Stil eerbetoon aan grote pionier

Vandaag is het 100 jaar geleden dat het eerste vliegtuig vloog. Ook de Nederlander Anthony Fokker was een van de pioniers uit de luchtvaart. De Fokkerfabrieken gingen in 1996 failliet.

Op het Rabo-hoofdkantoor in Utrecht heerst zaterdagmorgen 23 maart 1996 een euforische stemming. Voor de zoveelste keer in het bestaan van de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker lijkt de definitieve ondergang van het bedrijf afgewend. Een door een gezaghebbend Amerikaans adviesbureau doorberekend businessplan heeft uitgewezen dat Fokker – inmiddels failliet verklaard na de miljardenverliezen begin jaren negentig – bij een productie van 45 toestellen per jaar weer winstgevend zal zijn. Voorwaarde is wel dat de Rabobank Fokker bij de doorstart moet helpen aan een leasemaatschappij om via dat vehikel zijn vliegtuigen te kunnen verkopen. De daarvoor benodigde financiering moet door de bank volledig worden afgedekt.

Een cruciale factor waar miljarden guldens en grote risico's mee zijn gemoeid. Economische Zaken en het Duitse moederbedrijf Dasa hebben dan al hun handen afgetrokken van Fokker. Maar de banken krijgen koudwatervrees. Rabo, ABN Amro en ING komen plotseling met aanvullende eisen. Om te kunnen overleven in de mondiale concurrentieslag in de vliegtuigbouw heeft Fokker een strategische, industriële partner nodig, concluderen de banken. Stork, symbool van de industriële opbouw in Nederland, heeft zich aangeboden. In de ogen van de banken echter is Stork weliswaar een leuk bedrijfje maar niet de `sterke partner' die zij op het oog hebben om hun te investeren miljarden veilig te stellen. Het financiële kaartenhuis – nota bene eerst door de banken zelf opgebouwd – stort vervolgens volledig in. Het betekent de laatste episode in een Hollands luchtvaartavontuur dat bijna een eeuw in beslag heeft genomen.

Bestuursvoorzitter Ben van Schaik kondigt in het Aviodome op Schiphol het drama aan van Fokkers ondergang, waarbij duizenden mensen hun baan verliezen. Hij bevindt zich dan op luttele afstand van de plaats waar Anthony Fokker (1890-1939) met een studiegenoot de Spin, zo genoemd omdat de piloot in de cockpit was omringd door ontelbare spandraden, in elkaar knutselde. Het toestel oogste groot succes toen het in augustus 1911 met succes enkele rondjes vloog rond de Sint Bavokerk in Haarlem. Ook de internationale belangstelling, die voornamelijk werd gewekt door internationale luchtvaartshows in Europa, voor vliegtuigen van Nederlandse makelij was daarmee een feit.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bouwde Fokker een paar duizend gevechtsvliegtuigen voor de Duitsers die tot de beste ter wereld behoorden. Onder meer door de Fokker-uitvinding om het afvuren van de kogels van de mitrailleur synchroon te laten verlopen met de omwentelingen van de propeller. Nadat Duitsland de oorlog had verloren smokkelde Fokker met een aantal goederentreinen vliegtuigmotoren en onderdelen de grens over om in Nederland de Koninklijke Nederlandse Vliegtuigenfabriek Fokker op te richten.

Nauwelijks in Nederland aangekomen raakte Fokker in conflict met Albert Plesman, de eerste directeur van KLM. Het boterde niet tussen de van eenvoudige komaf zijnde Plesman (zoon van een kruidenier) en Anthony Fokker (zoon van een rijke planter uit Indië, die Fokker naar een Fachschule in Duitsland had gestuurd). Plesman verdacht Fokker, die met het voorstel kwam vliegers en toestellen te leveren aan KLM, ervan zich KLM te willen toe-eigenen. Tevens verdacht Plesman Fokker ervan dat hij in de eerste vliegtuigen die hij van 1919 tot 1921 bouwde voor KLM onderdelen had gebruikt die hij uit Duitsland had meegenomen. Plesman was bang dat de KLM-vliegtuigen bij landing in Parijs of Londen, gezien het Duitse oorlogsverleden, aan de ketting zouden worden gelegd.

Met het door Fokker zorgvuldige gecultiveerde aureool van onbegrepen genie verlegde hij zijn activiteiten. De Amerikanen hadden als oorlogsbuit veel oorlogsmaterieel meegenomen uit Duitsland en raakten al snel geïnteresseerd in Fokker. In het land van de onbegrensde mogelijkheden beleefde Fokker zijn finest hour, maar ook zijn Waterloo. In de Verenigde Staten bereikte Fokker in de jaren twintig de status van grootste vliegtuigproducent ter wereld. Tot een ramp met een Fokker F10 in Kansas in 1931 de ommekeer bracht. De slechte publiciteit werd nog verergerd doordat de Amerikaanse rugbyheld Rockne bij die ramp de dood vond. Fokker, die te lang had vastgehouden aan vleugels van hout, werd overvleugeld door het Amerikaanse Douglas, dat geheel metalen toestellen bouwde. In 1939 overleed Fokker in New York.

Fokker heeft daardoor de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt. Een tijdperk waarin de luchtvaartindustrie een spectaculaire ontwikkeling doormaakte. Er is weinig verbeeldingskracht voor nodig om te concluderen dat Fokker, indien hij nog in leven was geweest, ook daarin een grote rol zou hebben gespeeld. Na de oorlog maakte de fabriek die hij had opgericht furore met de bouw van de legendarische F27 (Friendship) en F28 (Fellowship). In de jaren tachtig gevolgd door de Fokkers 50 en 100.

Er worden na het faillissement van de fabriek in 1996 geen Fokkers meer gebouwd. Maar de bijna 900 vliegtuigen die wereldwijd onder zijn naam rondvliegen, vormen nog steeds een stil eerbetoon aan een van de grootste pioniers in de geschiedenis van de luchtvaart.

Deel 2 in een serie over 100 jaar luchtvaart. Het eerste deel verscheen op 16 december. Morgen: wat dreef de Wright Brothers in hun fanatieke streven een vliegtuig te bouwen?