Het vertrek van Muizelaar is spijtig maar biedt kansen om die functie anders in te vullen.''

Zo'n figuur kan ook tegenwicht bieden aan Van Hoves almacht, die overigens niet uniek is de Nederlandse toneelwereld. Staatssecretaris Van der Laan (Cultuur) wil een verbetering van de zogeheten cultural governance, ofwel beter bestuur, meer controle en machtsevenwicht bij culturele instellingen. Bij toneelgezelschappen krijgen (artistiek) directeuren doorgaans alle ruimte van hun besturen. ,,Er is in de toneelwereld heel weinig neiging om directies vast te leggen op meetbare resultaten, zoals een bezoekersaantal of de hoeveelheid positieve recensies'', zegt Melle Daamen, de Amsterdamse schouwburgdirecteur die het eerste rapport over cultural governance schreef.

Bij Toneelgroep Amsterdam kreeg Van Hove nauwelijks tegenspel van het bestuur dat wel uiteindelijk verantwoordelijk is. ,,Het bestuur heeft Van Hove zeker in het begin laten zwemmen'', vindt Daamen. Actrice Heebink: ,,Het bestuur heeft én Van Hove én ons laten bungelen.'' Het bestuur heeft Van Hove wel degelijk aangesproken, bezweert Leyer, bijvoorbeeld over de gevoelde `kilte' onder Van Hove: ,,Zeker drie keer.'' Van Hove antwoordt: ,,Dat is mogelijk, maar dit is voor mij niet als een groot probleem naar voren gekomen.'' Het bestuur heeft er verder ook niets mee gedaan, erkent oud-voorzitter Leyer, want: ,,Als er maar eenmaal artistiek succes was zou het verder wel goed zijn gekomen.''

`Achteraf bezien is de dubbelfunctie

van Van Hove niet acceptabel'

`Wij susten onszelf steeds met

de gedachte: het gaat nu ietsje beter'

    • Wilfred Takken
    • Karel Berkhout