`Niet selecteren met inburgerles'

Inburgering is een eerste stap op weg naar integratie. Een inburgeringscursus mag daarom geen instrument worden om nieuwkomers te selecteren dan wel om migratiestromen te beheersen. Dat schrijft de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), een adviesorgaan van de regering, in een gisteren verschenen werkdocument.

De Raad neemt met dit advies afstand van het kabinetsbeleid dat een strengere selectie van nieuwkomers voorstaat die via gezinshereniging of via gezinsvorming naar Nederland komen (17 procent van de immigratiestroom in 1999). Een van de nieuwe eisen is dat partners uit niet-westerse landen al in het land van herkomst met hun inburgering moeten beginnen.

Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) komt midden volgend jaar met voorstellen voor een strengere Inburgeringswet. De RMO was door haar gevraagd om te onderzoeken of het inderdaad wenselijk is om het behalen van een inburgeringexamen als voorwaarde te stellen voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De RMO is duidelijk: ,,Inburgering behoort een instrument te zijn van het integratiebeleid, niet van het toetsingsbeleid.''

Volgens de raad bestaan er eveneens overspannen verwachtingen over de mogelijkheden om in één jaar – de duur van de huidige, verplichte inburgeringscursus – ,,het burgerschap voor gevorderden te bereiken''. De cursus is niet meer en niet minder, aldus het advies Inburgering: Educatieve opdracht voor nieuwkomer, overheid en samenleving, dan ,,een goede entree om deel te nemen aan de samenleving''.

De RMO stelt voor om de inburgeringcursus en het inburgeringexamen om te dopen in `entreecursus', het examen de `entreetoets' en het diploma niet langer het inburgeringsdiploma maar het `entreediploma'. Wel voelt de raad ervoor om, net als in Denemarken, nieuwkomers die snel in de Nederlandse samenleving integreren, onder meer ook via betaalde arbeid, versneld een permanente verblijfsvergunning te geven. Minister Verdonk zei vorige week in de Tweede Kamer hier ook wel voor te voelen.

Nederland ziet, aldus de RMO, net als de meeste EU-landen immigratie als een ongewenst fenomeen, dat men zoveel mogelijk wil beperken. Strengere wetten en regelgeving bij binnenkomst zijn bedoeld om de immigratiestroom van asielzoekers, gezinsvormers en gezinsherenigers te beteugelen. Een nevendoel van de inperking van de migratiestroom is om de verzorgingsstaat te ontlasten. Daarnaast bevorderen de strenge eisen de economische zelfredzaamheid van immigranten.

Nieuw is volgens de Raad dat de integratieproblematiek in Nederland nu ook vanuit culturele en religieuze termen wordt benaderd. ,,Waarbij religie tegenwoordig vaak een eufemisme is voor de islam.''