Onenigheid binnen Joegoslavië-tribunaal

De Amerikaanse regering heeft uitstel van openbaarmaking van de getuigenverklaring van generaal Wesley Clark voor het Joegoslavië-tribunaal bedongen. Tot ongenoegen van sommige rechters.

Pas morgen kan het publiek kennis nemen van de getuigenverklaringen die de Amerikaanse generaal Wesley Clark de afgelopen dagen heeft afgelegd in het proces tegen de Joegoslavische ex-president Slobodan Miloševic. De vertraging heeft geleid tot onenigheid binnen het tribunaal.

Wesley Clark, oud-bevelhebber van de NAVO (en Democratisch presidentskandidaat), kreeg van president George Bush toestemming om te getuigen in het proces tegen de oud-president van Joegoslavië, maar onder strikte voorwaarden.

Over die voorwaarden hebben het VN-hof en de Amerikanen lang onderhandeld. Uiteindelijk moest de publieke tribune tijdens het getuigenverhoor van Clark worden gesloten, waardoor het proces voor het publiek en de media niet te volgen was. Zittingen van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag zijn – met een kwartier tot een half uur vertraging – normaliter te volgen via het internet. Mocht bijvoorbeeld de naam van een geheime getuige worden genoemd, dan is er altijd nog de mogelijkheid om dat te corrigeren. Maar de VS hebben bedwongen dat ze twee dagen de tijd hebben om de getuigenis van Clark aan te passen als bepaalde uitspraken hun ,,nationale belangen'' in gevaar brengen.

Er waren rechters die deze week mopperend door de gangen liepen van het VN-gebouw in Den Haag. Ze vonden dat hun collega Richard May, rechter in het Miloševic-proces, nooit akkoord had moeten gaan met de voorwaarden van de Amerikanen. ,,Het is een bewijs van de grote invloed die de Amerikanen hebben op het hof'', zegt een medewerker van de rechters. ,,Wie betaalt, bepaalt.''

Ook wetenschappers staan sceptisch tegenover de speciale behandeling van getuige Clark. Het is een ,,zeer opmerkelijke gang'' van zaken, zegt bijvoorbeeld hoogleraar internationaal recht Theo van Boven. ,,Dit soort getuigenissen moet in de openbaarheid worden afgelegd'', vindt Van Boven, die de eerste griffier was van het tribunaal. ,,Openbaarheid is nodig voor de publieke controle.''

Maandagmorgen, vóór het afleggen van zijn getuigenis, zei Clark dat hij het VN-hof informatie kon geven over de ,,meer dan honderd uur'' gesprekken die hij met Miloševic heeft gevoerd. Clark zei dat geen andere militaire commandant in de 20ste eeuw zijn tegenstander zo goed van tevoren kon bestuderen als hij. Hij kende Miloˇ­sevic – die volgens hem ,,diplomatie en oorlogen vermengde'' – al van het Bosnië-vredesoverleg in Dayton in 1995 en onderhandelde later, vooral in 1998 en 1999, vaak met hem over de escalerende crisis in Kosovo die op 24 maart 1999 uitliep op een oorlog van de NAVO tegen Joegoslavië. Na 78 dagen van bombardementen zwichtte het regime in Belgrado en ontruimde het Kosovo. Miloševic noemt de NAVO-bombardementen een ,,oorlogsmisdaad'' en vindt dat die acties serieus hadden moeten worden onderzocht door het VN-hof. Clark wilde na afloop van zijn getuigenis niet ingaan op deze kwestie.

De aanklagers hopen met de getuigenis van Clark te bewijzen dat Miloševic exact op de hoogte was van de misdaden die werden begaan. Zo is er, aldus Clark, gesproken over Miloševic' betrokkenheid bij de massamoord in Srebrenica waarbij in juli 1995 zevenduizend moslims door de Bosnische Serviërs zijn vermoord. Daarbij ging het om Miloševic' `voorkennis' en zijn commandoverantwoordelijkheid. Clark zei dat het, acht jaar na het einde van de oorlog in Bosnië, erg belangrijk was dat ,,het werk wordt afgemaakt en dat de voortvluchtige hoofdverdachten worden gearresteerd en uitgeleverd aan het tribunaal.'' Clark doelde daarbij met name op de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic en legerleider Ratko Mladic.

    • Cees Banning