De trek naar Shanghai

Geen stad in China die zo veel kansen biedt als Shanghai. Westerse bedrijven trekken er in groten getale heen. Het succes genereert echter ook problemen: te weinig stroom, te veel auto's en arme migranten van het platteland. De spanning in de stad is voelbaar.

Landenmanager Erik Versavel van de ING-groep zetelt in een ruim kantoor op de 37ste verdieping van een nieuwe wolkenkrabber in het hart van het nieuwe Shanghai. Dit stadsdeel, Pudong, was twintig jaar terug nog arm boerenland. Pudong wordt van het oudere deel van de stad gescheiden door de rivier de Huangpu. De rivier wordt steeds drukker bevaren en vormt een van de levensaders van deze havenstad.

,,Shanghai is qua kansen op dit moment waarschijnlijk de meest aantrekkelijke stad ter wereld'', zegt Versavel, die tevens voorzitter is van de Benelux Business Association in Shanghai. Hij heeft de indruk dat er steeds meer bedrijven uit de Benelux naar Shanghai komen. Frits Mönking, landenmanager van de Rabobank, ziet dat vooral bedrijven in de voedsel- en agribusiness hun regionale hoofdkwartier naar China verplaatsen.

Het is niet alleen de sterke economische groei die de stad aantrekkelijk maakt, aldus Versavel. Die groei lag met bijna 12 procent over de eerste tien maanden van dit jaar fors hoger dan het toch al hoge Chinese gemiddelde. Minstens even belangrijk is het feit dat de markt er nog relatief ongereguleerd is. Dat wil niet zeggen dat elk Westers bedrijf zijn productie nu maar onmiddellijk naar China moet verplaatsen, vindt hij, maar geen enkel bedrijf kan het zich meer veroorloven om geen China-strategie te hebben: voor je het weet kun je wel eens lelijk uit de markt worden geconcurreerd.

Veel financiële instellingen hebben zich inmiddels in het deel van Pudong gevestigd dat de gemeentelijke overheid naar voren schuift als `het nieuwe financiële centrum van Shanghai'. Vanuit het ING-kantoor ziet het er op het oog indrukwekkend uit: veel gedurfde gebouwen en de allure van een moderne wereldstad. Maar niet alle gebouwen zijn ook echt in gebruik, want juist met dat financiële centrum wil het in Shanghai ondanks al het uiterlijk vertoon nog niet echt vlotten.

,,Shanghai heeft nog altijd geen open financiële markten'', legt Versavel uit. ,,Dat is natuurlijk hét grote verschil met Hongkong. Ik zeg altijd tegen bezoek uit Hongkong: waarom zijn jullie toch zo bezorgd over de toekomst van Hongkong als financieel centrum? Het duurt zeker nog een aantal jaren voordat Shanghai echt een plaats heeft verworven. Dat komt vooral doordat de Chinese munt, de yuan, niet vrij inwisselbaar is, en doordat de rentetarieven niet door de markt worden bepaald.''

Je zou verwachten dat de buitenlandse banken sinds China's toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie WTO in elk geval aan terrein zouden hebben gewonnen in China. Maar volgens Versavel is dat niet zo. Haaden de banken vroeger een marktaandeel van zo'n 3 procent, inmiddels is dat teruggezakt tot zo'n 1,5 procent, zo schat hij. Leningen door Chinese banken worden vooral gefinancierd uit het enorme spaartegoed dat Chinese burgers bij gebrek aan alternatief op hun spaarbankboekjes hebben gezet. Daarop krijgen ze een door de overheid vastgesteld rentepercentage. De banken mogen dat geld vervolgens weer uitlenen tegen een eveneens door de overheid vastgesteld tarief, dat zo'n 3 procent hoger ligt. Buitenlandse banken hebben nog geen toegang tot de Chinese spaarbankboekjes, en daardoor weten de Chinese banken zelfs de buitenlandse bedrijven aan zich te binden – bedrijven die traditioneel juist klant zijn bij de internationale bankiers.

Vanaf december 2006 zou dat allemaal anders moeten zijn: dan krijgen buitenlandse banken volgens de WTO-afspraken ook toegang tot de Chinese spaartegoeden. Maar dan nóg zal het moeilijk concurreren blijven tegen de Chinese staatsbanken, die beschikken over een enorm netwerk van honderdduizenden kantoren door het hele land.

Versavel ziet niets in harde concurrentie met de Chinese banken, maar veel meer in samenwerking. Buitenlandse banken kunnen met hun kennis bijdragen aan een werkelijke mondialisering van het Chinese bankwezen, en daar heeft Shanghai baat bij. Hij denkt dan ook dat er plaats zal blijven voor buitenlandse financiële instellingen.

Het verhaal van Versavel lijkt niet alleen voor de banksector te gelden: veel buitenlandse bedrijven in Shanghai lopen op tegen wetten en reguleringen die maken dat het voor hen in de praktijk ondanks China's toetreding tot de WTO nog steeds moeilijker zaken doen is dan voor hun Chinese concurrenten. Zo wordt bijvoorbeeld de op papier zeer strenge milieuwetgeving van Shanghai veel eerder volgens de letter opgelegd aan buitenlandse bedrijven dan aan Chinese, en van een echt level playing field lijkt voorlopig nog geen sprake. Maar de grote potentiële afzetmarkt in het voor China zeer rijke Shanghai en omstreken, gecombineerd met de in ruime mate voorradige goedkope, en door het gebrek aan onafhankelijke vakbonden ook dociele, arbeidskrachten maken de markt er te aantrekkelijk om er niet te gaan zitten.

De wereld van de buitenlandse zakenlieden in Shanghai staat ver af van die van een andere, ook gestaag groeiende groep mensen die hun heil in Shanghai komen zoeken: de in lompen gehulde bedelaars die afkomstig zijn van alle delen van het Chinese platteland. Als je in het centrum van Shanghai over straat loopt, word je regelmatig en behoorlijk vasthoudend aan je mouw getrokken door bedelende oudere mannen en vrouwen en door vaak nog heel jonge kinderen. De bedelaars lijken zeer professioneel, en de kinderen zijn vermoedelijk speciaal voor dit werk geronseld op het platteland door georganiseerde criminele bendes. Hun eigen ouders zijn vaak in geen velden of wegen te bekennen, maar de volwassene die toezicht op ze houdt, wijst de kinderen op de mensen bij wie je het best kunt bedelen: goed geklede Shanghainezen en buitenlanders. Als we een foto willen maken, komt een Shanghainees echtbaar zich ermee bemoeien: ze schamen zich voor deze smet op het blazoen van hun moderne, schone stad, en ze sturen de bedelaars weg.

Dat de bedelaars in Shanghai de laatste tijd agressiever en talrijker zijn geworden, heeft waarschijnlijk te maken met nieuwe Chinese wetgeving. Waar de politie de bedelaars vroeger mocht oppakken en vastzetten in opvangkampen, om ze vervolgens op eigen kosten terug te sturen naar het platteland, moet de overheid ze sinds een half jaar juist gratis hulp en opvang bieden. In de praktijk zijn China's grote steden daar nog niet erg op ingesteld, maar de politie van Shanghai heeft onlangs voorgesteld om een speciaal interdisciplinair team op te richten om deze problematiek aan te pakken. Naast politiemensen moeten er in dat team ook vertegenwoordigers komen van het bureau voor Burgeraangelegenheden, dat zich eerder met bescherming dan met bestraffing van burgers bezighoudt.

In de hele stad is er veel meer dan aan het begin van de economische hervormingen van eind jaren zeventig een spanning tussen hypermodern en superrijk en arm en achterlijk te voelen. Behalve bedelaars is er ook een grote toevloed van arme plattelanders naar de stad. Het aantal migranten bedraagt volgens de laatste volkstelling van 2000 zo'n 3,8 miljoen mensen, maar het zijn er waarschijnlijk veel meer. Ze vinden werk als losse arbeider in de bouw en als horecabewakings- en winkelpersoneel. Dit zijn de gastarbeiders die het zware, slecht betaalde werk doen waartoe de meeste Shanghainezen niet meer bereid zijn.

In totaal was het officiële inwonertal van de stadsprovincie Shanghai in 2000 tegen de 16,5 miljoen mensen, waarvan er naar schatting zo'n 9 miljoen ook werkelijk in de stad woonden. De stadsbevolking groeit nog steeds, hoewel dit een van de zeldzame steden in China is waar de sterftecijfers hoger liggen dan de geboortecijfers. De aanwas komt volledig op het conto van de migranten, die vaak onder zeer primitieve omstandigheden aan de buitenrand van de stad en in afbraakwijken wonen.

Naast spanningen tussen arm en rijk is er ook spanning tussen Shanghai's nieuwe vervoermiddel, de auto, en de traditionele Shanghainese fietser met zijn felgekleurde regencape. Dat blijkt ook als onze taxi gierend tot stilstand komt wanneer de chauffeur plotseling moet remmen voor een meer dan volgeladen bakfiets die traag de weg oversteekt. De chauffeur scheldt vol vuur op ,,die achterlijke idioot'', die hem als automobilist zomaar voor de wielen durft te rijden.

Ook de overheid van Shanghai vindt dat de fietsers de auto's te veel in de weg zitten. Daarom is begin deze maand bepaald dat de ruim negen miljoen fietsen die de stad rijk is, vanaf begin volgend jaar niet meer van de belangrijkste verbindingswegen van de stad gebruik mogen maken. De boetes voor overtredingen worden vertienvoudigd en het toezicht wordt verscherpt. De fiets, lange tijd hét vervoermiddel in Shanghai, moet plaatsmaken voor de ongeveer 200.000 auto's die de stad inmiddels telt. Het aantal autobezitters groeit razendsnel: in 2002 verdubbelde het autobezit ten opzichte van 2001. En als er iets schaars is in Shanghai, dan is het wel ruimte.

Die schaarste heeft er ook toe geleid dat de stad de laatste jaren niet alleen sterk naar de buitenranden, maar ook enorm in de hoogte is gegroeid. Een groot aantal torenflats heeft de traditionele laagbouw goeddeels verdrongen, en daarmee is de gemiddelde woonruimte van de Shanghainees toegenomen van de traditionele `een opengeslagen krant per persoon' naar tien vierkante meter eind 2000. Maar de bouw van al die torenflats heeft ook nadelen: in het afgelopen jaar is de stad ongeveer anderhalve centimeter verzakt. Dat komt volgens geologen niet alleen doordat er te veel grondwater wordt weggepompt om in de grote behoefte aan drinkwater van Shanghai te voorzien, maar ook doordat de vele torenflats te zwaar op de drassige grond drukken. Het gemeentebestuur heeft daarom aangekondigd dat er niet meer onbeperkt hoog gebouwd mag worden in het centrum. De nu al immense stad zal dus nog meer aan de randen groeit.

Het centrum van Shanghai wordt daarmee het exclusieve domein van rijken en hun kantoren. De gewone mensen moeten uit hun huizen om ruimte te maken voor dure nieuwbouw. Buurtbewoners komen regelmatig in verzet tegen hun gedwongen verhuizing, maar ze kunnen er weinig tegen doen: China is immers een communistisch land, dus het land is van de staat. Je hebt daarom geen enkele juridische basis om je poot stijf te houden als je niet wilt verhuizen.

Aan de randen van de stad verrijzen eindeloze, eenvormige woontorens van beperkte kwaliteit, en als de middenklasse nog meer auto's krijgt, dan komt het verkeer nog hopelozer vast te zitten dan nu al het geval is. Het openbaar vervoer in Shanghai is slecht in vergelijking met andere dichtbevolkte steden als Hongkong of Tokio, de aanleg ervan loopt achter bij de behoefte, en mensen willen liever met de auto dan met de bus naar hun werk.

Naast een tekort aan ruimte kampt Shanghai ook met een tekort aan stroom. In het centrum glittert het neonlicht volop en in de duurdere winkelcentra is het nu nog comfortabel warm. De stroom wordt aangevoerd via een voornamelijk bovengronds elektriciteitsnetwerk, dat de in veel opzichten hypermoderne stad opnieuw iets van een ontwikkelingsland geeft. Het netwerk kan niet genoeg elektra aanvoeren: Shanghai heeft 2 miljoen kilowatt meer nodig dan de 9,6 miljoen kilowatt waarin de stad op dit moment kan voorzien. Het bestuur hoopt een extra miljoen kilowatt uit andere delen van het land te kopen, maar daar heerst veelal een nog groter tekort aan stroom. De gemeente Shanghai vroeg een aantal fabrieken begin deze maand daarom om 's nachts in plaats van overdag te werken, en het bestuur hoopt dat de winkelcentra bereid zijn om de verwarming een paar graadjes lager te draaien. Anders worden, net als in andere delen van China, perioden afgekondigd waarin er helemaal geen stroom is.

Shanghai is samen met de aangrenzende provincies Jiangsu en Zhejiang goed voor maar liefst 23 procent van China's totale economie. Het stadsbestuur lijkt zich bewust van de problemen die verdere groei bedreigen, en als de stad erin slaagt om die in ieder geval beheersbaar te houden, dan ligt het voor de hand dat de groei van Shanghai ook in de toekomst boven die van andere delen van China zal blijven uittorenen.

    • Garrie van Pinxteren