`Nooit kritiek op verhoging quota'

Ondanks vangstbeperkingen zijn meerdere vissoorten in de Europese wateren achteruitgegaan. Lidstaten van de EU zijn laks met controles. ,,Contraproductieve praktijken ondermijnen de instandhouding van kwetsbare visbestanden.''

De visserij heeft de problemen grotendeels over zichzelf afgeroepen. Dat is, kort gezegd, de harde boodschap van Europees Commissaris Franz Fischler. Ondanks beperkingen van vangstquota en opgevoerde controles zijn vissoorten als kabeljauw, schol, wijting, tong en heek fors achteruitgegaan. Fischler legt de bal, nog ondubbelzinniger dan in het verleden, bij de lidstaten en de visserijsector. In enkele gebieden dreigen vissoorten uit te sterven.

,,De gevolgen van gebrekkige handhaving van de herstelmaatregelen zijn duidelijk zichtbaar'', aldus de Eurocommissaris voor Landbouw en Visserij eerder deze maand bij de presentatie van voorstellen voor de vangstquota in 2004. EU-ministers zijn sinds vandaag bijeen om te besluiten. De Italiaanse voorzitter houdt rekening met een traditionele marathon tot vrijdag.

Fischler wil de vissers niet laten doormodderen. ,,Wij verwerpen het verwijt geen oog te hebben voor de sociale problemen'', zegt zijn woordvoerder. Zo ziet Fischler er vanaf het wetenschappelijk advies van de ICES (Internationale raad voor onderzoek van de zee) te volgen om de vangst op vrijwel alle kabeljauwbestanden buiten de Oostzee te stoppen. Ook de ICES-adviezen voor een vangstverbod op tong in het westelijk Kanaal, wijting in de Ierse Zee, heek en kreeft nabij het Iberisch schiereiland, volgt Fischler niet. Wel zullen voor deze vissoorten zware quotabeperkingen moeten gelden. Voor kabeljauw in de Noordzee wil Fischler handhaving van het in 2003 al met 45 procent gereduceerde vangstquotum. Voor andere vissoorten, waaronder heek en tong, wil hij reducties met 50 tot 65 procent. Fischler is wel bereid lidstaten die hun vlootcapaciteit fors verminderden, zoals Nederland, wat tegemoet te komen. De Europese organisatie van vissers (COGEBA) eist dat quotareducties niet verder gaan dan 15 procent om een ,,destabilisatie'' van de sector te vermijden.

Precies een jaar geleden kreeg Fischler, na lang politiek touwtrekken, steun van de EU-lidstaten voor een ingrijpende hervorming van het gemeenschappelijke visserijbeleid. De hervorming moet de basis leggen voor een duurzame visserij en een eind maken aan de jaarlijkse koehandel over vangstquota. Zo komt er een eind aan Europese subsidies voor de bouw van nieuwe schepen, het geld kan worden gebruikt voor sociale steun aan vissers. En om vangstcontroles te verbeteren, wordt het door Nederland al toegepaste regime van zeedagen ingevoerd, waarbij schepen een aantal dagen per maand in de haven moeten blijven. Lidstaten moeten ook bij elkaar kunnen controleren, zodat het onderling wantrouwen afneemt. Ook moeten er meerjarige beheersafspraken voor visgronden komen, waarbij alle belanghebbenden worden betrokken. Maar uitvoering van de hervorming kost tijd. Volgens Fischler is de keuze duidelijk: ,,Of we moeten jaar na jaar de quota verlagen, of we ontwerpen een herstelplan voor de langere termijn''.

Al sinds 2001 liggen herstelplannen op tafel voor kabeljauw in de Noordzee en heek in de zuidelijke wateren. Fischler wil bereiken dat de komende vijf à tien jaar de stand van de kabeljauw jaarlijks met 30 procent stijgt en die van heek met 10 procent. Essentieel onderdeel van zulke omvattende herstelplannen is een beperking van de visserij-inspanning. Maar al vorig jaar bij het debat over de hervorming van het visserijbeleid bleek hoe politiek gevoelig dat ligt. Zo wisten Frankrijk en Spanje een aantal wateren waar Franse en Spaanse vissers actief zijn uit te zonderen van afspraken over zeedagenregimes.

Niet alle lidstaten nemen het even nauw met de vangstcontroles. Brussel startte vorige maand na eigen inspecties een procedure tegen Groot-Brittannië en Spanje wegens ,,ernstig falen'' van controles. ,,Hun contraproductieve praktijken ondermijnen de instandhouding van kwetsbare visbestanden'', aldus de Europese Commissie. Het gaat om witvissen als kabeljauw, heek en wijting, en ook om kreeft. De Britten worden ook op een andere manier gestraft voor hun nalatige controles. Zo wil Fischler niet ingaan op het verzoek van Schotse vissers om een speciale `box' voor hun schelvisvloot ten oosten van Schotland – waar de kans op kabeljauw als bijvangst klein is – omdat de Britten door hun slechte controle onvoldoende toezicht kunnen houden. Soortgelijke verzoeken van andere lidstaten stuiten in Brussel om dezelfde redenen op wantrouwen.

In diverse lidstaten wordt veel meer vis aangeland dan in de boeken staat. Zulke illegale aanlandingen creëren nog een ernstig probleem, want de ICES baseert zijn wetenschappelijk onderzoek mede op officiële vangstcijfers. ,,Het probleem is niet dat de ICES slechte rapporten maakt, maar dat er soms onnauwkeurige cijfers over aanlandingen of geen informatie over weggegooide vis is'', aldus Fischler onlangs in het Europees Parlement. Een hoge Commissie-functionaris wijst erop dat vissers nooit kritiek hebben bij een advies over quotaverhoging zoals nu voor haring in de Noordzee, die zich na eerdere vangstbeperkingen krachtig heeft hersteld.

Veel ministers voelen de hete adem van de vissers in de nek. Het zijn niet alleen meer vooral zuidelijke landen die tegen Brussel te hoop lopen, ook Groot-Brittannië, Denemarken en Nederland hebben bezwaren.

Volgens de hoge Commissiefunctionaris worden de onderhandelingen een ,,test voor de bereidheid van de lidstaten om de vorig jaar afgesproken hervorming van het visserijbeleid ook in de praktijk te brengen''.