Beurstoezicht

Met veel ketelmuziek deed justitie in oktober 1997 een serie invallen bij gerenommeerde banken en effectenhuizen. Dat was het begin van Operatie-Clickfonds. Een aantal prominente figuren uit de beleggingswereld moest in het beklaagdenbankje verschijnen. De boodschap was duidelijk: de bezem moest door het gesloten beurswereldje, dat te lang is gekenmerkt door een `ons-kent-ons-cultuur ten koste van de beleggers. Operatie-Clickfonds heeft heel wat teweeggebracht, maar een onverdeeld succes werd ze niet. Het strafrecht liep enkele malen pijnlijk tegen zijn grenzen op.

Het accent bij het beurstoezicht wordt de laatste tijd sterker gelegd op de bestuurlijke variant in de vorm van de Autoriteit Financiële Markten. De bevoegdheden van deze instantie worden verruimd. Op die verruiming is trouwens ook weer kritiek omdat de betrokkenen niet meer zouden weten waar ze aan toe zijn. Dat doet niets af aan de noodzaak van extern toezicht. Er is echter ook een derde in het spel, zo brengt de rechtbank te Amsterdam in herinnering: de belegger zelf. Deze rechtbank deed gisteren uitspraak in een civiele zaak van gedupeerde beleggers tegen World Online (WOL) over de zo jammerlijk afgelopen introductie van dit `wonderaandeel'. De rechtbank oordeelde dat toenmalig bestuursvoorzitter Brink zich bij de aandelenintroductie schuldig heeft gemaakt aan misleiding. WOL moet de nog nader te bepalen schade vergoeden.

Een strafklacht van eenzelfde strekking die beleggers eerst hadden ingediend werd door de justitie afgewezen. De nu gekozen civiele weg heeft het voordeel dat hij een rechtstreeks verband legt tussen het gewraakte gedrag en de aangerichte schade. In dat laatste zit hem echter meteen de kneep, want zo'n `schadestaatprocedure' is allesbehalve een bekeken zaak. Nog afgezien van de mogelijkheid van hoger beroep. Operatie-Clickfonds laat zien dat beurszaken in appèl nog aardig kunnen verschuiven.

De klagende beleggers hebben wél het tij mee, afgaande op een beschouwing van de Maastrichtse hoogleraar Hartlief in de jongste aflevering van het juridisch studentenblad Ars Aequi. Aan de hand van een optiezaak signaleert hij in de rechtspraak een verschuiving van de eigen verantwoordelijkheid van de belegger naar de zorg die zijn wederpartij hem verschuldigd is. Dat gaat zo ver dat een waarschuwing op haar plaats is tegen het hedendaagse motto `pech moet weg'. De rechter moet voorkomen dat bij de belegger de gedachte postvat dat banken hem tegen de inherente risico's van beursavonturen behoren te beschermen. Van een dergelijke bescherming is in de WOL-zaak overigens geen sprake: de banken gingen bij de Amsterdamse rechtbank al direct vrijuit.