VVD: hervorm kiesstelsel ingrijpend

De fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, Van Aartsen, is voor de invoering van een zuiver districtenstelsel bij Kamerverkiezingen.

Van Aartsen bepleit dat in het kerstnummer van het weekblad Vrij Nederland. Van Aartsen is voorstander van het invoeren van 150 districten, die elk één lid naar de Kamer zouden afvaardigen. Hij bepleit aldus een terugkeer naar het kiesstelsel van vóór 1917, waarbij er in twee ronden gestemd werd: in de eerste ronde tussen alle kandidaten die zich aanmeldden, en in de tweede ronde tussen de twee hoogst-geëindigde kandidaten. Dit stelsel, zoals het thans nog in Frankrijk bestaat, leidt tot uitvoerige onderhandelingen tussen partijen over stemadviezen per district.

Van Aartsen herhaalt dat de voorstellen van minister De Graaf (Bestuurlijke vernieuwing) de VVD niet ver genoeg gaan. Hij suggereert dat minister De Graaf zijn huidige voorstel voor hervorming van het kiesstelsel – waarbij het huidige stelsel van evenredige vertegenwoordiging wordt gehandhaafd en het land in twintig districten met regionale kandidaten zou worden verdeeld – met opzet zo bescheiden heeft gehouden, omdat hij vreesde voor verzet van coalitiegenoot VVD bij verdergaande plannen.

De Graaf (D66) zou een ,,persoonlijk trauma'' hebben overgehouden aan het afschieten van het correctief referendum door VVD-senatoren in 1999, zegt Van Aartsen. ,,Terwijl ik hem nog zo op het hart heb gedrukt dat hij niet bang hoeft te zijn voor herhaling''. Van Aartsens eigen voorstel verdraagt zich overigens niet met het regeerakkoord van het zittende kabinet, omdat daarvoor de Grondwet veranderd zou moeten worden, die van evenredige vertegenwoordiging spreekt. Eerder stelde de VVD-fractieleider voor om het aantal leden van de Tweede Kamer terug te brengen van 150 naar honderd.

Als voornaamste argument voor het districtenstelsel noemt Van Aartsen dat dit reeds voor verkiezingen duidelijkheid biedt over wie met wie de macht wil delen, en derhalve leidt tot minder lange- en grillige kabinetsformaties.

In hetzelfde nummer van het weekblad VN herhaalt de fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer, Boris Dittrich, het voorstel om voortaan niet de koningin, maar de minister-president de Troonrede te laten voorlezen. Dit idee past in oudere D66-voorstellen om het staatshoofd een ceremoniële functie te geven, en geen deel meer uit te laten maken van de regering.