Ede worstelt met Europese staatssteunregels

De verkoop van een pand door de gemeente Ede ver onder de getaxeerde waarde, is inzet van een controverse. Gaat het om ongeoorloofde overheidssteun?

Achter in de tuin hebben kinderen een hutje gebouwd. Twee kussens op de koude grond, een bloemetje in het midden en een toegangspad met aan weerszijden verdorde bladeren. Midden in de tuin ligt de scheiding tussen het hutje en een vervallen, leegstaand huis. Daar hebben de kinderen een rood-wit geschilderde slagboom geplaatst, als was het een officiële grensovergang. In een Bennekomse achtertuin.

Hoe eenvoudig die scheiding hier is aan te geven, zo ingewikkeld is de kwestie van de verkoop van het vervallen pand aan de Molenstraat. De gemeente verkocht het op een manier die in strijd lijkt met Europese staatssteunregels.

Wat is het geval? Gemeenten, waar dan ook, willen met regelmaat bedrijven lokken of aan zich binden door goedkope grond uit te geven en vervallen panden te verbeteren door ze onder de prijs te verkopen. Dit lijkt ook de bedoeling van de Gelderse gemeente Ede, waar Bennekom onder valt.

In het stadhuis van het Gelderse Ede wordt een dezer dagen de verkoopakte van het pand aan de Molenstraat nummer drie getekend. Het was al sinds jaar en dag van Ede (105.000 inwoners). De laatste jaren liet de gemeente er tegen een geringe vergoeding kunstenaars in wonen, nu gaat het huis over in de handen van de Bennekomse projectontwikkelaar en aannemer Grootheest. Die renoveert het, verkoopt het en bouwt aan de achterzijde nog wat extra appartementen.

Dat klinkt als een normale afspraak. Echter: het pand werd recentelijk door taxateurs in opdracht van de gemeente ingeschat op een waarde van 245.000 euro terwijl Grootheest, de enige aannemer waarmee over het pand werd gesproken, 41.000 euro minder betaalt. De lokale bouwer krijgt een korting van 17 procent.

Staatssteun, op het eerste gezicht. In ieder geval is het ,,verkoop van onroerend goed tegen een te lage prijs'', volgens de definitie uit een brochure van de ministeries van Binnenlandse en Economische Zaken. Of, zoals de Europese Commissie het in 1997 verwoordde: de door taxateurs vastgestelde prijs ,,is de minimale aankoopprijs die kan worden overeengekomen zonder dat staatssteun verleend wordt''. En ten slotte het Edese raadslid Marcèl van Dalen (D66), die de zaak aanzwengelde: ,,Dit is een cadeautje van de gemeente aan een lokale bouwer.''

De Europese (en dus ook in Nederland geldende) regels werken als volgt. Wanneer de overheid een stuk grond of een pand aan een commerciële partij wil verkopen, zijn er twee mogelijke manieren. De eerste procedure werkt met een openbare inschrijving. Gegadigden kunnen bieden op de objecten, de hoogste bieder wint. Dit bod stemt per definitie overeen met de marktwaarde.

De tweede mogelijke procedure is met een onafhankelijk taxateur. Hij stelt de waarde van het pand vast, de uiteindelijke verkoopprijs moet ten minste op dit bedrag liggen. Meer geld is welkom, lager dan de vastgestelde marktwaarde mag niet. Dat is staatssteun. De Europese Commissie geeft een marge om af te wijken: pas wanneer na ,,een redelijke inspanning'' duidelijk wordt dat de gronden of gebouwen niet tegen de marktwaarde kunnen worden verkocht, wordt een afwijking van maximaal 5 procent goedgekeurd. Zou die inspanning in Ede wel verricht zijn, dan zou bouwer Grootheest nog altijd `slechts' 12.250 euro korting hebben mogen krijgen. Nu is dat meer dan drie keer zoveel. Maar de vereiste moeite heeft de gemeente zich niet getroost, zo legt de woordvoerder uit. Vanuit de Bennekomse bevolking ontstond eerder deze zomer ,,druk'' het pand te behouden, en bouwer Grootheest diende zich aan ,,om zijn nek uit te steken. Wij hebben een goede relatie met Grootheest, en waren blij iemand gevonden te hebben die het wilde doen.''

Of Ede alleen staat in het gehannes met Europese regelgeving, valt te bezien. Eerder bleek in 2001 na jarenlang onderzoek dat rijk, provincie Friesland en de gemeente Heerenveen 3,3 miljoen gulden (1,5 miljoen euro) onterechte staatssteun hadden verstrekt aan softwarebedrijf Sanmina SCI. De vestiging in 1997 van het bedrijf op het Internationaal Bedrijvenpark Friesland was vergezeld gegaan van 35 miljoen gulden subsidie, onder meer door grond voor slechts 5 gulden per vierkante meter te verkopen. In oktober van dit jaar vroegen lokale politici aan de andere kant van het land de Europese Commissie onderzoek te doen naar een ander mogelijk geval van staatssteun. De gemeente Sittard-Geleen zou volgens de PvdA-politici het Saoedische bedrijf Sabic grond hebben verkocht voor 75 euro per vierkante meter, na hier zelf eerst 115 euro per vierkante meter voor betaald te hebben.

De regels zíjn ook lastig, vindt de Nederlandse overheid. Het Coördinatiepunt Staatssteun van het ministerie van Binnenlandse Zaken constateert een forse toename van het aantal meldingen van mogelijke (verboden dan wel toegestane) pogingen tot staatssteun. Nederlandse overheden moeten alle mogelijke gevallen van staatssteun daar aanmelden. Het coördinatiepunt sluist het dan ter controle weer door naar Brussel. Voorgaande jaren was het aantal meldingen verwaarloosbaar, in 2003 zijn tot nog toe twintig zaken aangemeld. Deze stijging komt niet door méér verstrekte staatssteun, denkt Peter Reimer van het coördinatiepunt. ,,Door publiciteit begint het besef door te dringen dat ook decentrale overheden zich aan de wet moeten houden.''

Daarvoor is het de hoogste tijd, want Eurocommissaris Monti (Mededinging) heeft aangekondigd per 1 januari de controle op de naleving van de staatssteunregels te verscherpen, zo waarschuwt het tijdschrijft van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten haar leden. En Monti zat al niet stil. Hij laat regelmatig een vergelijkend overzicht maken van de EU-landen en de bedragen die zij uitgeven ter bevoordeling van eigen bedrijven. Wanneer de subsidies op landbouw, visserij en transport buiten beschouwing worden gelaten, geeft Nederland 0,15 procent van het bruto binnenlands product uit in de vorm van staatssteun. Nergens in Europa is dit percentage zo laag. In heel Europa is dit gemiddeld 0,38 procent. Koplopers zijn Denemarken (0,68 procent) en Ierland (0,65 procent). Op Denemarken na is het percentage van verstrekte staatssteun de afgelopen jaren overigens overal gedaald. In Nederland bleef het exact gelijk.

Raadslid Van Dalen in Ede heeft twee theorieën over de onbekendheid van de regelgeving op lokaal niveau. ,,Europese regels zijn te eng, te gecompliceerd.'' En daaruit volgt dan ook meteen de andere verklaring. ,,Bestuurders wíllen de richtlijnen liever ook niet kennen, dan kan er niet meer lekker lokaal gehandeld worden met projectontwikkelaars.''

Grootheest ging niet in op herhaalde verzoeken om commentaar, wethouder J. Dekker (Grondzaken) ziet de verkoop onder de getaxeerde waarde nog steeds als legitiem. Pas nadat raadslid Van Dalen vragen stelde over de zaak, vroeg Ede om juridisch advies van een in staatssteun gespecialiseerd bureau. Dat adviseerde het volgende: wanneer voor minder dan 100.000 euro aan steun gegeven wordt, hoeft dat niet aangemeld te worden. Dat zou namelijk administratieve chaos op ministeries en in Brussel met zich meebrengen. Ede leidt hieruit af dat onder dit bedrag ook vrijelijk steun verstrekt mag worden. Strikt genomen klopt dit: formeel geldt het bedrag onder de 100.000 euro niet als oneigenlijke staatssteun. Wel blijft de vraag hoe de opgestelde taxatierapporten tot stand zijn gekomen (Ede wil geen inzage verschaffen) en of Grootheest in een periode van drie jaar niet vaker steun heeft verkregen (van rijk, provincie of een andere gemeente), waardoor het totaal alsnog boven die grens van 100.000 euro uitkomt. In Ede wordt niet bijgehouden welke ondernemingen van welke overheidsinstanties steun krijgen. Overzicht ontbreekt.

Verder, zo stelt de gemeente ter verdediging, is `in de geest' van de staatssteunregels gehandeld. Mocht de verbouwing meer geld opleveren dan het de aannemer kost, dan is afgesproken deze ,,terug te laten vloeien in de maatschappij''. De vraag is dan waarom de bouwer de opdracht heeft aangenomen als hij er toch geen winst op mag maken. Toch zegt de gemeente dat eventuele winst door de bouwer zal worden afgedragen voor het nieuwe clubgebouw van de lokale harmonievereniging OBK (Oefening Baart Kunst).

    • Freek Staps