Gebroeders Wright knutselden historie

Gisteren was het exact honderd jaar geleden dat in Amerika de eerste vlucht plaatshad. Wat dreef de gebroeders Wright, geld of roem? Wat leverde het hun op?

Knutselaars waren het, maar slimme knutselaars, dat wel. Orville (32 jaar) en Wilbur Wright (36), de twee Amerikaanse broers die er op 17 december 1903 in slaagden met hun zelfgebouwde Flyer-vliegmachine als eersten het luchtruim te kiezen – om en om, Orville het eerst – waren van jongs af Willie Wortels. ,,De kans om een fortuin te verdienen was hun drijfveer'', zegt een commentator in de historische biografie van Fred C. Kelly uit 1943 over de broers. Welnee, reageerde Orville destijds: ,,Als we geld hadden willen verdienen, hadden we iets gezocht waar de kans op succes een stuk groter was''.

Eind negentiende eeuw `woedde' de industriële revolutie in de VS en elders nog volop. In economie en samenleving bestreden twee stromingen elkaar: socialisme en utilitarisme. Voor de eerste beweging was `kapitalistische' arbeid uitbuiting die diende te worden vermeden en bestreden. Voor de tweede vloeide menselijk arbeid voort uit een instinct, een innerlijke gedrevenheid die juist zoveel mogelijk diende te worden gestimuleerd.

De Amerikaanse econoom en sociale wetenschapper Thorstein Veblen (1857- 1929) sprak in dat verband over the instinct of workmanship. De vader van Wilbur en Orville, bisschop Milton Wright, voedde zijn kinderen op in die geest: vlijt, ondernemen, investeren in de toekomst en het afwijzen van geldsmijterij (Veblen: conspicuous consumption). Kelly somt de belangrijkste eigenschappen van de broers op: pioniersdrang, de gave tot origineel denken en talent voor mechanica.

Vóór hun luchtavonturen hadden de Wrights, die nooit een voortgezette opleiding volgden, hun geluk beproefd met een hele rij andere producten en initiatieven, variërend van het bouwen van een eigen drukpers, uitgave van een krant (West Side News), de organisatie van een circus en het maken van kauwgom. Op mechanisch gebied leefden ze zich eind negentiende eeuw vooral uit in het repareren en maken van fietsen. In 1892 zetten ze in hun geboorteplaats Dayton, Ohio een rijwielzaak op. Eerst verkochten en herstelden ze alleen bestaande modellen, vanaf 1895 begonnen ze hun eigen fietsen te fabriceren.

In auto's waren de Wrights opvallend genoeg nooit geïnteresseerd, van de fietsproductie stapten ze naadloos over naar hun nieuwe doel: vliegen. Kennis en materiaal ontleenden ze gedeeltelijk aan de wereld van de fiets. En hun exercities waren niet goedkoop. Ze wilden een vlakke testlocatie met gunstige, redelijk constante wind en vonden die in Kitty Hawk, honderden kilometers van hun woonplaats.

,,De Wrights gloeiden van trots en tevredenheid doordat ze het apparaat hadden uitgevonden én gedemonstreerd waar velen voor hen de hersens over hadden gebroken'', aldus Fred C. Kelly over de gevoelens van de broers na 17 december 1903. ,,Maar ze verwachtten nog steeds niet een groot fortuin te zullen vergaren.'' Na hun succesvolle eerste testvluchten gingen de Wrights nog enige jaren door met experimenteren en verfijning van hun Flyer. Ergens in 1905 dachten ze ver genoeg te zijn in hun ontwikkeling en meenden ze een verkoopbaar product te kunnen maken. Ze stopten vervolgens met vliegen en borgen de machine zorgvuldig op om te voorkomen dat anderen de uitvinding zouden afkijken. In 1906 kregen ze patent op hun vliegmachine, waarna ze voor 250.000 dollar Flyer en rechten probeerden te slijten. Niemand was aanvankelijk geïnteresseerd. Pas in 1908 verkochten ze hun eerste toestel, voor 25.000 dollar, aan het Amerikaanse leger. Intussen was de opwinding overgeslagen naar Europa. De Wrights voerden luchtshows uit in Europa, terwijl verscheidene nijvere Europeanen (onder wie de Fransman Blériot en de Nederlander Fokker) er zelf in slaagden vliegtuigen te ontwerpen en er in rondvlogen.

Wilbur en Orville Wright wilden in de jaren daarna het liefst hun `instinct van vakmanschap' verder ontwikkelen; handel vonden ze lastig. Maar de omstandigheden dwongen hen toch. De vragende partijen (in de beginfase van de luchtvaart waren dat rijke avonturiers of nationale legers) wilden kant-en-klare vliegtuigen. Om iets van hun investeringen terug te krijgen hadden de broers geen andere keus dan `massaproductie' te beginnen. In 1909 richtten ze hiertoe de Wright Company op. In de fabriek te Dayton produceerden ze vanaf november 1910 twee Wright-vliegtuigen per maand.

Na Wilburs voortijdige dood in 1912 (hij stierf aan tyfus) raakte Orville Wright gedesillusioneerd in de luchtvaart. Andere fabrikanten kwamen op het toneel, met betere producten. In 1916 verkocht Orville zijn belang in de Company; in dat jaar werd ook het laatste Wright-vliegtuig (model L) gebouwd. Daarna verdween de naam Wright als merk en trok Orville Wright zich terug uit het openbare leven (hij stierf in 1948, 77 jaar oud).

Nee, grootondernemers in vliegtuigen werden de Wrights niet. Daartoe stonden anderen op, zoals ene Bill Boeing, een rijke landeigenaar die geld zag in vliegerij en met marine-ingenieur George Westervelt in 1916 zijn eerste machine bouwde, een watervliegtuig met de naam B&W.

,,Velen hebben de zakelijke praktijken en de marketingstrategie van de Wrights na 1903 gekritiseerd'', zo schrijft Lane Wallace deze maand in het vakblad Flying, onder de titel `18 december 1903, de morgen en het tijdperk daarna'. Wallace: ,,Maar de gebroeders Wright waren zeker niet de eersten – of de laatsten – die beter waren in uitvinden dan in verkopen.''

Deel drie in een serie over honderd jaar luchtvaart. Eerdere afleveringen verschenen op 16 en 17 december en zijn na te lezen op www.nrc.nl