`Aanrijtijd ambulance halveren'

Ambulances dienen maximaal acht minuten na een telefonische melding te arriveren op de plek waar ze nodig zijn. Dit adviseert de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg vandaag. De RVZ is voor de overheid het belangrijkste adviesorgaan over de organisatie van de zorg.

Nu mogen ambulances nog een kwartier onderweg zijn. Met het verlagen van de zogenoemde aanrijtijden voor ambulances zijn volgens de raad jaarlijks 225 mensenlevens te redden.

In bijvoorbeeld Groot-Brittannië en de Verenigde Staten moeten ambulances al binnen acht minuten ter plaatse zijn. Verlagen van de aanrijtijden van ambulances vergt volgens de raad een investering van 198 miljoen euro. Maar met een reorganisatie van de ambulancezorg zou er een besparing van 90 tot 140 miljoen euro tegenover staan, bijvoorbeeld door huisartsenposten en spoedeisende-hulpafdelingen te integreren.

De vijftien-minutennorm voor ambulances is al langer omstreden. De Inspectie voor de Gezondheidszorg stelde in het jaarverslag over 2002 dat bij een aantal levensbedreigende aandoeningen een norm van acht minuten de voorkeur verdient.

Een woordvoerder van minister Hoogervorst van Volksgezondheid noemde de acht-minutennorm voor ambulances vanochtend echter `niet haalbaar'. ,,Het is nu al lastig om de vijftien-minutennorm overal te handhaven. Bovendien kost het plan veel geld, dat hebben we nu niet.'' Wel erkent het ministerie dat betere spreiding van ambulances noodzakelijk is. Hoogervorst heeft toegezegd hierin te investeren.

Volgens het rapport doen ambulances er beter aan patiënten niet naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te brengen, maar naar het in de aandoening gespecialiseerde ziekenhuis. Patiënten met een hartinfarct zijn bijvoorbeeld het best af in een van de dertien ziekenhuizen waar gedotterd kan worden. Ook zou er één landelijke telefoondienst voor acute zorg moeten komen en zouden traumahelikopters beter ingezet moeten worden.