Mexico daagt VS in Den Haag

De terdoodveroordeling van 52 Mexicanen zorgt al enige tijd voor frictie tussen Mexico en de VS. Het Internationaal Gerechtshof hoort nu beide partijen.

Roberto Ramos sloeg in 1992 zijn vrouw, dochter en zoon met een hamer dood. César Fierro schoot in 1979 een taxichauffeur in El Paso neer. En Osbaldo Torres Aguilera schoot in 1993 tijdens een inbraak twee mensen dood. Alledrie kregen ze voor hun misdaad de doodstraf en zouden ze dit jaar zijn geëxecuteerd in de Verenigde Staten. Maar Mexico klaagde in februari zijn noorderbuur aan bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. De drie zou, net als 49 andere Mexicanen, niet zijn gewezen op het recht op consulaire bijstand na hun arrestatie dat iedere buitenlander in een ander land heeft. De zaken zouden daarom moeten worden herzien, zo meent Mexico. Het Hof in Den Haag, dat deze week beide partijen hoort, bepaalde dat de executie van Ramos, Fierro en Aguilera moest worden opgeschort in afwachting van een uitspraak door de 15 rechters.

De zaak zorgt al enige tijd voor frictie tussen de twee buurlanden. Mexico kent de doodstraf wel maar voert deze nooit uit omdat ,,deze niets oplost'', zoals president Fox in februari zei toen hij een staatsbezoek aan de VS afzegde nadat een Mexicaans staatsburger werd geëxecuteerd. In Amerikaanse gevangenissen wachten volgens het Death Penalty Information Center 102 buitenlanders op de voltrekking van de doodstraf, onder wie 52 Mexicaanse staatsburgers.

,,Deze zaak is niet gericht tegen de doodstraf'', zo zei de namens Mexico pleitende advocate Sandra Babcock maandag. ,,Maar we kunnen ook niet negeren dat de levens van 52 Mexicanen afhankelijk zijn van de uitkomst. Hun misdaden zijn verschillend, maar allemaal hadden ze het recht op bijstand van het Mexicaanse consulaat – hulp die in deze zaken het verschil tussen leven en dood had kunnen betekenen.'' Een deel van de ter doodveroordeelden zou, wegens gebrekkig Engels, verklaringen hebben ondertekend zonder de betekenis te kennen.

Mexico meent dat de VS artikel 36 van de in 1963 ondertekende Weense conventie, dat autoriteiten verplicht arrestanten te wijzen op hun recht op consulaire bijstand, heeft geschonden. Volgens de Mexicaanse landsadvocaat Juan Manuel Gomez Robledo zag het land zich gedwongen een beroep te doen op het Internationaal Gerechtshof omdat overleg met de noorderbuur geen effect heeft gehad. De afgelopen zes jaar zijn twintig Mexicanen geëxecuteerd.

De VS vroegen het Hof dinsdag in hun openingspleidooi zich niet te bemoeien met het Amerikaanse rechtssysteem. De VS erkennen het recht op consulaire bijstand, maar dwingen het niet af. De vertegenwoordiger van de Amerikanen, William Taft, noemde de Mexicaanse aanklacht ,,ongekend'' en zei dat het Internationaal Gerechthof ,,geen hof van beroep voor strafzaken'' is. ,,De VS verzekeren elementaire eerlijkheid tijdens het strafproces, zowel voor burgers als voor buitenlanders'', aldus Taft. ,,Zelfs als consulaire bijstand niet is voorzien, verzekert het Amerikaanse rechtssysteem dat buitenlandse verdachten alle procedurele en essentiële rechten krijgen.''

Het Internationaal Gerechtshof stelde in 2001 Duitsland in het gelijk in een soortgelijke zaak. Het hof heeft echter niet de macht om een vonnis af te dwingen. De Duitser Karl LaGrand was al geëxecuteerd voor Duitsland de zaak aanhangig maakte. Zijn broer Walter werd een dag nadat het Hof bepaalde dat de uitvoering van de straf moest worden opgeschort in afwachting van een uitspraak, ter dood gebracht.

De hoorzittingen lopen tot vrijdag. Geen datum is genoemd voor de uitspraak.