Schaatsen op kunstijs, maar niet in rondjes

Schaatser Jan Maarten Heideman wil een natuurijsbaan van vijf kilometer realiseren. Op het TT-circuit van Assen bijvoorbeeld.

Is het mogelijk in Nederland een vijf kilometer lange en vijf meter brede natuurijsbaan aan te leggen die met technische middelen tenminste 75 dagen in stand kan worden gehouden? Aan de hand van deze vraag stelde de Stichting Hendrick Averkamp Nu een rapport op in samenwerking met gespecialiseerde bedrijven. Tot genoegen van initiatiefnemer en marathonschaatser Jan Maarten Heideman bleek het plan haalbaar. ,,Voor een marathonschaatser is een voorbereiding op water veel aantrekkelijker dan op een skeelerbaan.''

Heideman kwam op het idee na een wedstrijd in Noordlaren. ,,Schaatsen op een kunstijsbaan is mooi, maar je schaatst vaak rondjes van maar een paar honderd meter. Het zou toch prachtig zijn om in het winterseizoen helemaal van Noord-, via Mid- naar Zuidlaren te kunnen schaatsen.'' De stichting, vernoemd naar de schilder van wintertaferelen uit de zeventiende eeuw, benaderde energiebedrijf Essent, sponsor van de nationale schaatssport. Die toonde interesse en wilde de haalbaarheid testen. Voor de uitvoering van het onderzoek wist Essent kennisorganisatie TNO, advies- en ingenieursbureau DHV en technisch adviesbureau Deerns te strikken. Het eerste exemplaar van het rapport werd gisteren uitgereikt aan Heideman.

In het technische concept ligt direct onder de ijsbaan een reflecterende laag, waarna een dragende laag met koelleidingen volgt. Helemaal onderop is een isolatielaag geplaatst. Financieel, koel- en veiligheidstechnisch is het volgens de onderzoekers het aantrekkelijkst deze techniek aan te leggen in een verharde ondergrond. Volgens het rapport is minder dik ijs nodig om te kunnen schaatsen op autowegen, dijken en fietspaden. ,,Voor een waterweg heb je een laag van tien centimeter ijs nodig. Met een verharde ondergrond is een laag van drie centimeter genoeg om op te schaatsen. Je zou zelfs kunnen denken aan een ijsbaan op een racecircuit, bijvoorbeeld in Zandvoort of Assen. De koelingsbuizen onder de baan kunnen 's zomers ook worden gebruikt om het circuit warm te houden, zodat motoren tijdens de training al scherpere tijden kunnen neerzetten'', zei projectleider Rinus van der Gevel. Vader Arend Heideman onderschreef het belang van een natuurijsbaan. ,,Nederland telt tussen de achthonderdduizend en twee miljoen mensen die wel eens op natuurijs komen. Het echte schaatsplezier ervaar je buiten op het water. Maar de laatste dertig jaar waren er gemiddeld 58,6 vorstdagen in het schaatsseizoen, waarvan gemiddeld 8,6 ijsdagen. Om het eeuwenoude wintergevoel op te roepen moet je een schaatsbaan hebben die langere tijd beschikbaar is; ook met temperaturen boven het nulpunt.''

Nadat bekend werd dat genoemde bedrijven de haalbaarheid van een natuurijsbaan testten, bleken meerdere instanties interesse te hebben. Heideman: ,,Over de klapschaats waren veel mensen aanvankelijk kritisch. Maar nu kregen we meteen belangstellende reacties vanuit de overheid, de bouwwereld en het bedrijfsleven. Financieel is het ook interessant. Als je uitgaat van een baan in een aantrekkelijke, natuurlijke omgeving die 75 dagen in stand wordt gehouden, heb je gemiddeld vierduizend bezoekers per dag nodig en driehonderdduizend per jaar. Kunstijsbanen hanteren dit bezoekersaantal voor een schaatsseizoen van oktober tot maart. Als je dan weet dat natuurijsliefhebbers zelfs naar het buitenland gaan om te schaatsen, is het rendabel.''