Beeldje van 30.000 jaar oud

In een grot in de Zwabische Jura in Zuidwest-Duitsland zijn drie uit mammoetivoor gesneden figuren gevonden van ruim 30.000 jaar oud. Ze behoren tot de oudst bekende beeldkunst. Het gaat om een watervogel (zie foto, van kop tot staart 47 mm lang), de kop van een paard en een beeldje van een `leeuwenmens' (beide ook niet meer dan een paar centimeter groot). De vondsten in de Hohle Fels door de Tübinger archeoloog Nicholas Conard zijn vandaag gepubliceerd in Nature.

In deze periode heerste de IJstijd over Europa, stonden de Neanderthalers op het punt van uitsterven en verspreidde de moderne mens (ongeveer 100.000 jaar eerder ontstaan in Afrika) zich over Europa. De oudste rotstekeningen uit de Franse Chauvet-grot zijn uit dezelfde tijd. De bekende tekeningen uit Lascaux zijn 15.000 jaar oud.

De figuurtjes passen in een reeks beeldjes uit dezelfde periode (30 à 35 duizend jaar geleden) en dezelfde regio (bovenloop van de Donau). De vondst van het watervogeltje weerspreekt de Kraft und Aggression-theorie dat de mensen toen vooral agressieve dieren afbeeldden. Het leeuwenmensje lijkt op de veel grotere Löwenmensch (30 cm) die gevonden is in Holenstein-Stadel. Deze figuur wordt vaak geïnterpreteerd als een mannelijke of vrouwelijke sjamaan, een mens die in diergedaante contact met de geestenwereld maakt. Dat er twee beeldjes van zijn gevonden versterkt het idee dat in deze tijd en regio sprake was van een duidelijke culturele eenheid. Er zijn geen menselijke overblijfselen gevonden bij deze (of andere) figuurtjes, maar vrijwel niemand twijfelt eraan dat ze zijn gemaakt door Homo sapiens.