Bot: Nederland geen solist in EU

Als het aan minister Bot (Buitenlandse Zaken) ligt, brengt Nederland zijn standpunten voortaan minder luidruchtig naar buiten. ,,Ik denk dat wij iets minder de stadsomroeper moeten zijn en meer de bruggenbouwer.''

Voldaan stapte Bernard Bot, net twee weken minister van Buitenlandse Zaken, gisteravond laat naar buiten, na zijn eerste grote debat in de Tweede Kamer. Geen ogenblik was de man die vroeger als diplomaat binnenskamers nogal eens kritiek spuide op Kamerleden, in moeilijkheden geraakt bij de behandeling van zijn begroting. ,,Ik zie uit naar meer debatten met de Kamer'', aldus Bot, die de vakkennis van de Kamerleden uitbundig prees.

Zo soepel als Bot door zijn eerste begroting rolde, zo moeizaam verging het zijn collega Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) ditmaal. Dat was wederom te danken aan het VVD-Kamerlid Hirsi Ali. Een maand geleden zorgde zij al voor opschudding door te verklaren dat de ontwikkelingshulp tot dusverre een mislukking kon worden genoemd. Van Ardenne verzeilde gisteren opnieuw in een stekelig debat over deze kwestie met Hirsi Ali. De een noch de ander kwam daar geheel ongeschonden uit.

Hoewel Bot zat opgescheept met een begroting die nog door zijn voorganger De Hoop Scheffer was voorbereid, greep hij zijn eerste grote optreden in de Kamer aan om duidelijk eigen accenten te zetten. Als het aan Bot ligt, zal Nederland voortaan zijn standpunten minder luidruchtig naar buiten brengen dan tot nu toe gebruikelijk was onder het kabinet-Balkenende.

,,Ik denk dat wij iets minder de stadsomroeper moeten zijn en meer de bruggenbouwer, misschien iets meer het orkestlid en iets minder de solist'', stelde Bot. ,,Dat betekent dat je ook minder het beste jongetje van de klas moet willen zijn, al zijn wij dat misschien. Wij zullen ook iets meer geduld moeten oefenen.''

Hij pleitte verder voor souplesse en terughoudendheid. ,,Dit zijn geen karaktertrekken waarin Nederland altijd heeft uitgeblonken'', spotte hij. Zijn opmerkingen leken vooral bedoeld voor coalitiepartner VVD en meer in het bijzonder minister van Financiën Zalm. Nadrukkelijk constateerde Bot dat hij, en niemand anders, de coördinerende minister in het kabinet is voor het Nederlandse Europa-beleid. ,,Dat zullen we gaan merken?'', informeerde het Kamerlid Karimi (GroenLinks). ,,Dat zult u gaan merken'', bevestigde Bot. Wel verklaarde hij begrip te hebben gehad voor de harde opstelling van Nederland inzake het door Duitsland en Frankrijk geschonden Stabiliteitspact.

Tot vreugde van met name de PvdA'er Koenders maakte Bot duidelijk dat hij de banden met Frankrijk en Duitsland weer wat wil aanhalen. Frankrijk en Duitsland blijven volgens Bot een `motor'-functie in Europa vervullen. Tegelijk stelde hij echter de altijd zeer Atlantisch ingestelde VVD'er Wilders gerust dat hij ook het grootste belang toekende aan goede betrekkingen met de Verenigde Staten en de NAVO. Zowel de EU als de NAVO omschreef Bot als `thuishavens' voor het Nederlandse buitenlands beleid.

In het voorbijgaan lichtte Bot nog even een opmerking toe in een recent artikel van zijn hand, dat het ,,hypocriet'' was zich op christelijke tradities te beroepen in een West-Europa dat snel bezig is te ontkerstenen. Daarmee had hij niet gedoeld op mensen als premier Balkenende, die graag een verwijzing naar de joods-christelijke wortels in de preambule van de Europese grondwet willen opnemen. Hij richtte zich in het artikel, geschreven voor hij minister werd, tot mensen die een land als Turkije buiten de EU wilden houden omdat het geen deel van de christelijke traditie uitmaakt.

Het enige moment dat Bot even onder druk kwam, was door interventies van het CDA-Kamerlid Eurlings en Wilders. Die stelden dat Nederland er naar moet streven dat de EU het Libanese Hezbollah op een lijst van terroristische organisaties plaatst. Bot keerde zich er eerst tegen, met het argument dat zoiets moeilijk is zonder harde juridische bewijzen dat Hezbollah bij terreur is betrokken. Eurlings en Wilders hielden echter voet bij stuk en dienden een motie in, die door een meerderheid in de Kamer werd gesteund. Bot zei de zaak nog eens met zijn collega van Justitie te zullen bespreken.

Op het terrein van Ontwikkelingssamenwerking kwam het tot een frontale botsing tussen minister Van Ardenne en Hirsi Ali. De omstreden VVD-politica stelde net als vorige maand dat alle ontwikkelingshulp tot nu toe niet heeft geholpen. Bovendien citeerde ze een enquête onder een beperkt aantal mensen in de Volkskrant, waaruit zou blijken dat in Nederland het draagvlak voor hulp verminderd is vergeleken met enkele jaren geleden.

Beide stellingen brachten Van Ardenne en de andere Kamerleden, op de LPF'er Herben na, tot razernij. De minister beschuldigde Hirsi Ali ervan ,,goedkope kritiek'' te leveren, die niet was onderbouwd. Emotioneel verdedigde ze de ,,talloze mensen die tientallen jaren lang met bloed, zweet en tranen hebben geprobeerd aan armoedebestrijding en ontwikkelingssamenwerking te doen''.

Uitgedaagd door Hirsi Ali om met een lijst van landen te komen waar ontwikkelingshulp aantoonbaar tot positieve resultaten heeft geleid, had Van Ardenne niet direct veel concrete voorbeelden paraat. Ze zei wat over succesvolle programma's in India en Guatemala. Ook stelde ze de nogal onopvallende nieuwe woordvoerster van de PvdA voor Ontwikkelingssamenwerking, Tjon-a-Ten, ten voorbeeld aan Hirsi Ali als iemand die zich constructief opstelde en haar stellingen onderbouwde.

Op haar beurt kwam Hirsi Ali ook heftig onder vuur van haar collega's in de Kamer, omdat ze ondanks haar zware kritiek op het beleid van Van Ardenne de begroting en het beleid voor 2004 van de minister gewoon wil steunen. Dat vonden de Kamerleden, die zich ook verder nadrukkelijk van de VVD-lijn distantieerden, volstrekt niet logisch. Een van hen, Eurlings, zei op zichzelf respect te hebben voor politici die zich scherp durven op te stellen. ,,Maar dan moet men het ook waarmaken door door te bijten.'' Maar daartoe, zo maakte Hirsi Ali gisteravond duidelijk, voelt de VVD op het moment niet.