Bloed op de buis

Was het vorig jaar al een indrukwekkende hoeveelheid vermeend talent dat zich verdrong aan de poorten van diverse schouwburgen verspreid over het land, dit jaar bleken maar liefst 16.731 kandidaten bereid zich goeddeels door dezelfde zure jury `tot op de veters af te laten branden.'

De kijkdichtheid van het programma is enorm, de reacties zijn verdeeld. Velen menen dat de kandidaten door de vrijwillige aanmelding de somtijds meedogenloze kritiek over zichzelf afroepen. Bovendien weten ze wat hen te wachten staat, getuige de ervaringen van hun voorgangers. Anderen vinden dat de gemiddelde prestaties al aangeven dat de jongeren nauwelijks in staat zijn zich een reëel beeld te vormen van hun zangkwaliteiten en daardoor eigenlijk tegen zichzelf beschermd zouden moeten worden. Vriend en vijand zijn het er wel over eens dat de juryleden er geen been in zien de bloednerveuze zangers een gigantische psychologische opdonder te geven.

Tijdens interviews gaf de jury menigmaal aan niet over fatsoengrenzen heen te gaan, maar zelfs een ongeoefende kijker kan het bijkans satanische genoegen waarmee hij een oordeel velt over de wellicht onnozele, maar in ieder geval goedbedoelende gelukszoeker niet ontgaan. Overigens blijken de ego's van veel kandidaten tegen een stootje bestand: zij krabbelen na een schrobbering al snel weer overeind om vervolgens ter verdediging de jury van wansmaak de beschuldigen. Anderen nemen de schofferingen en vernederingen voor lief met gevleugelde uitspraken als: ,,Ik heb het in ieder geval geprobeerd'' en ,,Je weet maar nooit''. En een enkeling bezweert zelfs – vers van de slachtbank – volgend jaar weer een poging te zullen wagen.

De beledigingen van het viertal zullen medebepalend zijn voor het succes van het programma, maar zijn moeilijk te verteren gezien hun bemoeienis met de uitverkorenen, die bepaald niet ophoudt na de finale. Zowel in de begeleiding van Jim, Jamai, Hind en Dewi tijdens Idols I, als in de productie van hun nummers, spelen de meeste juryleden een rol van betekenis. Hun oren mogen derhalve gefilterd genoemd worden.

De talentenselectie op televisie heeft zich ontwikkeld via het onschuldige Ria Bremers' Stuif-es-in en de serieuzere Hennie Huisman Soundmix Show tot het meest laagdrempelige entreebewijs voor wereldster. De Amerikaans droom in Hollands zakformaat. Idols heeft daarmee de veelal onzichtbare wijze van de totstandkoming van roem op ongenuanceerde en ongecensureerde wijze toegankelijk gemaakt voor eenieder die vindt dat hij gehoord mag worden. En dat zijn er nogal wat. Enigszins cynisch zou je kunnen opmerken dat de kandidaten daarmee de jury krijgen die ze verdienen.

Die gaat weliswaar niet vrijuit, maar bestaat wel bij de gratie van mensen die beschikken over een opvatting van maakbaarheid die grenst aan het ongelooflijke. Wat bezielt hen?

Een verklaring voor de ongekende toeloop is de sterstatus die op de hoek van de straat schijnt te liggen. De kans aan het kennelijk door velen als weinig bijzonder ervaren bestaan te ontsnappen door jezelf kunstzinnige kwaliteiten toe te dichten en deze aan een miljoenenpubliek wereldkundig te maken, is nog nooit zo groot geweest. Waarom zou je een kleurloos nummer blijven als je zelfs met een middelmatige strot in de schijnwerpers kunt komen? Men weet namelijk ook dat subjectiviteit een rol van betekenis speelt, zeker bij de eindbeslissing door het publiek. Want iedereen heeft kunnen zien – en vooral horen – dat Jim en Jamai bepaald niet de besten waren.

Toch zitten er aan deze schreeuwerige talentenjacht niet uitsluitend slechte kanten. Het goede van deze ontwikkeling lijkt mij dat het talent tussen badkamer en conservatorium of kleinkunstacademie de gelegenheid krijgt zijn zangkwaliteiten voor een massaal kijkerspubliek te laten horen. Dat die kwaliteiten in de meeste gevallen niet aanwezig zijn, is een consequentie van deze massale aanpak.

Bedenkelijker is dat de kandidaten niet beoordeeld worden volgens objectievere criteria die ook in de kunsten wel degelijk bestaan en waarmee het programma een serieuzere ondertoon zou krijgen. Want het zou van professionaliteit getuigen om, net als bij een toelatingsexamen, via een aantal vaste onderdelen een eindoordeel te vellen dat samenhangt met waarderingen voor timing, zuiverheid, repertoirekeuze, presentatie, expressie enzovoort feitelijk is weggelegd.

Zowel het vermeende talent als het publiek zou inzicht krijgen in de basisprincipes van het mooiste vak dat er is – muziek maken – en in het spel van beoordelen en beoordeeld worden. Daardoor is bovendien de kans op een natuurlijke selectie aanmerkelijk groter: de zanger die de wereldpodia in gedachten al talloze malen beklommen heeft, neemt voor de zekerheid nog even in de badkamer thuis het liedje door. En besluit bij nader inzien toch maar van deelname af te zien.

Maar de producent weet dat de kijker van zaterdagavond helemaal niet zit te wachten op een degelijk, onderbouwd, afgewogen en samenhangend oordeel. De kijker wil bloed zien. Met Idols is de historische arena weergekeerd. En de jury beschikt door middel van de duim over de toekomst van haar kandidaten.

Erik ten Have is muziektherapeut, pianist en freelance journalist.

    • Erik ten Have