Hoor wie belt daar

Journalist Peter van Trigt maakt een keuze uit zijn collectie oude nieuwjaars- kaarten. Vandaag een historische variant van het nieuwjaarskaartje van de krantenbezorger.

Kort voor kerst, als men net aan tafel wil of reeds zit, wordt de rust abrupt verstoord. Wie kan dat nu zijn? Je opent de deur en... je had het kunnen weten. De bezorger van de krant met zo'n suffig soort visitekaartje en de onvermijdelijke spreuk: `Prettige feestdagen'.

De bezorger kun je er moeilijk op aankijken en je bent geen krent, want je lijfblad komt altijd keurig op tijd.

Het blijft overigens niet bij die ene bezorger. Er volgen nog zes of zeven pubers van weer andere drukwerkverspreiders. Zij vormen de achterhoede van een heel leger aan gedienstigen die vroeger met oud en nieuw de deur platliepen op zoek naar een kleine bijverdienste. Alleen beperkten zij zich niet tot een kaartje maar gaven voorgedrukte nieuwsjaarbrieven op kreupelrijm af die de ontvanger veel heil en Gods zegen toewensten. Dat was in een tijd dat de kerstgratificatie nog niet was uitgevonden, laat staan een dertiende maand.

Eigenlijk zouden die bezorgers hun boodschap net rond de jaarwisseling moeten afgeven, maar die is de laatste dertig jaar naar voren verschoven. Ter compensatie van overuren en ter vermijding van onnodige personeelskosten wordt het jaar kort voor kerst op de spaarbrander gezet om tot na de eerste januari door te sudderen. Het kaartencircus begint nog eerder, al in de eerste week van december. Er wordt dus niet gauw te vroeg gebeld door de krantenbezorger, de laatste nieuwjaarsbode die ons nog rest.

    • Peter van Trigt