Politicus in Europa krijgt 104.000 euro

Het Europees Parlement is het gisteren eens geworden over salarissen en vergoedingen voor onkosten van Europarlementariërs. Hun bruto-salaris zou ruim 104.000 euro worden.

Als ook de regeringen van de lidstaten akkoord gaan, komt er een einde aan zeven jaar discussie over het inkomen van Europarlementariërs. Het Europarlement wil uiterlijk 15 januari een besluit van de lidstaten hebben, zodat de nieuwe regeling kan ingaan wanneer na de verkiezingen in juni nieuwe Europarlementariërs aantreden.

De lidstaten, die de Europarlementariërs betalen, zijn het nooit eens geworden over één Europese salarisregeling. Als gevolg daarvan lopen de salarissen van Europarlementariërs uiteen van 2.618 euro bruto per maand voor een Spanjaard tot 10.974 euro bruto per maand voor een Italiaan. Het nieuwe salaris zou 8.671 euro bruto per maand moeten worden. Voor Italianen en Duitsers is dat een forse achteruitgang, voor anderen, onder wie Nederlanders, is het een verhoging. Nederlandse Europarlementariërs verdienen nu 5.565 euro bruto per maand. Europarlementariërs die in juni worden herkozen zouden het recht krijgen om nog vijf jaar hun oude salaris te behouden. De Oost-Europeanen gaan er straks fors op vooruit. Een Hongaarse Europarlementariër gaat van 9000 naar 104.000 euro per jaar.

De regeling heeft als gevolg dat in sommige landen Europarlementariërs meer gaan verdienen dan hun collega's in nationale parlementen. Landen die dit willen corrigeren kunnen volgens de regeling nationale belasting heffen over de inkomens van Europarlementariërs. Ze kunnen ook toestaan dat de Europarlementariërs alleen een Europese belasting van ongeveer 25 procent betalen, zonder het recht aftrekposten op te voeren.

Als de regeling van kracht wordt komt er een einde aan het gebruik dat Europarlementariërs hun inkomen met onkostenregelingen verhogen. Deze situatie is jarenlang verdedigd met het argument dat Europarlementariërs met lage, in hun eigen land vastgestelde inkomens een middel moesten hebben om op een Europees financieel peil te komen. Volgens de nieuwe regeling krijgen alle Europarlementariërs alleen nog onkosten vergoed waarvoor zij bewijsstukken kunnen overleggen.