Schuldsanering Irak dichterbij

Duitsland en Frankrijk zijn bereid Irak een deel van de schulden kwijt te schelden en over een ander deel te heronderhandelen. Regeringswoordvoerders in beide landen maakten dat gisteren bekend na gesprekken van de vroegere Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, James Baker, achtereenvolgens in Parijs met president Jacques Chirac en in Berlijn met bondskanselier Gerhard Schröder.

Baker probeert in opdracht van de regering-Bush de schuldeisers van Irak te bewegen van hun vorderingen af te zien. Irak heeft een buitenlandse schuld van 116,5 miljard dollar. Het grootste deel, 80 miljard, is schuld aan Arabische landen, de rest aan westerse landen en Japan, die lid zijn van de Club van Parijs, een schuldsaneringsorgaan. Duitsland heeft 2,4 miljard te goed, Frankrijk 3,1 miljard, Japan 4,1 miljard. De VS zijn met 2,2 miljard een relatief kleine schuldeiser. Kwijtschelding van een groot deel van de schulden is van essentieel belang voor de economische wederopbouw van Irak.

Frankrijk had al voor het bezoek van Baker blijk gegeven van bereidheid tot gedeeltelijke kwijtschelding. Dit mede op aandringen van het Franse bedrijfsleven, dat evenals het Duitse vorige week nog bij wijze van straf voor het verzet van beide landen tegen de oorlog in Irak door de Amerikanen werd uitgesloten van mededinging naar opdrachten in het kader van de wederopbouw van Irak. Op bezoek in Parijs sprak Jalal Talabani, vertrekkend voorzitter van de Iraakse Regeringsraad, maandag al van `een cadeau'. Frankrijk stelt aan de sanering de nadrukkelijke voorwaarde, dat eerst een soevereine Iraakse regering geïnstalleerd wordt. Daarmee houdt Parijs vast aan het steeds ingenomen standpunt dat er zo snel mogelijk een einde moet komen aan de eenzijdige Amerikaanse bezetting.

Bondskanselier Schröder heeft in het gesprek met Baker nogmaals zijn ongenoegen kenbaar gemaakt over de uitsluiting van bedrijven uit landen die tegen de oorlog in Irak waren. Volgens Duitse media is Schröder bereid vorderingen te laten vallen als aan vier voorwaarden wordt voldaan. De VS moeten ruimhartiger zijn bij het verstrekken van opdrachten voor de wederopbouw. Irak moet over een internationaal erkende regering beschikken. De economische wederopbouw moet een eind op streek zijn en het Internationale Monetair Fonds (IMF) moet toezicht houden op de sanering van economie en overheidsfinanciën.

Schröders partijgenoot Gernot Erler vindt dat Duitsland ,,in een tijd waarin gekort wordt op sociale voorzieningen [...] geen geld weggeven'' kan, maar hooguit zou moeten onderhandelingen over de condities van de leningen.

Gezien de door Frankrijk en Duitsland gestelde voorwaarden zal de Club van Parijs niet eerder beslissingen kunnen nemen dan na de zomer van 2004. Op dat moment zal Amerika, volgens het voornemen van de regering-Bush, de macht hebben overgedragen aan een Iraakse regering.