Topsportklimaat in Nederland verbeterd

Het topsportklimaat in Nederland is de afgelopen vier jaar verbeterd. Dat vindt een meerderheid (60 procent) van de topsporters, toptrainers en topsportcoördinatoren. Topsporters verdienen meer, en constateren meer aandacht en waardering van zowel bonden als maatschappij.

Een kleine minderheid (10 procent) daarentegen meent dat juist sprake is van een verslechterd klimaat. Zij wijzen vooral op de grote verschillen in inkomen tussen top en subtop. Acht van de tien toptrainers en -coaches zijn ontevreden over de status van hun vak.

Dit zijn uitkomsten van een onderzoek van het Bossche W.J.H. Mulier Instituut (centrum voor sociaal-wetenschappelijk sportonderzoek), uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS en sportkoepel NOC*NSF. De resultaten van de meting, waarin het topsportklimaat van 2002 is vergeleken met 1998, zijn vandaag gepresenteerd. Ondervraagd zijn 180 sporters met een A-status, 239 met een B-status, 62 toptrainers en 28 topsportcoördinatoren.

Het licht verbeterde topsportklimaat heeft er volgens vier op de tien topsporters toe geleid dat ze de strijd met de internationale concurrentie beter aankunnen. Een goede vergelijking maken met andere landen is echter niet mogelijk, want in geen enkel ander land zijn trends in het topsportklimaat systematisch in kaart gebracht.

De inkomenspositie van de topsporters is weliswaar nog altijd niet geweldig, maar er zit groei in. Vooral het aantal topsporters dat minder dan 11.345 euro bruto per jaar verdient, is gedaald: van 54 procent in 1998 tot 33 procent in 2002. De onderzoekers schrijven dat toe aan de invoering van het stipendium, een maandelijkse vergoeding van maximaal 70 procent van het minimumloon. Slechts 8 procent verdient meer dan 45.378 euro bruto per jaar. Dat is een verdubbeling ten opzichte van 1998.