Klacht Van der G

Volkert van der G., de moordenaar van Fortuyn, heeft onlangs een tuchtrechtelijke klacht ingediend tegen psychiater Menno Oosterhoff, die zich jegens hem zou hebben schuldig gemaakt aan een `diagnose op afstand', waartoe Van der G. geen toestemming had gegeven. Oosterhoff had betoogd dat Van der G. wel eens aan Asperger, een vorm van autisme, zou kunnen lijden. Het belangrijkste kenmerk hiervan is een groot onvermogen zich te verplaatsen in de gevoelens van anderen. Hoewel het hof Oosterhoff heeft gehoord, heeft het geen nader onderzoek gelast. Opmerkelijk, want het hof erkende niet uit de voeten te kunnen met de door het Pieter Baan Centrum geconstateerde obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis. Die kon, ook volgens het PBC zelf overigens, de moord niet verklaren. Asperger, dat overigens veel symptomen deelt met genoemde stoornis, kan dat wel. Het PBC zie die hypothese te hebben uitgesloten, echter op gronden die door Oosterhoff als niet of nauwelijks relevant werden gekwalificeerd.

In een bijdrage aan het Nederlands Juristenblad van 14 november j.l. heb ik het hof o.a. bekritiseerd omdat het aldus Van der G. zelfbeeld van een overtuigingsdader in stand heeft gelaten. Daar had Van der G. kennelijk de nodige jaren gevangenisstraf voor over. In geval van Asperger was Van der G. immers verminderd toerekeningsvatbaar verklaard en was de straf lager uitgevallen. Toch wensten Van der G. en zijn advocaten geen nader onderzoek. Bescherming van het zelfbeeld verklaart vermoedelijk ook de recente tuchtrechtelijke klacht.

Tijdens het proces hebben hij noch zijn advocaten geklaagd dat hij geschaad was door Oosterhoff c.s. Ook het hof stelt in zijn uitspraak dat Van der G. niet geschaad is. Mogelijk is hij echter toch boos omdat hij in de visie van Oosterhoff c.s. een gevaarlijke gek is in plaats van een overtuigingsdader.

Deze van volstrekte onbeschaamdheid getuigende klacht is het zoveelste bewijs van het Van der G. typerende gebrek aan inlevingsvermogen. Het deert hem kennelijk niet dat hij aldus het verdriet en de woede over de moord op Fortuyn weer oprakelt.

Er is onder psychiaters en psychologen een nog voortgaande discussie ontstaan over het optreden van Oosterhoff. Als het tuchtcollege zich door die discussie zou willen laten inspireren, zal Van der G's klacht toch nog nuttig kunnen blijken.

Dan moet het tuchtcollege echter niet de zaak kortsluiten door de weg van de minste weerstand te kiezen met de simpele constatering dat Van der G's medisch belang niet is geschaad, maar zal het in algemene termen dienen te reflecteren over de verhouding van medische en andere publieke belangen.

    • Prof.Mr. N.H.M. Roos