Timing

Op het metrostation Wibautstraat stapten twee mannen van in de veertig samen in de trein, Ajax-supporters op weg naar de Arena. Het was een uurtje voor het begin van de wedstrijd. De een droeg een rood, de ander een zwart jack. Ook al valt de regen riviersgewijs uit de hemel, en dat deed het, voetbalsupporters dragen nooit lange regenjassen, het zijn altijd jacks.

Ik zat aan het raam, ze namen rechts van mij aan het gangpad plaats. De man in het rode jack had het hoogste woord, hij maakte een uitgelaten indruk, wat wel meer mannen hebben als ze naar het voetballen gaan eindelijk even uit de kooi. De ander luisterde toe met de lichte gêne van iemand die beseft dat anderen het gesprek kunnen volgen.

,,N'Kufo gezien?'' riep de man in het rood luid. ,,Wat een speler! Weer een doelpunt en een assist. En weet je waar-ie vandaan komt?''

De ander schudde het hoofd.

,,Zwitserland!''

Hij zei het op een hilarische toon. Een Afrikaan uit Zwitserland, het tartte zijn verbeelding op ongekende wijze.

,,Maar dan Romano Denneboom'', ging hij door, ,,wat een ongelofelijke klootzak. Tweemaal geel. Volkomen onnodig!''

Romano is ook een donkere jongen, herinnerde ik me, maar dan uit Schiedam, wat zo weinig pittoresk klinkt dat je niet te veel van hem mag verwachten.

Zo namen ze nog een poosje de wedstrijden door die ze de avond tevoren op de tv hadden gezien. Voor hen was het weekend één grote, steeds doorrollende voetbal die pas zondagavond omstreeks middernacht tot stilstand kwam als de laatste tv-commentatoren hun zegje hadden gezegd.

Enkele stations verder persten zich nogal wat mensen tegelijkertijd naar binnen, onder wie een oude man die beklemd om zich heenkeek en riep: ,,Kan ik ergens zitten?''

Dat kon wel, mits iemand bereid was op te staan. Aan de andere zijde van het gangpad, dichtbij de deuren, waren enkele mannen die onmiddellijk overeind kwamen. Het rode jack ging ook half staan, maar duidelijk een paar seconden later. Hij liet zich weer zakken, knipoogde naar zijn vriend en zei: ,,Timing. Dat is het leven.''

,,Toch goed dat zo'n man erom durft te vragen'', zei de vriend, ,,dat hoor je weinig.''

,,Mij best'', grinnikte het rode jack, ,,als ik maar mag blijven zitten.''

Er schoot hem in dit verband iets te binnen. ,,Weet je wat ik wel eens doe? Ik sta bij de bakker en het is hartstikke druk. Dan vraagt de bakker: wie is er aan de beurt? En dan zeg ik: ik, ook al ben ik helemaal niet aan de beurt. Soms lukt het, soms zegt er iemand: maar u wás helemaal niet aan de beurt. Dan reageer ik gelijk: jawel, maar ik heb haast!''

Hij grinnikte weer en liet de situatie even op zijn vriend inwerken. Toen zei hij: ,,Dan zou je die koppen eens moeten zien! Als ik wegga blijf ik altijd even om het hoekje staan luisteren of ze nog iets over me zeggen.''

,,Probeer het straks eens voor het stadion als er een lange rij staat'', lachte zijn vriend.

Het rode jack haalde zijn schouders op. ,,We zijn mooi op tijd.''

,,De mensen hebben geen humor meer'', zei de vriend. ,,Je kunt maar beter je kop houden.''